Stille aanbidding en Griekse Don Juan

Ik heb er niet zoveel mee, de veertiende februari, al zal ik het vieren van de liefde wel aanmoedigen op eender welke dag, eender welke liefde. Liefde voor het leven en verbinding voelen, daar gaat het uiteindelijk om.

Ik schreef er hier! iets over.

Hoe het ook zij, ooit schreef ik wel een kaartje als onbekende aanbidster. Niet dat ik zo hard aan het aanbidden was maar ik vond het wel spannend.

Ik was niet direct een romantische ziel, eerder naïef en een dromer, ook onbekend met de “regels” van de kennismaking. Onder dat voorzichtige van mij, schuilde een beetje avontuur.  Als ik veilig en op afstand kon bekijken, liep ik zeker geen blauwtje.
Dat was die keer dat ik een Valentijnkaart onder de ruitenwisser van een auto stak. Ik kende die auto, vanbuiten, niet vanbinnen. Het was de auto van een jonge gast die als kinesist werkte in het fitnesscentrum waar ik toen ging. Hij was een van de begeleiders. Smelten deed ik niet direct maar hij trok wel de aandacht. Hij was knap, vriendelijk, gemoedelijk, had een mooie lach en was spontaan en vlot in de omgang. Het ontbrak hem volledig aan machogedrag. Dat zal me aangetrokken hebben. Hij zou weten dat ik hem sympathiek vond. Alleen, ik durfde het niet rechtstreeks in zijn gezicht zeggen. Ik zag mijn kans schoon bij Valentijn, door het op die kaart te schrijven en die dan onder de ruitenwisser te steken. Gelukkig was het net gestopt met sneeuwen. Hij heeft nooit geweten van wie die kaart kwam. Wel hoorde ik van een vriendin die daar toen was, dat hij erover verteld had en zich afvroeg van wie hij die kaart kreeg. Erg vond ik het niet. Maar ik had dan ook nog geen spierkramp gehad en me laten masseren. Wie weet hoe ik er dan over dacht?

Een andere keer, vele jaren later en na enkele Ithaka reizen, zat ik te wachten om in te schepen in mijn vliegtuig van Athene naar Brussel. Het was nog in de oude luchthaven. Mijn reisgenote en ik hadden Nieuwjaar gevierd en reisden begin januari terug. Zij herkende iemand die ook bij onze vlucht aan het wachten was en riep hem. Het was een Griekse man, een knappe Griekse man, een vrijgezelle knappe Griekse man! Ik volgde het gesprek en onthield zijn naam en familienaam en waar hij woonde. De reisgenote bleek meer geïnteresseerd in zijn broer, aan het gesprek te horen.
Toen het bijna Valentijn was, dacht ik er weer aan. Waarom zou ik niet nog eens een kaart schrijven? Gewoon een beetje de maand pimpen, me vrolijk voelen. Kwaad kon het zeker niet. Het werd een tekst in het Grieks, waarin ik vertelde dat ik de ontmoeting met hem in de luchthaven van Athene vlak na Nieuwjaar zo fijn vond. Ook al had ik niet zoveel gezegd. Helemaal onderaan, in piepkleine cijfertjes schreef ik het nummer van mijn eerste gsm. Na enkele weken was ik het al bijna vergeten toen iemand – met een voor mij onbekend nummer – me opbelde. Dát hij me opbelde, gaf me meer een boost dan dat hij het was. Misschien dat ik daarom afsprak. We hebben elkaar een paar keer ontmoet, heel gewoon iets gaan drinken. Intussen had ik ook al over zijn reputatie gehoord; trouw zijn stond niet in zijn woordenboek, ook niet in zijn Grieks woordenboek. Hij was aangenaam gezelschap, dat wel maar toehappen deed ik niet. Daar liep het contact dan ook spaak.
Een hele tijd – jaren – later kwam ik hem nog eens tegen, gewoon op een terrasje waar ik ook iets zat te drinken. Hij ging trouwen. Hij ging trouwen met een Griekse vrouw. Die vrouw had hij daar leren kennen en zij kwam naar België. Ik weet niet hoe trouw hij haar was of niet. Wat ik me wel herinner, was toen hij en zijn kameraad opstapten, hij langs mij heen liep, even zijn hand op mijn schouder legde en me ‘het allerbeste’ wenste. Toch volwassen geworden, die Griekse Don Juan?

Liefde is …

Liefde is … delen 😉

foto bovenaan: Liefde is blijven tot het einde van het concert.

