Intussen (3) – veel en weinig of

Nog steeds september
soms nog zomer
soms al herfst
vastere plannen
beetje muzikaal
beetje (nabije)
toekomst gericht

En dan dat uitje

Een van de plannen
meer uitjes zoals in
de zomer of de frisse
winter

Cadeautje klaar ook
de tuinwaardige plant
de rustige knegkedeng
het weerzien en rondom
de Limburgse tred en
die notenwaardige taal

De babbels de wandels
en D-Day in het verschiet
de verhalen zelfs de niet
vertelde ook die waren er

Daar in het Raadsel
bij een nieuw – voor mij -
Grieks biertje en iets te
vele even Griekse hapjes
de oeroude gedachte

het moest maar zo lekker niet zijn

De onderweg naar terug
al donker en nog rustig
en de andere cadeautjes
ook loukoumi dicht bij mij
en echt veel knegkedeng

Een dag in September

en het enigma van die andere ontmoeting ...

AMK

Acht op tien

Vorige week had ik een videogesprek met een adviseur van mijn bank. Dat was best een fijne ervaring. Om te verduidelijken, het heeft niets met financiële rijkdom en zware beleggingen te maken.

Ik kreeg het advies waar ik om vroeg en daar kon ik wat mee doen, of niet natuurlijk. Overigens had die persoon best goede looks, een aangename stem en vertelde me op een rustige doch directe manier wat ik wilde weten.

Voilà…. dacht ik. Ik kreeg maandagochtend een feedback formulier in mijn mailbox dat ik invulde. Ik heb geen enkel idee hoe een adviseur van de bank zich hoort te gedragen maar niemand is perfect. Dus alles samen kreeg hij van mij een acht. De ‘verstuur’ knop kreeg een klik.

Voilà … dacht ik. Maandagnamiddag kreeg ik telefoon van mijn bank. Die had ik net gemist.
Dinsdagochtend, klaar voor mijn wandeling –uithouding en stevig wandelen aan het opbouwen – Strava net ingesteld, rinkelde mijn gsm met oplichtend logo van de bank. Ik nam op. Zal wel iets zijn dat ik (weer) vergeten ben, dacht ik nog.

“Goedemorgen, mevrouw Knaepen, hier met V. ChX* van mijn bank. U heeft een enquête ingevuld en u heeft mij acht op tien gegeven”
“Ja dat klopt!” Bent u niet tevreden?
“Het zit zo, als wij op een enquête minder dan negen op tien krijgen van een klant, moeten we hen opbellen om te vragen of er iets is dat ons verbeterpunt kan worden.”
Euhm??” (hardop gezwegen)

“Mevrouw Knaepen?”
“Ja, ik ben er nog. Maar een verbeterpunt zou ik u niet kunnen geven. Het bankwezen is voor mij Chinees, Japans, Kretenzisch dialect (ik versta dat nog altijd niet), dus ik zou echt niet weten waar het fout ging. Acht is omdat het altijd beter kan, perfectie bestaat niet? Toch?“

(hier moet ik er wel bij zetten dat ik niet meer exáct weet wat ik zei, dit is dus naar alle waarschijnlijkheid ietwat uitbundiger)

Meneer V. ChX*  scheen tevreden met dit antwoord. Ik dikte het nog wat meer aan met ‘goed geholpen’ en ‘duidelijk antwoord op mijn vragen’ en kers op de taart (als hij van taart zou houden) ‘ik mag terug bellen als er nog vragen zijn”.
Volgens mij was meneer toen gerustgesteld. Hij bedankte me nog eens en wenste me een fijne dag. Ik hem ook.

Achteraffer die ik ben (zie Annie M.G. Schmidt) dacht ik aan wat ik nog had kunnen zeggen bij wijze van humoristisch afsluiten… U kan het goed maken met een koffietje…

Ik ben wel blijgezind gaan wandelen en heb fors doorgestapt. Al stemt het toch wel tot nadenken, zo’n mentaliteit, als acht op tien niet goed genoeg is…

AMK

*om privacy redenen heb ik zelfs meneer zijn initialen veranderd…

Nootje kraken

Mijn tanden zijn geen notenkrakers en om het half jaar neem ik hen mee naar de tandarts. Regelmatig nazicht en de nodige behandeling helpen om vooraf gekraakte noten wel nog te knabbelen.

