Schrijven 4: Nog een ingrediënt.

In de laatste les ging het over taaltransparantie. Duidelijk taalgebruik dus waarbij de lezer zich zowat onmiddellijk een beeld kan vormen. De zintuigen helpen hierbij. Eén van de opdrachten ging hierover. Een kort verhaal, cursiefje, iets anders schrijven over het eten van een ijsje. Als ik de weersverwachting mag geloven gaan we een zeer zomerse week tegemoet. Ik wil u op een ijsje trakteren, het ijsje in mijn verhaal. Aangepast na de feedback.

Deze herinnering (tijdens een winter in Kreta) inspireerde me.

‘Tingelingeling, luister hoe ik vrolijk zing!’ Leentje huppelde in de zon over de stoep.

De ijskar was in aantocht. Zo opwindend! Welke smaak zou ze vandaag kiezen? Zou Jan de ijsjesman alle kleuren bijhebben? Het water stond al hoog in haar mond.

Het belletje klonk licht en vrolijk door de straat. Leentje kreeg visioenen van zoete koude aardbei en volle banaan, heerlijk smeltend in haar mond. Haar buikje kriebelde al bij de gedachte.

Jan de ijsjesman zette zijn kar stil.

‘Wat zal het vandaag voor de jongedame zijn?’

Leentje snoof diep. Ze keurde de prentenkaart. Haar ogen twinkelden. Welk ijsje zal het worden?

‘Drie bollen vandaag!’ Ze staarde verlekkerd naar het smurfje.

‘Heb je die ook met het rode mutsje bij?’

‘Zeer zeker, een smurfje voor de jongedame met een rode muts’.

‘Dan nog een straci stracia … die met de chocola die naar koffie smaakt, ’t is voor mijn papa.’

‘Mokka?’

‘Ja die. Eén bol alstublieft.’

Ze wist het niet meer. Was het nu die witte met chocoladestukjes of die bruine die naar koffie smaakt? Papa smikkelde zijn ijsje toch altijd op. Wat zij en mama ook meebrachten.

Het ijsje smaakte. De geuren van het smurfje met zijn rode muts prikkelden haar neus. Alle smaken  bubblegum die ze kende, proefde ze. Ze smakte van plezier bij elke lik van het blauwe koude goedje. Haar lippen waren bijna net zo blauw. Dat er mensen bestaan die dat niet lusten. Echte kauwgum kreeg ze toch nog niet. Papa noemde het chiclet maar dat was een woord van vroeger.

‘Als je acht bent, mag je chiclet.’ Ze hoorde het hem weer zeggen. Maar goed dat er smurfjes waren die ijsjes maakten van hun blauw.

Zo, nu het rode mutsje. Wat een verschil. Mierzoete koude frambozen plakten tegen haar gehemelte. Ze rilde ervan. Zouden de smurfenmutsjes ook zo kleven op hun hoofdjes?

Plots besefte ze dat ze nog stilstond. Oei! Het was nog maar twee keer gebeurd, dat ze alleen tot aan de straat mocht en een ijsje kopen. Nu mocht ze er ineens twee bestellen. Ze stapte zo snel ze kon. Onderweg slurpte ze gretig verder van haar ijsje.

Twee minuten later ging ze thuis binnen. De schuifdeur stond gelukkig nog helemaal open.

‘Kijk papa! Jouw koffie met chocolade ijsje.’ Leentje hield het hoorntje fier omhoog.

‘Ah! En waar is de bol dan? Helemaal in het hoorntje gevallen?’ Papa’s lippen krulden een beetje.

Ze staarde verwonderd met één oog in het hoorntje. Er zat nog een klein restje in.

‘Maar daarnet was het er nog helemaal!’

Heerlijk om in het kind-perspectief te schrijven. 🙂

Wandeling

Ik maak al eens een wandeling. De laatste maanden vooral hier mijn buurt. Soms kijk ik rond, soms stap ik in mezelf gekeerd stevig door. Ik heb het lente zien worden en stilaan zomer. Ik heb het vooral gevoeld. Kriebelig, warmer, droger soms natter. Van kale bomen tot volgroene zwaar uitziende takken. Alles ziet er vól uit. Zelfs de regen voelt vol.