Week van de poëzie – 3

Een gouwe ouwe heb ik opgevist. Het was vandaag een zeer boeiende studiedag van Melanoompunt. Dat was heel gevarieerd en er zal in ons boekje zeker nog iets over geschreven worden. Ik ben er (nog) stil(ler) van geworden, van zoveel inzet.

Als tegenhanger voor de leerrijke dag, zocht ik net naar plezanterietjes uit mijn jeugd, waarvan ik er graag eentje met u deel. Mijn moeder vertelde al eens graag over vroeger en hoe gezelliger de sfeer werd, hoe meer ze vertelde. Mijn vader hield van zijn wittekes (jenevertjes van het welbekende Hasselts merk).

’t Is goed in het eigen glas te kijken

’t Is goed in het eigen glas te kijken
nog even voor het slapen gaan
of ik van ’t randje tot de bodem
geen druppeltje heb overgeslaan

’t Is goed in pa zijn glas te kijken
nog even voor hij slapen gaat
of z’n witteke nog wit is
of inmiddels al soldaat

of we het vocht hoorden vloeien
gloek gloek gloek van fles naar glas
gloek gloek gloek van glas naar mond
een druppeltje is zo gezond

’t Is goed in ma haar glas te kijken
nog even voor zij slapen gaat
van wel brouwseltje zij dronk
en hoe haar dat dan staat

of haar glaasje toch gevuld blijft
met witte wijn of fruitcocktail
de geschiedenis rolt dan uit haar mond
over vroeger weten wij nooit teveel

’t Is goed om in ons glas te kijken
nog even voor wij slapen gaan
of het nu wijn is, bier of water
zolang dat brouwseltje maar smaakt

AMK – ergens in de jaren stillekes, volgens mij was ik nog scholier in het middelbaar of hoogstens student. Ik heb dit waarschijnlijk als ‘Kerstvrouw’ voorgedragen bij het delen van de cadeautjes.

ik kan me mijn ouders zoals op deze foto niet herinneren; toch wel fier dat dit mooie koppel van weleer mijn ouders zijn

Week van de poëzie – 2

De dagen zijn zo

Om zo te leven
natuurlijke winterdagen
vadsig lui nog even
vóór ze vervagen

de lente komt wel, dat is dán

Nu het donker nog even kan

lezen op die luie winterdag
schots en scheef verdwenen
de achttiende eeuw wil mij even lenen
of die pen van mij gaat zelf aan de slag

ja!
de seizoenen zoals het hoort
in deze maanden
Nu me steeds meer bekoort

AMK – 28 januari 2022

Mijn Nu momenten tegenwoordig

Bedankt voor het lezen! Kijk even Nu zonder meer. (hier is mijn scherm aan een poetsbeurt toe 😉 )

Week van de poëzie

Morgen is het gedichtendag en begint de week van de poëzie. Daarom grasduin ik tussen nu en dan in mijn schrijverijen en doe ik een poging om er enkele te delen.

Het gedicht dat ik vandaag deel, schreef ik in januari 2019, een (flauwe) poging om mantinades in het Nederlands te schrijven. Ik heb overigens wat gezocht. Volgens mij heb ik het nog nergens ‘openbaar’ gezet… 😉

Welk verhaal

Welk lied wordt nog geschreven
Welke woorden zijn nog kuis
Om te zingen over zwerven
In het land – m’n andere thuis

Welk woord kan ik nog schrijven
Zoekende naar een verhaal
Dat van jou, van haar, van hem
In onze bundel allemaal

Welke zwerftocht zoekt mij nog
Door mezelf en door mijn ziel
Dichterbij dat klein verhaal
Mij verlatend toen ik viel

Welke rust zal ik nog loven
Met blije ziel en slim verstand
Beiden wetende zo goed
Het hart tracht eeuwig naar dat land

AMK januari 2019

Hypochonder

Het mag al eens Taboedoorbrekend zijn 😉

Er is dan wel de melanoom
stabiel tot nu, dat is heel gewoon
verder is het wel oké
dat valt dan weer mee

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Op dat akkefietje na toen, die pijn
even niet meer in evenwicht zijn
dat adertje in mijn kop
sprong zomaar kapot

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Alleen ben ik echt al tweemaal
onder ’t grote mes gegaan
die kleintjes doen niet mee
plaatselijk doof was het idee

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Wat met mijn hoogsensitieve kant
dat is soms wel iets te plezant
zo zegt mij mijn migraine
wat is dat toch een chagrijn