Enkele weken geleden was dat half jaar weer voorbij. Helaas werd ik toen geveld door iets nu-al-niet-meer-belangrijk. Ik mocht de afspraak verplaatsen. Dat telefoongesprek ging nogal snel: “27 juni om 14u”, dat was oké en de verbinding werd verbroken.

Gisteren was het 27 juni. Ik ging door brandend weer en hete wind op weg naar de tandarts, tramsgewijs en deels te voet. Ik voelde me als een Eskimo die zichzelf voortsleept in de woestijn (hoewel ik nog nooit een Eskimo gesproken heb, die zoiets gedaan heeft).

Die praktijk bevindt zich onderaan een appartementencomplex, aan de achterzijde. Daar aangekomen zag ik dat de deur met een slot vast zat. Waarschijnlijk ook met een sleutel gesloten, dat heb ik niet uitgeprobeerd, wegens achterlaten van vingerafdrukken. Tegenwoordig weet een mens maar nooit wie nog na komt, de boel forceert (met handschoenen aan, ondanks de hoge temperaturen) en ‘ze’ bij mij uitkomen tijdens het onderzoek.

Ook al houd ik van traagheid, toch was ik gisteren blij met de wonderbaarlijke vooruitgang van de digitale snelweg. Ik vond – onhandig wegens nogal klein klavier op mijn smartphone – op de website van de tandartsenpraktijk dat hij daar op donderdag niet werkt.  

Heb ik dat dan zo verkeerd begrepen? Zou hij juli gezegd hebben i.p.v. juni? Zevenentwintig juli valt op een zaterdag en dan werkt hij ook niet …
Ik ging naar huis, weer via de woestijn; er was geen andere weg. ‘Dat is iets om morgen uit te zoeken’, dacht ik plakkerig.
Weer thuis was ik stiekem blij. Gisteravond was mijn laatste ukelele-les van dit schooljaar en ik zou niet graag daar gezeten hebben met een nog half verlamde mond.

Hedenmorgen opende ik weer die website, maakte een afspraak online en belde hem voor de zekerheid nog eens op om het bevestigd te zien. De tandarts nam op. Oef, er is gelukkig niets ergs gebeurd. Het was een misverstand. De digitale snelweg is niet feilloos. Het systeem had de nieuwe afspraak niet opgeslagen.

Volgende week doe ik weer een poging. Ik heb deze keer wel een bevestigingsmail gekregen. Hopelijk doen mijn tanden het nog. Misschien nog eens een nootje kraken om uit te proberen?

AMK

Buszitje 2 – energievretend zitje

Op een andere dag was ik getuige van een geval van agressie. Aan het station stond de bus voor het rood licht. Iemand klopte op de gesloten deur. Een nanoseconde later werd het groen. De chauffeur reed door. De deur bleef gesloten. Een halte verder was er wisseling van shift. Deze halte is nog te zien vanaf het station. De tweede chauffeur stapte op de bus en praatte even met de eerste.

 De achtergelaten passagier was tot daar gelopen en vroeg  een beetje geagiteerd  aan de eerste chauffeur waarom hij de deur niet opendeed. Ik kon zijn antwoord niet verstaan maar hij liet de jongeman in eerste instantie nog steeds niet verder.

Toch kon hij niet anders dan hem doorlaten. Zijn shift zat er immers op. Deze jongeman vroeg nog eens waarom hij de deur niet opendeed. Toen werd de chauffeur agressief, nam hem bij zijn kraag en duwde hem in het eerste zitje tegen de ruit. Wat hij zei, weet ik niet meer, maar er vielen woorden zoals respect en eerbied en me mijn werk laten doen. Lichaamstaal verheft zich boven woorden.  Stonden ze net iets te dicht bij elkaar op het moment van de vraag? Was de blik in de ogen van de passagier net iets te uitdagend?
Had één van beiden al wat hommeles achter de rug die dag? Had de chauffeur al zelf agressie meegemaakt?

De sfeer in de bus was toen ‘ieder voor zich’ aldus gespannen. Ik vroeg me af waarom het zo moeilijk is om even tot tien te tellen en een poging te doen om rustiger te ademen. Ik hoop dat het mij – in geval van – wel lukt. Aandacht geven aan onnodige situaties is energievretend.

AMK

Bron foto bovenaan: https://busposities.nl/voertuig/delijn_CiteaSLE120H_2251
Bron foto onderaan: hetlaatstenieuws  

Buszitje 1

Regelmatig neem ik de tram of bus van en naar een bestemming en dezelfde weg of een andere weer terug. Bij het wachten op deze of andere lijnbus, -tram, bekijken passagiers elkaar nogal eens. Ik ook. We doen het allemaal zo onopvallend mogelijk. Dat is duidelijk.

