Over plastic, online bestellen, lokaal winkelen, normale dingen die het nieuws niet halen

Negen weken binnen zijn. Op een uurtje per dag of zo na. Soms iets meer en soms helemaal niet. Het doet wat met een mens. Tussen zwart en wit ligt voor mij een hele regenboog van kleuren en hun combinaties. Daarin vertoeven is best fijn, de witte kant haal ik niet, de zwarte kant accepteer ik er gewoon bij. Het is er toch.

Veel nieuws heb ik niet. Dan maar de dingen die het nieuws niet halen.

Mei is plasticvrij. Dat was toch de oproep. Knap lastig in coronaire tijden, zeker als je het aantal winkels per winkelbeurt wil beperken. Het supermarktje dichtbij doet het voor mij dan het beste. Toch merkte ik dat ik terug meer plastic afval had. Misschien een moment om eens van gewoonte te veranderen? Sinds ongeveer een jaar had ik twee, hoogstens drie keer een blauwe PMD afvalzak. Tot 13 maart. Ook al vind ik het best handig, zo dichtbij, bijna alles in plastic verpakt blijft toch aan me kleven. Overigens zijn er daar minder bio- en eco-producten.

Ik nam het dappere besluit om eens naar de grotere versie te rijden. Daar is er meer onverpakt (zelf zakjes meenemen) of in karton. Twee keer heb ik het geprobeerd. Telkens zag ik er wachtrijen van ongeveer 10 à 14 personen. Dat zag ik me niet elke keer doen. Die twee keer ben ik dan zonder aankopen terug naar huis gereden en heb maar weer in de buurt boodschappen gedaan.

De online dienst van die supermarkt onderwierp ik aan een heus onderzoek. Ik vond de site een beetje lastig om te hanteren. Het duurde echt heel lang vooraleer de pagina een beetje werkte. Bij elk product dat ik wilde toevoegen aan de boodschappenlijst vernieuwde de pagina zich. Op een bepaald moment had ik voor 220 euro in de lijst staan van allemaal producten die ik niet aangeklikt had. Gelukkig kon ik ze weer wegdoen. Toen begon ik met een verlanglijstje en daar heb ik een boodschappenlijst uit gehaald. Dat was gisteren. Vandaag kon ik het gaan ophalen. Dat ging gelukkig wel vlot en veilig met een extraatje. Zes flesjes Chaudfontaine water met lemon … in plastic verpakking! De boodschappen zelf zaten in een papieren zak. Mooi!

In het verleden had ik wel eens verse groenten, fruit, eieren etc besteld bij de Buurderij. De producten komen dan rechtstreeks van de producent / boer. Lekker makkelijk en daarom heb ik nog een keer geprobeerd. De Buurderij waar ik tot vorig jaar nog ging, is opgedoekt, maar op fietsafstand is er nog een. Vandaag kon ik mijn bestelling ophalen. Mijn fiets was bomvol geladen. Gelukkig had ik als kerstcadeau een fietszak gekregen. Alles is inderdaad lekker vers. De groenten en fruit waren een verrassing. Ik bestelde ‘gewoon’ een mandje fruit&groenten. Wat ik krijgen zou, wist ik vooraf niet. Het zijn wortels, ijsbergsalade, een komkommer, nectarines, appels, een granaatappel, rode biet, kiwi’s en asperges geworden. Dan had ik ook lekkere honing en confituur en een kruidenplantje. Ik weet wel wat te doen dit weekend. De sla en wortels (enkele rauwe) zijn alvast lekker.

Voor geïnteresseerden: https://boerenenburen.be/nl-BE.

Intussen heb ik ook stoffen mondmaskers met dank aan mijn schoonzus die ervoor zorgde, haar zus die ze maakte en mijn broer die ze mij bracht.

Vorige week ben ik ook eens een andere winkel binnengelopen, in Helios hier dichtbij. Heerlijke winkel met veel keuze in thee en koffie, die ze zelf vers malen als je dat wenst, snoepgoed, theepotjes, koffiemolens, … Ik kocht er twee soorten losse thee (kamillethee, groene thee met mango/appelsien) en een pakje versgemalen koffie. Lekker dat het is! Leve mijn koffieverslaving! Thee vind ik intussen ook steeds lekkerder.

Mijn fiets voelde zich afgelopen weken nogal plattekes, dat zag ik aan het achterwiel. Dat had ik graag anders. Wandelen vind ik fijn, maar met fietsen afwisselen nodigt meer uit. Een hersteller zoeken was dus de boodschap. Elke winkel die ik contacteerde, vroeg om op afspraak te komen, liefst te maken via de website. De ene winkel heeft graag dat het om een fiets gaat die daar ook gekocht is (lange wachtrij dus), de andere antwoordde niet. Dan ben ik gewoon lokaal gegaan. Even bellen voor een afspraak en ik kon hem gaan binnenbrengen. Twee dagen later was hij klaar. Een beetje op z’n zuiders – ik moest twee keer terug gaan – maar allez, daar ga ik echt niet om zeuren. Ik kan weer fietsen. Ik houd van zuiders, het trage ritme verpakt in druk bezig zijn. Gezien het aantal gerepareerde fietsen in de winkel kon dat druk zijn wel eens kloppen.

Morgen wil ik de weekendkrant kopen. Eens benieuwd waarover dat zal gaan … zolang er cryptogrammen zijn en andere talige uitdagingen, zelfs cijferige, hoort u mij niet klagen, lokaal noch (inter)nationaal. 😉

Zwart mag, moet niet, zolang het maar een plaats krijgt, meer heeft het niet nodig!

Bubbels op Moederdag!