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Als ik het zo bezie, is dat litteken op mijn knie
of dat jeukje op mijn vel, waarover ik nooit vertel
of de droge huid die krasjes laat en het niezen mij zelden verlaat
of de kromtrekkende rug, de energie van olifant tot mug

helemaal niet zo bijzonder, al dat gedonder
want …

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

AMK – 22-01-2022

’t Is me allemaal wat… 🙂

In tegenstelling (soms) bestaan

Vijf minuten léven

                                            Vijf dagen beven

Tien dagen lachen

                                            Tien weken in twijfel zigzaggen

Vijftien weken gewoon blij zijn

                                            Vijftien maanden (te) voorzichtig klein

Twintig maanden avonturend reizen

                                           Twintig jaren enkel de berusting prijzen

Vijf minuten of tig jaren van bewonder

Zoals dat heet, in goede dagen of soms er zonder

(schizofrene dag vandaag 😉)

posters verdonkermanen is plezant 🙂

De laatste omarming van 2021.

Het is één van de lastigste blogs van het jaar 😉 (foto boven: Ooit las ik kerstgedichtjes voor voor iedereen die naar ons kerstfeest kwam)

Wat zal ik schrijven in dit jaar met tegenstellingen? Tot ik ontdek dat het net dát is wat bestaanszichtbaarheid geeft.

Wat me nu te binnen valt, is het deelnemen aan de redactie van Melanoompunt. Daaropvolgend de ontmoetingsdagen die ook weer verhalen opleverden. Meestal fijne verhalen, vooral van verbinding. Ons lot wilden we liever niet. Toch doet net de verbinding omwille hiervan deugd.
U kan overigens nog steeds de vijf nummers lezen op de website van Melanoompunt. Helaas waren er ook droevige verhalen; we hebben afscheid moeten nemen van een aantal lotgenoten. Dat blijft confronterend. Tegelijkertijd is er dankbaarheid om hen te mogen kennen, stuk voor stuk dappere, lieve, empathische mensen.

Er was de ontmoeting met mijn twee nieuwe nichtjes, geboren in 2020. Eindelijk! En nog meer familiale ontmoetingen. Wanneer vanzelfsprekendheid wegvalt, is deze moeite doen om familie-ontmoetingen te bewerkstellingen weer een fijne bezigheid.

De ontmoeting met de M’s! Zolang er goesting is in meer, blijven we proberen. Hier schreef ik erover. In 2022 – zo bid ik tot de weer- en andere goden – ontmoeten we elkaar weer. Het staat op de tickets geschreven… Graag ook ervoor en zeker erna. Deze ticketervaringen kan je alleen maar delen.

Bij het overlopen van mijn blogberichten van 2021, merkte ik dat ik meer geschreven heb dan het aanvoelt. Ook in mijn Azerty-profiel heb ik heel wat neergepend. Ik werd zelfs één keer ‘Tip van de Week’. Over wat ik allemaal nog in aanloop heb, schrijf ik nu niet. Ideeën te over, dat wel. Ik geloof in verhalen, waar ze ook ontstaan, waar ze ook verteld worden, wie ze ook schrijft, leest, hoort, voelt.

Ik ben projectjes gestart, sommige doe ik verder, andere zijn voorlopig stil gevallen. Een les die ik zacht en hard (!) gevoeld heb; ik heb maar één grens, de Mijne.

Waarover kan ik nog schrijven? Verhalen, columns, cursiefjes… Noem het en ik word er horendol van. In deze luie periode overstelpt worden met woorden, ben ik vooral aan het lanterfanten. Nog een tegenstelling. Toch, naar het schijnt is dat lummelen gezond in de donkere dagen. En gezondheid, daar doen we veel voor, toch? Al doe ik nog wel dagelijks een redelijke wandeling.

Er zijn nog meer tegenstellingen. Gewoon mijn ervaringen. Ik houd bijvoorbeeld van regen én van zon. Ik vind de seizoenen allemaal tof, zeker als ze zich vertonen in de tijd van het jaar dat het zo bedoeld is. Het is tenslotte aan de mens zelf om zich aan te passen en zich naar die mooie Aarde te schikken.

Ik dank u allen, die mijn kronkels gelezen hebben, erop gereageerd hebben. Ik dank u, die zelf geblogd hebben, dat ik mocht meekijken in dat stukje van uw leven. En doe een warme doch niet dwingende oproep naar de stil geworden bloggers, ik mis jullie.

Ik wens u een fijn, vredig, vrolijk, rustig, bruisend eindejaar, op welke manier u dat ook graag (niet) viert. Dat 2022 een jaar mag worden waarin u hindernissen kan overwinnen.