Vandaag stond er een nogal verfrommelde figuur te wachten. Hij liep een beetje over en weer en stak toen een sigaret op, zo eentje zonder filter. Dat stinkt! Ik stapte weg van die rook, die uit de sigaret in de mond van de verfrommelde figuur, kwam. Van sommige geuren sigarettenrook krijg ik instant hoofdpijn, vandaar.

In de bus ging ik ver genoeg van hem zitten. Enkele haltes verder stapte hij af. De halte daarna nam iemand anders op dat zitje plaats. En voilà, toen kwam de monoloog, niet hardop uitgesproken en nogal kort – korter dan deze inleiding althans:

Dan zit ge op die bus en ge ziet een verfrommelde figuur afstappen. Bij de volgende halte gaat een nieuwe passagier op die plaats zitten en ge denkt ‘ge moest eens weten wie daar hiervoor zat’. En ge gniffelt, maar niet lang want al snel vraagt ge u hetzelfde af van de stoel waar gij op zit …

AMK

bron foto bus: https://busposities.nl/voertuig/delijn_CiteaSLE120H_2251

bron foto buszitje: https://nl.freepik.com/premium-photo/vooraanzicht-lege-busstoel_32632034.htm

Woordenboekenliefde

Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen.

Deze monoloog

Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat, de betekenis van een woord opzoeken?

Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen.

Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip!
Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op de een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek.

Waar was de /n/ gebleven?

Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open.

Beeld u zich in!

Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden.

Echt sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. Wel gerichter zodat de liefde voor woorden en taal in het algemeen, bij me blijft.

Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU!

En die natrium? Dat is het zout op mijn pata…  woorden!

Eentje dat al eens op de tafel ligt en niet in de kast staat

Foto bovenaan: een greep(je) van wat ik bijhield doorheen de jaren

Valentijn

Vandaag lees ik op de kalender dat het Singles Awareness Day is. Ik stel er me verder niets bij voor. Behalve dat het vlak na Valentijnsdag valt. Dat doet me dan weer denken aan Valentijn die ik twee dagen vóór ‘lievekesdag’ – zoals ik me de 14de februari herinner uit mijn kindertijd – kort doch aanwezig heb ontmoet, op het perron van tram 9 aan Berchem station.

Dat zit zo!

Ik stapte op genoemde locatie uit, samen met andere mensen. De ene stapte één richting uit, ik de andere. Intussen wachtten mensen om op te stappen.
Het perron aldaar is nogal smal. Desalniettemin viel me, door al dat volk heen, op dat Valentijn ook van de tram stapte en tegen de reling achteraan het perron ging leunen. Ik stond nog even stil tussen links en rechts weg stappende mensen. De grote zak boodschappen over mijn schouder bungelend was, helaas, niet plaats besparend. Door de wereld in vertraging te aanschouwen, blijf ik kalm en aanwezig. Iemand zei: “Wacht, die madam moet nog op de tram.” Ik draaide me om. Een vrouw keek me aan, met de vraag nog in haar ogen. Na mijn “Ik hoef niet in te stappen”, ging ieder zijn eigen weg. Valentijn stond nog tegen die reling dit dagdagelijkse gebeuren te aanschouwen. Ik stapte langs hem heen en hij lachte naar mij, mét een knipoog, zo eentje die uitdrukt wat je samen ongepland deelt:

Die drukte toch!

Ik lachte terug en vervolgde mijn weg, half in gedachten. Vanwaar ken ik die man, hij is een acteur… ah, ja in “De helaasheid der dingen” speelde hij de hoofdrol.
Weer thuis, even googelend, duurde het niet lang voor ik het wist; Valentijn Dhaenens. Man man, als ik zo’n vijftien jaar jonger was, ik zou … Ja, wat eigenlijk? Op een tas koffie trakteren, zo eentje met een hartenvorm chocolaatje erbij in een rood papiertje? Een theatervoorstelling bijwonen, dat is realistischer en duidelijk:

De helaasheid der dingen voorbij!

Foto bovenaan: “Liefde is blijven tot het einde van het concert!” Graag gedaan 🙂

Bokkensprongenmonoloog

Waarschuwing: dit kan geïnterpreteerd worden als nonsens. 