Ik maak al eens een wandeling, doorheen het dolle gewirwar van het internet, van Google, over Whatsapp, Facebook, ‘gewone’ email, schrijfwedstrijden tot, mijn favoriete, blogs. Soms vind ik er diepzinnige uitlatingen, soms grappige anekdotes die een zinvol bestaan uiten, kunstzinnige uitspattingen, dagboekverhalen, avonturen tijdens de lockdownperiode, … en een enkele keer kom ik iets speciaal tegen. In Talle’s Arts Community – https://www.facebook.com/tallesarts/ kwam ik een link naar een website van Brigitte Povel tegen, een kunstenares. Ze woont en werkt in Nederland. Omdat ze, naar eigen zeggen, teveel schilderijen in haar schilderhok heeft, ruimt ze op en geeft ze elke maand één schilderij weg. Het enige wat je hiervoor moet doen, is een verhaal schrijven. Vertel waarom dat schilderij voor jou is, waar het je aan doet denken …

Ik wandelde er virtueel langs in mei. Ik zocht, herschreef naar eigen interpretatie mijn tekst bij, verstuurde en kijk … ik, ja ik won! 😊

De reden waarom ik uit een Grieks lied putte? Het voelde zo aan. Dat is mijn les. Het voelt zo aan! Het is een lied dat ook door mij heen wandelt. ‘Als er een reden is.’ Ik voel soms teksten, zinnen, woorden als universeel aan. Bij dit lied ook, ook al zal het zo niet bedoeld zijn bij het schrijven ervan.

Door de toen nog strengere maatregelen kon ik het niet zelf gaan ophalen. Met de bereidheid van mijn zus haar zoon, die in Nederland woont, is het wel tot bij mij geraakt, sinds vorige week toen de grens weer open was voor familiebezoek.

Ziehier mijn winst (beetje naar beneden scrollen) en ineens de uitdaging voor deze maand (bovenaan): http://www.brigittepovel.nl/Gratis%20schilderij.htm

Wat doet u naar het universum kijken?

Schrijven 2: lichttaal.

Als het rommelt…

“Er spookt veel tegelijk door mijn hoofd. Dat stemmetje dat ‘moet’ tegen me zegt. Er gebeurt dan niet veel meer. Blokkades benemen me bijna letterlijk de adem. Ik pieker me suf waar dit nu weer vandaan komt. Wandelingen, fietstochtjes, beweging, het borrelt, … tot ik doodmoe in de zetel neerval, of op mijn bed en als een blok een uur of langer slaap. Veel te diep. Zo’n slaap waarbij ik als een zombie wakker word.” Dan weet ik het weer … ik moet het niet weten met mijn hoofd.

Dit is een van de dingen die ik aan het begin van mijn ziekte en tot bijna twee jaren erna heel vaak voelde. Vooral in het begin want toen had ik die fysieke mogelijkheid helemaal niet om te wandelen of te fietsen. De energie bleef opgekropt.

Het is één van de dingen die me soms nog overkomen. Nu voel ik dat het er mag zijn, zonder meer, zonder toestemming of verbod.

Vorige zaterdag volgde ik weer een workshop bij Joey Brown, weer online via een Zoommeeting. Dit keer was het thema Lichttaal of Soulwriting. Me niet goed voelen, is niet fijn. Natuurlijk niet. Zeker niet als ik pieker over de oorzaak.

Wat doet lichttaal met mij? Ik wil hier een ervaring delen van de Zoommeeting.

We waren met drieëntwintig, allemaal mensen met een intentie. Ik voelde me even ‘betrapt’. Oei, ik heb geen duidelijk verwoorde intentie. Moest dat? Maar dat was niet nodig. Gewoon zin hebben in de dag was voldoende. Toen kwam de intentie vanzelf. Wat zit er in mij dat ik nu nog niet zie? Dáár was ik nieuwsgierig naar.

Nu ik het zo neerschrijf, kan ik me zelfs niet alle stappen van die dag meer herinneren. Ik heb ze ook niet opgelijst. Zo gretig om me onder te dompelen in de lichttaal, deed ik gewoon mee zonder het vast te leggen.

We maakten kennis met lichttaal, vertrekkend uit de punt met de pen op papier en een kernwoord.  Wat vooral belangrijk is – en waar ik wel een paar keren moeite mee had die dag – was loslaten van gedachten, zo nodig een pasklaar antwoord willen. Als dat loslaten lukt, komt de beweging. Ik kon het verschil tussen de eerste oefening en de volgende goed merken. Mijn leesbril afzetten hielp mij. Ik was toch aan het schrijven, geen leesbril nodig dan. Door het onscherp zicht liet ik de controle los.

Er zit geen duidelijk leesbare boodschap in, zoals in een brief, dagboek of zelfs mijn schrijfmeditatieboekje. Het is niet in letters en woorden. De richting is van rechts naar links. Laat de pen maar bewegen.  Soms kan er wel een woord komen.