Ik blijf zoveel mogelijk in mijn kot. Nog steeds. De gesprekken die ik al gehoord heb en zelfs aan heb  deelgenomen, gaan over bubbels. Hoe moeilijk is het om tot vier te tellen? Inderdaad, niet moeilijk. Eén twee drie vier. Voilà! Kies nu je bubbel. Ik zit in mijn enkelbubbel, ook al kan ik nog anderen ontmoeten. Maar dan mogen zij niemand anders meer ontmoeten. Als we met vier samenkomen, waaronder eventueel een koppel (vijf effectieve personen) is dát de extra sociale bubbel voor ons vijf de komende weken. Het lijkt op deelverzamelingen uit de wiskundeles waarin ik een singleton ben.

Bijvoorbeeld die vier bubbels met gezamenlijk vijf elementen, met z’n allen in de doorsnede, houd daar maar eens afstand! Een ander voorbeeld kon zijn, een bubbel van vier en deze enkelbubbel. Het lijkt me niet zo tof om de vijfde blub in de bubbel te zijn. Een auto heeft ook genoeg aan vier wielen. Ik was nu net zo knus gesetteld in mijn bubbel en houd het voorlopig zo.

Kan 10 mei uitgeroepen worden tot nationale dag van de Bubbel? Een extra reden om de fles met bubbels open te doen.

Wiskunde, nooit mijn sterkste vak. Maar ik kreeg het wel twee jaar lang van mijn moeder. Op Moederdag komen er dan al wel eens wat meer herinneringen boven, ook aan de wiskundelessen van haar, die ik dan meteen in de bubbel toepas. Zou ze nog punten geven?

Aan alle moeders een dikke proficiat, voel je knus, voel je veilig, voel je geliefd, voel de liefde van je kinderen. Moeders bevestigen als de besten, kinderen in wie ze zijn, ook al wil de wereld rondom hen graag bevestigen in wie ze niet zijn maar wel zouden moeten. Voor later als ze groot zijn.

Neen, dan de moeders! En dat ze in hun intuïtie, instinct zou ik zeggen, erkend worden vooral en misschien zelfs enkel door hun kinderen /de kinderen waarvoor ze zorg(d)en.

Ik heb eens opgezocht van waar het nu eigenlijk kwam. Het commercialiseren is sowieso gebeurd, op welke dag het ook gevierd wordt. In hoeverre het juist is weet ik niet, maar op Wikipedia vond ik dit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Moederdag. Blijkbaar wordt het in andere landen en op andere plaatsen op nog meer verschillende dagen gevierd. Ik lig er niet van wakker, volgens mij is het elke dag Moederdag. Misschien kunnen we de Moederdagen van alle landen volgen?

En wat met kinderen, volwassenen die hun moeder helemaal niet meer willen kennen? Erg, zelfs om te denken, maar toch bestaat het. Dat lijkt me erger dan geen bloemen meer te kunnen kopen voor mijn moeder. Ik weet tenminste dat ik de beste moeder aller tijden had. Zo wens ik dat iedereen zich kan voelen over zijn/haar moeder.

Eén van de laatste foto’s van ons samen.

Ik werd de aanblik van mijn kop nogal beu en wilde er weer een beetje netjes uitziend hoofd van maken. Ik werd voor een keer doe-het-zelver. De schaar in het haar en de kleur op het grijswit. Mijn hoofd leek op een landingsbaan. Vliegen mag toch nog niet, voor niets nodig dus. Het ziet er nu toch iets beter uit hoewel mijn kapster enorm gemist wordt.

Wat ga ik mijn kapster graag terug zien 🙂

Oh, de cursus schrijven krijgt nog drie vervolglessen. Hoera, juij, joepie! Ik heb me alvast ingeschreven. Intussen wacht ik op mijn online bestelde boek, over schrijven, het komt maar niet aan. Zou ik me toch in het winkelgedruis wagen, einde van de week of zo?

Intussen houd ik wel van dat weer vandaag. Wind, regen, het wordt frisser. Liever houd ik ervan dan dat ik het verfoei, het is toch wat het is. En alles wordt weer een stukje groener.

Hebt u uw bubbel al gekozen? Of werd u verkozen?

Held op sokken.

De singels waren gisteren de helden van de dag. Ik ook? Op mijn sokken! Dat wel. Dikke enkelsokken nog wel, lekker warm. Ik voel het heldendom in deze situatie niet. Zeker niet als single. De vraag rees bij mij al vaker of dit verder gaat dan enkel dankbaarheid en bewondering – tot zover ben ik mee – bijvoorbeeld een kader creëren om deze hele situatie te kunnen vatten. Doe wat goed voelt!

Ik zou me bijna schuldig voelen omdat ik toch via de app naar de radio een berichtje stuurde. Ze hebben er maar één zin uit genomen. Het was nog zo interessant wat erna kwam. De vraag was Wat doet een single in deze lockdown, wanneer fysieke, echte live contacten niet kunnen? Nadenkend en prutsend met dat veel te kleine toetsenbord van mijn smartphone bedacht ik dat er toch nog wat gebeurt in mijn leven, weliswaar niet zo heldhaftig. Ik heb mijn sokken gelukkig nog.

Afgelopen woensdag had ik de laatste les schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Deze keer ging het over dosering. En daar kan ik nog wat in leren. In alle ingrediënten van het schrijven. De eerste oefening van de avond was er eentje die nogal ver van mijn bed was. Zo had ik zelf nog niet over een verhaal nagedacht. Het dystopisch verhaal. Google het maar eens. Desalniettemin vond ik het wel een uitdaging en heb ik een scène in elkaar gebokst. De tweede oefening was grappiger. Ik hoop alleen maar dat ik zelf nooit in zo’n verhaal voorkom, ook niet in deze coronaire (of is het coroniale?) tijden. Dat ging over ‘de saaiste persoon ooit’.