Ik stond aan de afwas vanmorgen, echt aan afwassen.
Intussen declameerde ik mijn monoloog van het moment toen ik tegelijkertijd de voorbij lopende en fietsende mensen kon horen en dacht – het raam stond wagenwijd open vanwege de nog frisse ochtend na en vlak voor de hete dagen – dat als nu iemand onder dat open raam bleef staan en die persoon zomaar mijn monoloog afluisterde en wie-weet-welk-verhaal er dan van zou maken en verder vertellen – áls die al zou blijven stilstaan onder dat raam – wie weet dan welke schrijver ermee inspireerde en toen dacht ik nog – zonder het monologisch te verbaliseren – zoals bij het lezen van een zin, een zinsnede, een gedicht, een iets-anders, de gedachte soms bij me opkomt “Dat had ikzelf kunnen geschreven hebben!”, het dan eventueel mogelijk zou kunnen zijn dat mijn – deel van de – monoloog bij die schrijver is beland.

De afwas is voorbij. De monoloog is al lang weg. De bokkensprongen ook. Er is nog geen nieuwe afwas.

AMK

Stilte zonder storm

’t Is stil waar het nooit waait … zeggen ze
Het ene gebeurt, het andere niet, een bezoek, geen bezoek
Het stormt soms, dat gaat weer liggen tot het weer rechtop zit

Zomaar 60 geworden, het gebeurt vanzelf. Zonder feestgedruis, zelfgekozen verpozen. Ik begin er warempel echt van te houden.

In de zomer verjaren heeft voordelen. Vroeger zag ik het als een nadeel. Aangezien velen ergens anders aanwezig zijn, glijdt het mooi en rustig voorbij. Al heb ik dit jaar mezelf getrakteerd op een eersteklasticket naar Oostende. De rit was rustig. De andere wagons waren geluidsvoller.

Ik herinner me nog dat ik toen dacht nog een keer een blogbericht de wereld in te sturen. Maar waarover dan? Wil ik dat vertellen, ondanks de tuimelende woorden en uit elkaar gepuzzelde zinnen die mijn brein bezetten?

Soms probeer ik uit te leggen hoe het in mijn brein werkt, maar – alle goede bedoelingen ten spijt – zwijg ik er liever over. In het Engels is er zo’n term-zin die ik ooit in een opleiding te horen kreeg (allerlei programma’s op pc leren gebruiken): WYSIWYG; “What You See Is What You Get!” Ik veronderstel dat er ook echt niet méér is. Als het niet geprogrammeerd is, zal uw pc het niet tonen.
Bij mensen is het anders. Het kan wel zijn dat u niet meer krijgt dan wat u vraagt. Wel kan het zijn dat er meer is, soms veel meer, dan wat u vraagt … Ik behoud me het recht om dat zelf te kiezen, zonder uitleg. Want ik weet dat het ook omgekeerd zo is. Laten rusten, denk ik meestal. Het toont zich wel als de tijd er rijp voor is.

Met zulke vage dingen zou ik wel een blogbericht kunnen vullen…

Een fotoronde vertelt waarschijnlijk meer … 1. Golfen. 2. Nek-uitsteken. 3. Broertje-in-smoking-kwijt. 4. Hij ging net douchen. 5. Aapje met haar dino. 6. Plopperdeplop. 7. Waar zijn mijn dochters?? 8. Geen paparazzi aub! 9. Vikingen, opgepast! 10. Besties. 11. Ze vlogen met een zucht.

Amen!

Sinds een tijdje houd ik me ook bezig met mijn stamboom. Daar zijn nog veel verhalen te halen, al dan niet te bloggen…

Eén tak van de hele grote stamboom

Ps. Ik heb mijn Woordenrijk onlangs nog eens opgewarmd. Soms rijmt het, soms niet…

Waar zijn de jaren?

Waar zijn de jaren de mooie jaren
waarbij je bloemen droeg in je hart
Waar is de liefde mijn zoete liefde
om ons te verwarmen bij koude

Het zijn niet mijn woorden, het zijn de woorden van het refrein in een Grieks lied, gezongen door Giorgos Dalaras, muziek van Stavros Kouyioumtzis en tekst door Akos Daskalopoulos. (wie geïntereseerd is, kan wel goede informatie vinden bij bijvoorbeeld Skopos.be) .
Het is een lied dat gisteren (3 maart 2023) door Giorgos Dalaras gebracht werd. Eén van de hele vele , in het Luxortheater in Rotterdam.

Waar zijn de jaren?