Ik voelde geen kritiek op wat ik zag, dat het lelijk of mooi was. Het loslaten van de controle over wat er gebeurt, was een heikel punt. Voelen wat je voelt en er niet direct een gebeurtenis op kunnen plakken is op het eerste zicht frustrerend. Als ik dat loslaat, kan ik het voelen op zich door laten, waar het ook vandaan komt. Het één en ander komt los en dat maakt plaats in mijn hoofd. Dan kan ik verder, een laagje dieper.

De groep werd ook twee maal in vier kleinere groepen gezet, zodat we ervaringen konden uitwisselen over een bepaalde oefening.

Voor mij was het een verrijkende ervaring. Het tigste bewijs dat gewoon ‘zijn’ kan. Zonder oordeel of zelfs duidelijke reden. Dat doe ik weinig, gewoon kijken naar wat is binnenin mij en het laten bestaan zonder waarde te geven zoals mooi of lelijk of wat is dat nu?

Een ander aspect dat ik al eerder ervaren had en ook aan bod kwam, is lichttaal schrijven als ik heel moe bent en mijn gedachten me overdonderen. Dat weet ik dat niet goed zal slapen. Een kwartier schrijven zonder meer helpt de muizenissen een uitweg geven.

Ik hoorde toevallig zondagochtend Hilde Van Mieghem op de radio in De Rotonde, vertellen over haar corona-tijd en tijd in Italië. “Ik moet niks.” En gepieker over kuisen, afwassen, eten koken, en dit en dat, was verdwenen. Zelfs als single voel ik die criticus nog te vaak😉.

En u? Nieuwsgierig geworden? De ervaringsdeskundige en top begeleidster in deze materie vindt u in deze link.

Schrijven: 1. het innerlijke kind.

en andere schrijfmeditaties.

Verbannen naar ons eigen kot. Met uitbreiding de bubbel, en nog verder waar het onlogisch lijkt om te zijn. Wie maalt er nog om verbanning?

Vele dingen zijn nog dezelfde, andere veranderen. Wat in mijn leven een grote plaats inneemt, is schrijven. Het maakt zowaar niet uit wat ik schrijf, hoe ik schrijf en waar ik het doe. Wel dát ik het doe. Bijvoorbeeld hele monologen in mijn hoofd om dan te schrappen, te laten wegwaaien over de voetgangers- /fietsbrug of in denkballonnetjes achter me aan of voor me uit.

Het helpt me om dingen los te prutsen in mijn binnenste, niet enkel zwartgalligheid, ook drukte in mijn hoofd, muizenissen, …

Ik neem u even mee in mijn vindtocht – eerste aflevering:

Schrijfmeditatie.

Hierover schreef ik al eens eerder, vorig jaar. Laat mij u trakteren op een bijzondere ervaring.

Vorige week zaterdag nam ik deel aan een dag begeleide schrijfmeditatie, met thema ‘het innerlijke kind’. De workshop was online via een ZOOM-link, vooraf verstuurd.

Gewoon lekker thuis, zitten, liggen, hangen, waar en hoe ik wil. Met een beetje fatsoen want ik ben wel in beeld. Het enige wat telt, is me comfortabel voelen, niet gestoord worden (gsm op stil) en een schrift en pen dichtbij hebben. Er waren mensen van verschillende leeftijden, hoewel ik vermoed dat de meerderheid vijfendertig plusser en ouder was.

Ik had eerder al wel geschreven met het innerlijk kind. Dat was heel leerrijk. Wie was ik toen ik kind was? Wat heeft dat kind nodig? Heb ik een oordeel? Wat herken ik nog? Ik geef u een voorbeeld uit ‘eigen werk’. Ik sprak het aan met mijn kindernaam en vroeg of het mij nog kende (al schrijvend), vroeg wat het voelde die keren dat het heel boos was. Zonder oordeel of dat kind toen stout was of niet, gewoonweg wat het echt voelde. Dan komt er echt wat los. Toen ik de allereerste keer zo schreef, voelde ik me belachelijk, maar ik zette door. Zo kon ik sommige dingen beter benoemen en ook loslaten in het besef dat ik dat kind van toen, nu beter begrijp en dat het oké is. In die workshop vorige zaterdag was er de opdracht bij om een brief van het kind aan de volwassene die ik nu ben te schrijven, met de tegengestelde hand. Voor mij is dat mijn linkerhand. Toen ik het las, was het net of ik een werkje van mij uit het tweede leerjaar of zo las, dat handschrift !! 😉

Ik bots (iets) minder op uitvluchten als me iets gevraagd wordt waarop ik volmondig neen wil zeggen. Of me voor zoveel verantwoorden wat ik niet wil of noodzakelijk acht.