Misschien wordt er dit voorjaar nog een vervolg aan geschreven, vijf andere ingrediënten. Ik heb alvast in mijn evaluatieformulier extra benadrukt dat ik dat zie zitten. Er is gewoon zoveel te leren over fictie schrijven. Ik had niet gedacht dat die verhalen en scènes allemaal uit mijn brein zouden komen. En dat is ook te danken aan de wel zeer bekwame docente, met steeds de goede dosis uitdaging en begeleiding, goede feedback en tips om het verhaal echt af te maken. Het lijkt een ontdekkingstocht, waarbij het zelfvertrouwen in schrijven groeit. Wat ik er ook mee ga doen.

Donderdag had ik een online ontmoeting met de lotgenoten van Melanoompunt. Enkele mensen van het bestuur hebben een webinar ontmoeting georganiseerd. Hierbij konden we vooraf allerlei vragen insturen over onze ziekte en corona. Die werden dan voorgelegd aan twee professoren oncologen. Tijdens de webinar konden we ook in de chatruimte vragen stellen. De professoren die ons te woord stonden waren prof. B. Neyns en prof. L. Brochez. Het is tijdens zo’n webinar ook heel belangrijk om uw virussoftware aan te zetten. Prof. B. Neyns legt uit waarom…

Als het u interesseert, als u iemand kent die hier wat aan heeft, kan u het hier zien. Ik vond het heel interessant. Dit ontmoetingsmoment was heel welkom zeker wanneer er al enkele van onze geplande ontmoetingsdagen in het water vallen.

Enkele weken geleden, kreeg ik van een paar vriendinnen toffe kaartjes, ik wilde iets terug sturen, maar eerst niet zomaar wat. Aangezien het om de 5 M’s gaat, vond ik het wel tof daar iets rond te doen. De tekst achterop is TOP secret 😉.

Deze week kreeg ik ook weer een Whatsapp berichtje van mijn taalbuddy. Hij heeft het blijkbaar druk op zijn werk en een verhuis, waardoor het al een tijdje geleden was dat ik er nog iets hoorde. Hij is een anderstalige nieuwkomer in België en heeft al enkele modules in Nederlands voor anderstaligen gevolgd. In deze opgesloten tijden is het wel fijn om op deze manier de kennis die hij al vergaarde te blijven oefenen. Vorig jaar zomer deed ik ook al mee aan een gelijkaardig project. Dat waren fysieke ontmoetingen. Hier heb ik er iets over geschreven. Dit prachtige initiatief gaat uit van Atlas vzw.

Eten, dat gebeurt ook nog steeds. Zelf ben ik  niet meer veel bezig met experimenteren. Af en toe een grotere hoeveelheid om daarna alles, min één portie, in te vriezen. Lekker makkelijk voor minder energieke dagen. Wel heb ik een catering ontdekt die meermaals per week voor afhaalgerechten zorgt. Trizee Privee! Het is de zaak van iemand die ik ken uit de online lessen schrijven. Ze maakt lekkere gevarieerde meeneemgerechten, en stelt elke week een ander menu voor. Dat werkt wel. Ik heb vorige dinsdag besteld voor afgelopen donderdag en het was heel lekker, gezond, vegetarisch en lokaal. Ik ga zeker nog eens langs. Voor degenen van Berchem of nabije omstreken, ziehier de link: https://www.trizeeprivee.be/ en smakelijk!

Het creatief dagboek doe  ik ook nog steeds. Ik vind het heel ontspannend, het maakt plaats in mijn hoofd en bij online oefeningen heb ik nog eens een sympathieke stem in mijn living. Op basis van deze oefeningen, vooral de dagboeken in quarantaine kwam ik op het idee van kaartjes voor de 5M’s. Het wakkert ook mijn beeldende nieuwsgierigheid aan. Kan ik (ooit) een gezicht getekend krijgen, bijvoorbeeld?

De wekelijkse zoommeeting met mijn broers en zussen staat nog in de agenda. Deze situatie van lockdown begint wel door te wegen. De ene heeft al wat meer behoefte aan fysiek contact dan de andere. Zelfs ik begin het toch te missen. De eerste keer dat ik dat goed voelde, was toen R., mijn nichtje van vijf, haar verjaardag had en we niet konden mee feesten.

Maar zelfs al mis nu ik wat meer sociaal contact –  in vorige tijden voelde ik me vaak overprikkeld – ik prijs me toch gelukkig genoeg om elke dag weer op tijd op te staan, de lichte tai chi oefeningen te doen, te schrijf-mediteren en dan de dag in te stappen, met ontbijt, chocolade en een goeie tas koffie. Daarna komt meestal wel een idee op de proppen om de ‘gewone’ klusjes uit te kunnen stellen.

Wat zal ik morgen eens doen? 😉

’t Is wat het is

Hoe vaak heb ik het zelf gezegd, wanneer ik wat wilde zeggen en niets vond.

Neen, dan de uiting van de frustratie. De tranen, de vloeken, teveel en te hard lachen, het lawaai, scheef zingen (echt, ik geloofde het eerst ook niet!), wandelen tot mijn gewrichten smeken om te stoppen, fietsen en onderweg platte band krijgen, de hele weg terug, te voet met fiets aan de hand naar huis. Dat zal me leren sè. Me zomaar laten gaan. Waarom? Om dat lawaai elke avond opnieuw? Om het opgeklopte gevoel dat ik bij al die social media berichten krijg? Over al die tips tegen verveling in uw kot? De vinger zal ik er wel niet op gelegd krijgen.

Soms heb ik enorme bewondering voor de serene wijze waarop mensen niet posten op allerhande social media hoe goed ze zijn. Enkele initiatieven daar gelaten natuurlijk. Het is uiteindelijk wat het is.