Er waren toch wel flashbacks naar al die jaren van concerten, de ene ontdekking na de andere, de ontmoetingen; het begin van een niet te stuiten liefde voor dat land, haar taal en haar liederen, die vol verhalen zitten.
Doorheen onze jaren gebeurt er toch wel wat; in de wereld, in ons land, in dat mooie land, in onze families, bij vrienden, in ons eigen lichaam, in de lichamen van onze naasten …

G. Dalaras is mijn allereerste Grieks muzikale ontdekking. In elk lied vond en vind ik nog steeds een stukje geschiedenis, een stukje cultuur, een stukje manier van leven, een kracht, een zijn waardoor ik weer overspoeld raak, in een trechter getrokken en aan de andere kant land in mijn andere thuis.

Bloemen in het hart

Het was ook een memorabele dag om meer dan de vele flashbacks; een meer dan anders aanwezige herinnering aan mijn moeder. Ze stierf in 2006 op 26 februari, een zondag, werd begraven op 3 maart, een vrijdag, dag op dag, zeventien jaar geleden.
Haar doopnaam was Wilhelmina. We liepen over het Wilhelminaplein, gisteren in Rotterdam, vóór het concert.

Wilhelminaplein

Zij was, telkens ze bij mij thuis kwam, net zo aangenaam verrast bij het horen van Griekse muziek, als ik de allereerste keer dat ik Dalaras hoorde.
In het restaurant waar we vooraf lekker gegeten hadden, kregen we nog een pepermuntje, individueel verpakt met opschrift Wilhelmina.
Haar naam is een ander verhaal, ze werd overigens met haar roepnaam genoemd (niet gissen aub), maar het deed me wel heel aanwezig aan haar denken, alsof ze er een beetje bij was.

Om ons te verwarmen in de koude

Letterlijk! We waren veel buiten aan het wandelen. Deze vooraf-uren waren en zijn nog steeds mooie tijden, we rekken alleen de trechter wat op en koesteren er enkele herinneringen bij. Zoals de ontmoeting met de organisator, de ondernemingszin van de ‘jongeren’, de plagerijtjes, de gesprekken, het verheugen op de komende avond… en verrassend nog een M (u weet wel) tegenkomen. Wat een fijn weerzien!

Het gaat natuurlijk om het concert zelf. Het is weer fijn, de sfeer zit er vanaf de eerste noot in . De muzikanten zijn intussen bekenden voor ons, ook diegenen die er niet bij waren. Na de intro van het orkest en het eerste liedje vroeg G. Dalaras of er iemand was die Nederlands/Grieks tweetalig was. Zo was er iemand. Die man kwam op het podium en vertaalde wat G. Dalaras in het Grieks zei. Kort samengevat dat het weer warm voelt om na al die jaren nog zo onthaald te worden. Hij had het ook over het treinongeluk in het noorden van Griekenland van 1 maart. Hij zei dat ‘we in Griekenland altijd muziek maken, bij vreugde én bij pijn’. Toen vroeg hij om een minuut stilte voor de slachtoffers. Als één man stond iedereen recht en boog het hoofd. Dit was de eerste keer dat ik zelfs niemand hoorde hoesten!

Daarna was het een wervelend optreden van bijna alle liederen die we kenden. Meer en meer laat ik het filmen en foto’s maken achterwege, bijna toch… Het bijhouden van de liedjes die gezongen worden en hun volgorde, zoals  in vroegere jaren om vooral alles te kunnen opzoeken en/of verslag uit te brengen, doe ik niet meer. Dat voelde toen goed. Zonder word ik helemaal in het concert gezogen! Warm.

Waar zijn de jaren?

Ze komen soms een beetje terug; ontdekkingen van ons nog onbekende muzikanten.

De bassist Petros Varthakouris

De ‘jongeren’ zijn ons voor. Ze raken backstage met hun LP’s en glunderen met hun gesigneerde exemplaren achteraf. Ik voelde weer wat ik zelf vroeger voelde bij elke ontmoeting. In bewondering ook voor G. Dalaras zelf die er heel kalm en attent bij blijft staan en luistert. Dat hoorde ik toch achteraf.

Helemaal verwarmd weer thuis en klaarwakker aan die kant van de trechter zag ik bijna het ochtendgloren voor ik sliep.
Geen reden tot nadenken hoe mijn leven er zou uitzien met een andere ontdekking toen in de tijd.

Mijn roots en mijn andere thuis; ik ben genoeg zo.

AMK 04/03/2023

Mindere kwaliteit van de foto, niét van G. Dalaras