Tot volgend jaar! 😘

Ik ben écht een heel serieuze…

Tegenstellingen

Omarming van schaduw geeft licht meer zin
De zon en de regen kom ik beiden graag tegen
Het monster en de engel, ze zijn er ook bij
Ze niet ontkennen, dáár ben ik vrij

Ik zat op de bodem, vloog hoog in de lucht
Het ene te donker, het andere ’n klucht
Die tegengestelden, ze zijn er ook bij
Daar bruist het leven, dáár ben ik vrij

Al ben ik een rare, gevaarlijk toch niet
Ik hou van plagen én vreugde én verdriet
Die tegengestelden, ze blijven bij mij
Dat wikken en wegen, daar ben ik blij.

Ik ben niet moedig, geen held noch een straffe
Toch niet zonder laf zijn, of moe of kwaad blaffen
Enkel mijn zijn, met u er ook bij
Dat wil ik schrijven, dáár ben ik vrij.

AMK 20211230

Wie het kleine niet eert … ik wens iedereen zijn/haar eigen WinForLife! (met dank aan mijn nichtje voor het originele kadootje)

Wandelen in de wolken van het park.

Omdat het ‘stilstaan’ deugd doet, rommel ik even verder tussen overprikkeling en – echt waar – heerlijke verveling.

Nog zo eentje die ik graag schreef en de finale van een wedstrijd niet haalde. Het is dus weer deelbaar. Heeft delen niet zo het effect van vermenigvuldigen? In alle onbescheidenheid hoop ik het 😉

Geniet!

Wandelen in de wolken van het park.

Het malse gras, de blauwe lucht, de vogels, voorbij schuivende wolkjes. Ik dwaal af, verder dan ik kijken kan.

Een verlaten strand in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

Die familie ontvangt weer gasten; vanaf ’s middags passanten, voor schaduw en koelte tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Hoe zou het met mijn vrienden gaan?

Andere wolken brengen andere beelden van mijn andere thuis.

Warempel! Didier! ‘Bonjour, kalimera!’ Nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met keramiek. Dan stoor ik hem niet. Kijken mag.

Langs scherpe bochten rijd ik naar Manoli en Rina voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes.

Nog een strand. Michali met de luit is er weer! Ik zal bij dageraad wel honger hebben, na zo een muzikale nacht.

Het malse gras, de blauwe lucht, de wolkjes, wolken, donkergrijze massa! Mijn eiland regent weg.

Dit staat ook op Azertyfactor, voor degenen die me daar volgen. Het is een bewerking van iets dat ik schreef in een workshop (Vijf + drie ingrediënten).

Ps. De foto is uit een zomervakantie 2012 op ‘mijn’ eiland. Nog zo’n mijmering.

Bedankt voor het lezen en geniet, al is het maar één moment vandaag!

Blanke Westerling, waar ben je bang voor?

Als huiswerk voor de schrijfcursus ‘Column schrijven’, schreef ik er eentje over de bange Westerling. De titel heb ik veranderd in wat het nu is. De prent hieronder haalde ik uit de Facebookpagina*van*de*Volkskrant. Hij is van Peter Van Straaten. Als de tekst niet duidelijk is, er staat: ‘Ik ben geen vluchteling, ik woon al twintig jaar naast u.”

Mijn column zette ik op Azertyfactor. Klikken op deze link brengt u naar de column.

Ik schreef nog wat meer de afgelopen – hier afwezige – weken. Daarvan vindt u ook nog wel wat op mijn profiel bij Azertyfactor. Bijvoorbeeld, Het Bankje, die dialoog waarover ik het een tijd geleden had, die diende voor de gelijknamige wedstrijd. Ik was niet bij de winnaars, maar wel iemand die samen met mij de cursus ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’ volgt. Haar verhaal wordt uitgevoerd in een podcast. Een andere cursist haar verhaal staat in een Sprookjesboek, ook via een wedstrijd verkregen. Schrijven, inkt, zweet en soms tranen (ook van het lachen), het loont. Zelfs een fijne positieve feedback of eentje vol goede tips; het motiveert allemaal.

Verder kan ik u meedelen dat ik trotse medewerkster van de redactie van Melanoompuntjes. In juni verschijnt de volgende editie. Ik houd u op de hoogte.

Een groot lichtpunt na een jaar van wel zeer beperkte mogelijkheden tot fysieke ontmoetingen, was een gast op bezoek en niet zomaar iemand, een heuse M! (herinner u het verhaal over De Vijf M’s).

Afstand iets dichterbij gehaald

Schrijven wordt vervolgd…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…