Al bij al, kritiek is vlug gespuid, ik doe er bij deze ook aan mee. Bij nader beschouwing vermoed ik dat het om de óverdaad gaat van wild enthousiasme, al dat begrip, lief en nog liever, of de overdaad aan ergernissen, daarbij ook aan onbegrip. Ik merk het aan mezelf. De ene kant van mij wil ‘er zijn voor u en u’, de andere kant van mij schreeuwt ‘laat me met rust!’ Is er dan niemand die het begrijpen wil? Begrijp ik mezelf nog wel? Herkent u dat gevoel? Dan weet u vast wel dat u me nù geen wijze raad geeft. Tot zover de actualiteit.

Tijdens de welke er toch nog het een en ander gebeurt.

Soms doe ik dingen die ik in dat vorige leven niet zou doen of zeker op de lange baan  zou schuiven. Bijna alle meubels hebben hier een andere plaats gekregen of krijgen dat nog. Bewegen in je kot. Toch actueel. Gehoorzaam van mij.

Dansen in de regen. Nog zo iets. Dat heb ik net niet gedaan, wel voelde ik me heerlijk verfrist na mijn (bijna) dagelijkse wandeling. Een boodschap hier, iets posten daar, van de ene naar de andere kant van  Oud-Berchem te voet en via een omweg doorheen straatjes weer naar huis. Dat deed deugd. Loat Mie moar lope langs de straote …. Zonder dat lief da’k zo gère zien.

Intussen groeien er verhalen in mijn hoofd. Ik schrijf ze in luchtballonnetjes die dan vaart zetten naar de luchtkastelen. Ik, arme drommel, bezwaarlijk meervoudig vastgoedeigenaar. Als mijn verhalen maar ergens terecht kunnen zolang er nog geen inkt vloeit.

Van sommige dingen die ik eerst deed, heb ik wat gas terug genomen. Het allereerste opgejaagde gevoel en de onwennigheid van de situatie staan nu niet meer zo op de voorgrond. Zoals van alles en nog wat een foto maken, van alles en nog wat uitproberen in de keuken. Het Griekse Paasbrood was het laatste. Het zag er niet uit maar het smaakte wel zo, tot het rode hard gekookte ei toe.

Mijn keukenactiviteiten beperken zich tot de dagelijkse beslommeringen waarin chocolade momenteel een belangrijke plaats heeft.

Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans doe ik nog op momenten dat ik een aanloop nodig heb naar schrijven in kleur. Ik schreef er hier al over (zie net voor de foto). Het is een fijn houvast en intussen heb ik de penselen al meermaals werk bezorgd. Ik heb er zelfs een halve slaapkamer voor ingericht, mijn ‘atelier voor woord en kleur’ (of zoiets, het is nog niet gedoopt).

de spiegel is wel blijven hangen

Ik begeef me traag en bibberachtig op teken- en schilderterrein en dat is wel licht. Het maakt plaats in mijn hoofd. Ook al doe ik het niet elke dag.

Schrijfmeditatie, volgens Joey Brown doet het ook nog steeds bij mij. Hier schreef ik ook al enkele keren, bijvoorbeeld hier.

Morgen heb ik de laatste les in schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Dat waren er één fysiek aanwezig in lang vervlogen tijden en vier online. Vorige week was hilarisch. Het ging over humor ten tijde van corona. Ik ben eens flink van leer gegaan. Iedereen had er blijkbaar behoefte aan om onbeschaamd zijn of haar gal te spuwen. Onze docente kon er ook mee lachen. Gelukkig maar want dat was de bedoeling.

Intussen vond ik in mijn hoofd nog een luchtballonnetje dat terug is om inkt te laten vloeien, zie hier mijn schrijfsel. Zo u wenst, neem even pauze of een drankje 😉

De vloek

Laten we het eens over vloeken hebben. U weet wel, die woorden die frustratie uitdrukken, die je liefst niet uitroept waar kinderen bij zijn en al zeker niet uit een kindermond hoort komen.

Het komt onverhoeds, het overvalt me en naar ik opmerk, iedereen. Plots is er de vloek. Het beest in ons is los. Het hekje zat al fragiel. De kooi van machteloze opsluiting, frustrerende verdicten van berichten rondom ons onze oren heenslaand.

Hoe vaak zou ik al aan dat hek hebben gerammeld? Geluidloos geschreeuwd in eenzaamheid. Niet zozeer omdat ik alleen ben, eens temeer omdat ik me alleen vóel. Niemand begrijpt me! Help!

Maar ik maak deel uit van die maatschappij waar nu eenmaal, of eerder meermaals, de normen van het goed fatsoen gelden. Het is nu eenmaal wat het is. Volhouden!

Toch, soms is de boog net iets té gespannen, ongemerkt, dat wel. Als er dan heel veel aan die kooi gerammeld wordt, het hekje bijna losgeschud, is er ei zo na niet veel meer nodig om de boog helemaal te laten knappen. Een teenstoot, een kopstoot, een spierkramp, helaas mijn schrijfspier, zelfs een berichtje dat ik net iets anders interpreteer, kan me over de schreef trekken.

Dat hek vliegt open, ik vermorzel het en laat me – voor even weliswaar – ongegeneerd gaan in een woordenstroom die zelfs de zatste smeerlap doet blozen. Ik ken zo niemand, maar dat doet niet ter zake.

Tot het moment dat ik een ‘nieuwe’ vloek vloek en van mezelf versteld sta. Ik voel de geknapte boog lossen en val neer in de zetel, krijg onbedaarlijk de slappe lach om het simpele woord dat voor mij als actuele vloek kan dienen: SSSSNOT !

Enne … zakdoek voor de mond en daarna handen wassen en tanden poetsen.

Verhalenwedstrijd

Fictie schrijven is iets dat ik nog maar pas ontdekt heb. Zoals ik min of meer in mijn blog van gisteren beloofd had, hierbij een verhaal. Ik koos er eentje dat al aan de feedback werd onderworpen.

Momenteel ben ik aan het zweten over een ander verhaal. Dat vertel ik hier nog niet. Dat verhaal moet dienen voor een wedstrijd. Die wedstrijd heeft als deadline  19 april, dit jaar. Ik geef hierbij de link. Wat laat, ik weet het. Blijkbaar voldoe ik nog steeds aan een kenmerk van een ‘heuse’ schrijver, uitstelgedrag. Stel dat u toch nog in laatste instantie een hoop inspiratie opdoet en ook uw pennenvruchten wil insturen, ziehier de link. https://entries3.wixsite.com/schrijfretraites/wedstrijd. Veel geluk!

Nu mijn andere verhaal, dat komt uit mijn eerste schrijfcursus ‘Starten met schrijven’: de opdracht was om terug te gaan naar onze kindertijd en na te denken over wat we later wilden worden en daarover dan een scène schrijven. Fictie of waarheid? 😉

Haar glimlach verbreedde toen nonkel Mon zei dat ze talent had om piano te leren spelen. Met blozende wangen van plezier, speelde Maartje het eenvoudige kinderliedje nog een keer. De omzittenden zongen mee,  ‘Broeder Jacob, broeder Jacob …’ Ze genoot zichtbaar en haar favoriete oom werd haar meest toegewijde fan. Het zingen ging nog even door, afgewisseld met mopjes vertellen en vrolijke raadseltjes oplossen. Zo in het middelpunt van de belangstelling voelde ze zich in haar nopjes. ’s Nachts droomde ze haar eigen komende succes.

De volgende dag in de klas, vertelde de juf over beroepen. Dat triggerde haar wel. Nog half dromend over de vorige avond, waarin ze zich een beroemde ster voelde met nonkel Mon als haar grootste fan, antwoordde ze enthousiast ‘pianospeler’, toen het haar beurt was om te antwoorden op de vraag wat ze later wilde worden.

De hele klas schoot in de lach en zelfs de juf moest haar best doen om zich in te houden. Ze keek een beetje beteuterd rond. Haar klasgenootjes vonden haar soms een beetje raar, maar wel altijd grappig.

‘Gisteren was het juffrouw’, ‘vorige week wilde ze nog mensenhelper worden’ of ‘klerenmaakster’ … werd er zacht gefluisterd. Maartje was het wel gewoon. Ze had meestal ook genoeg aan zichzelf en haar dromen. Ze zweeg, bleef in haar eigen wereld, waar nog net genoeg plaats was om de les te volgen.

‘Misschien,’ dacht ze, ‘misschien moet ik eerst maar eens groot worden.’

ps. die foto ben ik, het doet me denken aan een regel in een Grieks lied. Wie het denkt te weten, mag me trakteren op een afhaaletentje 😉

De verderzetting van mijn gewone ongewone leven.

Iedereen – zo lijkt het toch – is bezig met zichzelf profileren. Tot mijn (niet zo grote, ik geef het toe) schaamte, overprikkelt en verlamt het mij. Ik doe niet mee aan boodschappen doen, niet mee aan mondmaskers naaien of schorten (u zou ze echt niet willen, vertrouw me graag op dat vlak). Ook niet aan al de dingen die mij zogenaamd uit de verveling moeten houden. Alstublieft zeg, ik weet nu al niet waar mijn hoofd stopt en mijn hals begint, zo vol zit dat ‘wijze’ lichaamsdeel van mij. Al heb ik wel veel respect voor diegenen die het wel doen en volhouden. Natuurlijk heb ik het niet over diegenen waarvoor geapplaudisseerd wordt.

Het zijn inderdaad geen gewone tijden, maar was het dat dan ooit? De verwarring is groot, blogs zijn al vol geschreven over de maatregelen t.o.v. de schade die ze toch ook zullen veroorzaken (of al flink bezig zijn). Velen overtuigd van hun eigen gelijk. Het maakt dat ik in mentale quarantaine ga. Mijn hoofd wil rust! Ik voel me verlamd bij opiniemakers, alsof ik me moet integraal aansluiten bij het ene of het andere.

Wat het wel met me deed, doet en zeker nog zal doen is een weg vinden in dit doolhof van gedwongen en een beetje zelfgekozen egoïsme. Daar schaam ik me niet voor. Ik doe wat ik doe, zowel voor mezelf als voor een ander. Pas als ík het nodig vind, vertel ik er over. Het brengt me in contact met interessante mensen, met interessante verhalen en nog een keer met mezelf.

Wat brachten me de laatste weken concreet bij?

Verhalen, gedichten (of dat wat erop lijkt), bewandelen van de weg naar verbinding met de natuur die ik zo hard kwijt was, dat ik zelfs niet meer voelde dat ik het miste.

Waar haal ik die verhalen? Mits heel goede begeleiding, interactieve online workshop met Anna Walschaerts van Wisper die er schrijfdocente is. Het is een ware ontdekkingstocht. Ik wist niet dat ik zoveel fictieve verhalen in me had. Wat me echt verbaast, is dat ze goed onthaald worden. Mits wat bijschaving natuurlijk. Gelukkig, vind ik zelf. Ik heb nagenoeg geen ervaring in fictie schrijven en een beetje tips en goede raad van echte kenners, zijn dan helemaal welkom. Ik zal in een aparte blog eens wat delen. Geduld a.u.b.!

Schrijven is iets dat me wel goed gaat tegenwoordig. Of het goed en leesbaar is, laat ik aan de lezer over. Voorlopig beleef ik er plezier aan. De ontwikkeling die ik voel, blijft me kriebelen om er meer mee te doen. Daarom grijp ik nu elke schrijfervaring aan. waar ik kan, volg ik workshops zodat ik van het één en ander eens flink kan proeven. Columns en blogs zitten ook nog in mijn emmertje, zo u liever wil staan ze op mijn verlanglijstje.

Het schrijven wordt ook onrechtstreeks getriggerd door de oefeningen van het Creatief Dagboek. Ik heb nl. éénendertig maal dagelijkse opdrachten en een volledige live stream workshops hiervan gevolgd. Het was een initiatief van Sarah Timmermans. Ik schreef er deze recensie bij.

D.I.Y. is hier de leuze. Afgrijselijk druk van mijn kop op papier (en lekker buiten de lijntjes)

Mijn beweging! De ene keer is het toch wel in corontaine. Ik zet een Griekse plaat op en begin erop te dansen. Het voelt veel beter aan dan intensief beginnen poetsen, of wat dacht u? Hopelijk hebben de buren er niet al teveel last van want ik heb dan ook nog de neiging om mee te zingen. Dat zingen doe ik ook wel eens tijdens het beoefenen van dat Creatieve Dagboek.

Behalve dat dansen en af en toe poetsen, ga ik nog regelmatig wandelen. Een uurtje of soms iets langer. Fietsen doe ik ook nog, maar ik merk dat het er alleen van komt als ik echt ergens heen ‘moet’, dat verder dan wandelafstand ligt. Zo had ik woensdag een afspraak en fietste daarna nog naar nergens. Verfrissend, al zeg ik het zelf.

Vandaag kwam ik een aaneenschakeling van gedichten tegen op mijn wandeling. Heel origineel gevonden, vooral de boodschap om het verder aan te vullen. Een dichter op de fietsbrug.  Ik ga op zoek naar krijt. Zal ik in het Grieks schrijven dan?…

Ik schreef nog iets anders, iets dat me bezig hield. Deze corontaine dwingt me een beetje om het een en ander in mezelf nog eens te bekijken, zien wat het met me doet. Ik kon het niet loskoppelen van de Aarde, onze manier van leven, onze verscheidenheid, en nog meer. Ik schrijf wel ‘onze’ maar ik heb vooral binnenin mezelf gekeken. Misschien is onderkennen en zelfs koesteren van wat is en het dan een plaats geven een stapje uit de chaos van ons brein? Mij hielp het om tot mentale rust te komen. Een beetje aanschouwend kijken naar wat deze situatie met mij doet. Aanschouwen.

Tot zover deze lezing.

En zijn uw handen al gewassen vandaag? 😉

De zin van een beetje onzin

Liefste dagboek,

Vandaag werd ik wakker toen de klok van de kerktoren zeven uur sloeg. Zeven slagen en ik dacht: ‘Mijn God, wééral zeven uur. Elke dag rond deze tijd, stipt eigenlijk, is het zeven uur.’

Ik deed wat ik deed, mijn ochtendritueel, maar laat ik je daar maar niet mee vervelen. Dat heb je de laatste dagen al zo vaak moeten horen, lezen. Je zou van minder dyslectisch willen worden.

Toen ik mijn living binnenkwam, zag ik dat de kartonnen paaseitjes nog aan dat lintje hingen voor het raam. In paniek wilde ik ze er al vanaf trekken met de gedachte wanneer was dat ook alweer, Pasen? Oh ja, dat was pas gisteren. Ik heb ze dan nog maar wat laten hangen.

De volledigheid gebiedt me om je te vertellen, mijn dagboek, dat ik gisteravond nogal druk bezig was met series te bekijken. Zo heb ik “The Bridge” seizoen 4 eindelijk helemaal gezien. Dan stond er ook nog “Flikken Rotterdam” seizoen 1 in de lijst opgenomen programma’s. Helaas deden mijn ogen toch wat te pijn en heb ik het stil gezet.

Dan maar mijn pyjama alvast aangedaan, mijn tanden gepoet… ‘Wàt zeg je?’

‘Saaaaiiii!’

‘Maar toen heb ik iets anders gedaan, toen het avondritueel voorbij was, ik ben nog niet gaan slapen.’

‘Allez, vertel maar.’ Oef, als een dagboek al geen geduld meer heeft …

‘Ik heb het cryptogram van de Standaard van dit weekend HELEMAAL ingevuld!’

‘Wat!? Jíj?’

‘Euhm, JA!’ Seg hè, nu gelooft mijn eigen dagboek me niet meer.

‘Foto?’ Zie je wel?

‘’t Is nog waar ook.’ Waarom gelooft me nu nooit eens iemand? Altijd die controle, seg hè!

Ik ben ook gaan wandelen gisteren voormiddag. Ik vermoedde wel dat het later in de dag drukker ging worden en lap! Vandaag wordt er al verteld dat we te laks aan het worden zijn. Maar, liefste dagboek, 23 op 24 in mijn kot. Met intervallen van 24 op 24, is dat dan verkeerd? Toch een beetje veel blij geworden. Ik heb de boterbloem ontdekt.

‘Dagboek !’

Jaja, ik zal wel aan mijn huiswerk gaan werken. Het zit al in mijn hoofd, dat is toch al veel. De grote lijnen toch.

Tot straks dan maar … ?

….

😉 leve de onzin zo af en toe. Oh en die foto hierboven? Dat is de eerste boterbloem die ik zag!

Dagje apart

Vandaag had ik mijn immuuntherapie. Ik ben met de fiets naar het ziekenhuis gegaan. Het was al lekker zonnig, maar nog niet te warm. Blij met mijn hoody en jeansvest. Zo was het wel fijn fietsen, zuurstof! Ik zou bijna wensen dat ik nog wat verder weg woonde van het ziekenhuis. Het deed echt deugd, positieve energie voor de komende uren.

Eerst wachten tot iemand de deur voor me opendoet, automatische schuifdeuren kunnen ge-ONautomatiseerd worden. Mijn reden van aanwezigheid daar wordt gevraagd en dan mag ik verder lopen. Het is amper drie stappen richting oncologie. Er staat iemand voor mij dus ik wacht tot hij binnen is. Door de deur, ook weer ge-onautomatiseerd en dus open en dicht klappend, zie ik wat er me seffens te gebeuren staat. Degene die voor mij is, geeft zijn gegevens. De onthaalbediende/ verpleegkundige  (ik vermoed tijdelijk in die functie want er staat een klein bureautje geïnstalleerd bij die deur) geeft alles in, neemt de temperatuur en doet meneer een mondmasker aan. O jee, dat belooft! Ik heb nu al zo’n jeukneus!

Mijn beurt, exact dezelfde procedure, gelukkig geen verhoging van temperatuur hoewel ik het dan toch behoorlijk warm gekregen heb.

Mijn voorschrift voor bloedafname mag ik aan gebruikelijke onthaaldesk afgeven en dan naar kamer 14 gaan. Niet meer de wachtzaal. Die ligt er verlaten bij, dat mooie beeld staat daar zowat te verkleumen van eenzaamheid.

In kamer 14 zitten al twee mensen. Deze keer vraag ik niet of ik wat kan meebrengen voor hen om te drinken. Ik ga zelf geen drinken meer halen, heb zelf fles water bij. Het is nu wachten tot ik aangeprikt word, met naast me mijn gsm en leesboek. Intussen komt de vrijwilliger van dienst binnen om te vragen wie een kop koffie wil. Wij alle drie, de ene met melk, de andere met melk en suiker en ik zwart. Enkel de tas aanraken aub, het bordje niet. De dingen waar je nooit bij stilstaat. Heel knap ook dat de vrijwilligers dit blijven doen.

De koffie is even een ontsnapping aan het mondmasker. We zitten hier zeker voldoende ver van elkaar. Gelukkig maar want mijn neus houdt het niet bij. Een beetje cynisme bekruipt me. Er keek niemand naar om, die bijwerkingen van de immuuntherapie, ook al haal ik dat telkens weer opnieuw aan. Oh ja, ik weet dat ze niet bedreigend zijn, die snotneus, dat hoestje en soms niezen. Het valt alleen nu dubbel op.

Ik laat het af tot mijn koffie op is en het koekje verorberd. De snotneus wordt ook nog even gedroogd en mijn handen ontsmet. En daar ga ik weer, masker op en lezen. Tot ik geroepen word door een verpleegster, om aan te prikken. Daar heb ik wel een fijne babbel mee. Ze vertelt dat ze dat blauwe ding de hele dag op moet laten. Zij heeft een ‘echt’. Ik heb er eentje gekregen door het naaiatelier gemaakt. Dat mag ik dan bijhouden en moet het de volgende keer weer meenemen. Ik ben nu al vies van mezelf. A la guerre comme à la guerre zeker. (Later thuis doe ik er van die ontsmettingsspray op, die ook op wondjes kan gespoten worden)

Blijkbaar heb ik nog steeds heel wat bij te eten. Ik ben helemaal niets bijgekomen. Na die vier weken corontaine had ik verwacht toch iets meer te wegen. Maar neen. Mijn nog-niet-gewone gewicht. De andere parameters zijn nog goed. Ik vind parameters overigens wel een grappig woord. Het doet me denken aan de stagiaires verpleegkunde enkele jaren geleden toen ik geopereerd was. ’s Morgens kwamen de frisse dames de kamer binnen. “Goede morgen mevrouw Knaepen, wij zijn er voor de parametertjes op te nemen.” Begin de dag met een lach ook al is uw wereld maar een oppervlakte van een éénpersoonsbed groot. Het hielp wel.

Na een halfuur komt de dokter binnen. Mijn oncoloog heeft weer vakantie. Dat was vorig jaar ook zo. Het krokusverlof en de Paasvakantie had ik iemand anders. Nu is het wel de dokter van de vorige keer. Dat valt dan weer mee. Ik vraag haar naar de resultaten van de PET-scan die ik einde maart had (zie hier/ ).

Geen verdere consultatie in deze kamer dus. Ik mag mee naar de consultatiekamer. Juij! Ik mag nog eens rechtstaan en even rondlopen. De lucht in dat masker wordt wel warm. Er gebeurt wat ik niet wil. Ik word onrustig en begin te hoesten. Dat valt op natuurlijk. Wat ben ik nu blij dat ik tot vermoeiends toe telkens zeg dat ik veel hoest, nies, enzovoort. Al heel lang. Nu ja, ze laat het verder zo. De resultaten van de scan zijn goed. Mijn baxter mag gemaakt worden. Die was blijkbaar al besteld en toen weer op “even wachten” gezet, toen de dokter hoorde dat ik eerst die scan wilde bespreken. Ze had notabene zelf het voorschrift geschreven vorige keer. Om maar aan te tonen hoe druk het sowieso al is en in deze omstandigheden het cruciale toch al veel is om aan te denken. Ze had ook een voorschrift voor een hersenscan (MRI) meegegeven. Die afspraak werd als niet dringend beschouwd en is toen afgezegd. De dokter zet het wel bij in het dossier om in het oog te houden dat het alsnog gebeurt, in post-bitch periode.

De twee andere mensen zitten al een hele tijd in deze kamer. Ze krijgen verschillende baxters en na elke baxter een spoeling. Ik hoor hen met elkaar praten. Volgende week moeten ze alweer terug komen. Ik ben verschrikkelijk blij dat ik daar niet voorsta. Ook al weet ik dat ik dat ook doe, als het moet, maar nu koester ik me in deze limiet die nog steeds rekbaar aanvoelt.

Bij een hapje van de boterham die ik mee heb, verslik ik me en na de hoestbui durf ik niet verder eten … thuis dan maar.

Het valt al bij al mee. Ik ben er sneller van af dan gewoonlijk, dat gevoel heb ik toch. Of is het dat ik me deze keer eens wel kon concentreren op mijn boek? (lezen hé, nog niet aan het schrijven, dat boek … 😉)

Voor één uur sta ik buiten. Vandaag ben ik bijna contactloos behandeld.

Onderweg naar huis – er is nu meer volk onderweg – vind ik het mooi geweest en besluit dat ik vanavond uithaalvoedsel zal eten. Mijn kot is opgeruimd en dat wil ik nog even zo houden. Geen koken en keuken opruimen vandaag.

Weer thuis maak ik er een tv namiddag van. Ah ja, ik blijf verder in mijn kot vandaag. Alleen voor mijn eten kom ik nog even uit mijn kot, naar Morfo. Er staat een rij-op-afstand. Het is wel gezellig zo, in het zonnetje, beetje wind, onder de kerktoren. Bij mijn beurt zelfs nog eens een beetje Grieks praten. Mijn God wat is dat lang geleden … behalve dan … Grieks zingen, maar dat laat ik niet horen hoor 😉.

Καλό Πάσχα ! Fijne Pasen!

Poëzievrienden

Het zat eraan te komen, de ketting waar ik voor gezwicht ben. Al die weken in corontaine – 23 op 24 en soms zelf 25 op 24 – heb ik me enkele keren ertoe laten verleiden om een raadsel, een quiz, een foto uit de oude doos te posten en dan erin gelopen en ‘gevraagd’ om dit of dat ook te posten. Mijn Messenger, meestal mijn stille vriendenlijst, alleen wanneer het nodig is, overbevolkt van foto’s die liefst van al doorgestuurd moeten worden.

Ik raak serieus overprikkeld!

Overprikkeld van al die goedheid, van al dat doorsturen, overprikkeld van mijn weg soms kwijt zijn in al die hetze van ‘vertraging’, ‘verbinding’, ‘solidariteit’, ‘elkaar nodig hebben’. Alsof het ervoor niet bestond.

Natuurlijk ben ik dankbaar, natuurlijk ben ik blij met al het goede dat gebeurt. Echter, het begint te voelen als een grote druk op mijn zelfbeschikkingsrecht.

Ik ben ook dankbaar zonder applaus, ik ben ervaringsdeskundige in doktersbezoeken, allerlei specialisten, hoewel deze situatie zijn weerga niet kent natuurlijk.

De boodschappen blijven lukken, de wandelingen ook, al is het soms wat druk. Stel je voor, niet eens meer de helft van het lawaai waarvoor ik vroeger de kap van mijn vest opzette ook bij warm weer (ik ben zo’n hoodie-vrouw op leeftijd, ga ik nu met mijn tijd mee of ben ik overjaarse hippie 😉) en toch ik kom overprikkeld weer thuis. Ondanks dankbaar zijn, zoek ik een rustpunt. Misschien vind ik daar wat ik wil bijdragen? Want dat wil ik wel. Zelfs thuisblijven wordt bedankt. Graag gedaan!

Foto’s (proberen te) maken ook al is het zo onprofessioneel als maar kan. Het lukt me nog ook. Nog even en ik raak voorbij de enkels van de gepassioneerde beginner. Het zijn gewoon enkele foto’s met mijn gsm, soms kiekjes van kiekjes en van de dingen waar ik nu naar kijk. Voorheen zag ik ze wel, in de rapte. Nu kijk ik veel meer. Gisteren vroeg ik me af waar de boterbloemen heen zijn? Madeliefjes en andere waarvan ik de naam niet (meer) weet, met het schaamrood op de wangen, hoewel door die zon het niet eens zo opvalt. (Smeert u zich goed in a.u.b. bij het zonnebaden,  -wandelen, -fietsen of welke zonneactiviteiten er ook aan bod komen … ik kan het echt weten … ).

Vanavond applaudisseer ik van achter mijn scherm. Alsof ik niet thuis ben omdat ik iets ga verder zetten dat in fysieke aanwezigheid werd gestart en bij uitstel geen afstel is geworden. Misschien ‘publiceer’ ik wel een van mijn pennenvruchten. Eerst die digitale ontmoeting bij verderzetting van die workshop.

Waar was ik begonnen? Die ketting dus, die poëzieketting. Bij wijze van bijdrage, bij wijze van delen. Laat ik het gewoon hier doen. Dan hoef ik verder niemand meer te plagen want ook mijn mailbox puilt uit, niet eens van mensen die ik ken, eerder van mensen die denken dat ik verteld moet worden wat ik al weet … bij wijze van spiegel …

Ziehier het eindgedicht dat ik schreef bij de cursus ‘Van gedachten naar gedichten’. Op basis van deze foto, getrokken op de locatie waar de cursus doorging. Een toplocatie, waarvan ik hoop dat de mensen die daar werken het toch nog kunnen voortzetten achteraf. Zonder belofte, heb ik toch goesting om het te proberen, daar gaan eten. Wie trakteert mij? (oeps daar ga ik weer … )

https://www.facebook.com/22b.antwerpen/

Spiegeltje spiegeltje wat toon je niet?

Wat kan je in een spiegel zien,

Meer dan wat er al is?

De verwachting nog ongewis

Zonder ontbijt in die kamer

Dichter bij de nog-een-afzakkertje uren

Rond de tafel, al schrijvend wispelturen

Lege kapstok om aan te hangen

Dat onverwachte, wat rijmt of niet,

Ritmeert of vloekt, lang in ’t kort

Van wanhoop tot verlangen

Zouden ze meekijken, daarboven zo aan het hangen?

Eindeloze taal, in zesentwintig letters

Ja, er is meer, veel meer, dan dat wat je in een spiegel kan zien.

AMK

Hier sè, mijn gedicht. Delen mag, moet niet.

En toch, vraagt u zich nooit af wat je in de spiegel van iemand anders zou kunnen zien?