Anderzijds zie ik ook makkelijker een onderliggend gegeven bij anderen, ook al ken ik dat niet concreet natuurlijk. Schuld, boete, gelijk, ongelijk, fout, goed, onschuld zijn snelle oordelen die, hoewel onaangenaam, toch vaak een achtergrond hebben, die we zelf vaak niet onmiddellijk begrijpen.

Voelt u zich aangesproken? Neem een kijkje op de website van Joey Brown, over het innerlijke kind. U kan er alles vinden over schrijfmeditatie en zelfs gratis dingen downloaden. Als het aanspreekt, ideaal om eerst eens rustig te bekijken.

Schrijfmeditatie kan overigens met allerlei thema’s. Voor mij voelt het aan als extra zuurstof en er komt ruimte in mijn hoofd. Ik doe het sinds de lockdown weer echt elke ochtend. Ik hoor bijvoorbeeld al te vaak een stemmetje in mijn hoofd tateren, de afwas staat er nog, de strijk is nog niet gedaan, maak nu eindelijk eens die spaghettisaus, straks zijn die groenten slecht, ga eens naar buiten, …. Al schrijvend kan ik er mee lachen, niet uitlachen want op een keer strijk ik heus wel en die saus is in de maak. Het maakt ruimte vrij om effectief dingen te doen, de fijne dingen en de moetjes. Daarbij komt nog dat ik steeds minder last heb van het in semi quarantaine zijn.

foto van vorig jaar.

Het gaat nog dieper dan de voorbeelden die ik aanhaalde, er is veel meer te doen met schrijfmeditatie. Er is het boek ‘Schrijven naar bewustzijn’, dat voor mij een goede handleiding is. Ik neem het nog regelmatig vast, om verder te gaan of terug te grijpen naar een oefening. Zelfs als het druk is, tien minuutjes, vijf zelfs is genoeg om even bij jezelf te komen.

Het houdt me niet gegarandeerd uit de put. Het belet me wel om daar te gaan draaien in het donker en zelfmedelijden te hebben.

Overigens voel ik ook een beter contact met het fictie schrijven (beginnend amateur) en creatief dagboek. Ze zijn verbonden. Mij naar een onbewoond eiland sturen? Geef me maar genoeg pennen en schrijfboekjes mee 🙂

En u? Waarin vindt u zichzelf weer?

Een dystopisch verhaal

Ze staarden door het raam, de ene met ontzetting en walging, de andere staalhard, naar het drama dat zich in de straat afspeelde.

Mensen die hun hoofd vastgrepen, anderen die braakten en nog anderen die al neervielen, statisch als geëlektrocuteerd, met korte krachtige naschokken.

Er brak paniek uit bij andere voetgangers, elkaar overrompelend om snel thuis te zijn.

Auto’s vonkten. Chauffeurs kwamen eruit gekropen alsof het kort bij de grond veiliger was. Fietsers, tijdig van hun rijwiel gesprongen, gingen eveneens platliggen. Anderen kregen een schok en vielen tezamen met hun fiets als een strijkplank neer.

‘Oh My God!’ schreeuwde de CEO. ‘Wat hebben we in ’s hemelsnaam gedaan?’

‘Er is geen weg terug nu! Hier zit te veel geld in.’

‘Maar al die lijdende mensen, al die doden. Is dit de tol die we ervoor moeten betalen? Er was al zoveel commentaar op de vorige versie en dié werd afgevoerd.’

‘Ja, en met reden. Ik vertrouw op míjn medewerkers, wetenschappers die zich ook om de economie bekommeren. Jij bent er één van!’

‘Maar u krijgt dít toch aan niemand verkocht?’ Zijn stem kraakte.

‘Niet moeilijk doen! Weet je hoeveel geld mijn land geïnvesteerd heeft? Trouwens, wat moeten we met al die zwakken? Tijdens de coronacrisis zijn er ook zoveel mensen gestorven. Het is een natuurlijke selectie. Dat was toen en dat is in deze testfase ook. Vertrouw me!’

Zelfvoldane smoel! Stieg vertrouwde het helemaal niet meer. Alsof president Steel gewetenspoeld was. Straks zou hij nog bij die zwakkeren gecatalogeerd worden. Dan ging hij samen mét zijn gezin eraan. Hoeveel Joden werden door deze denkwijze wel vermoord?

‘Wie heeft trouwens de economie gered na de vorige crisis?’

‘Ja natuurlijk, dat was fenomenaal, na alle ellende.’ Maar tegen welke prijs? Zijn geweten en zijn overlevingsdrang waren in zwaar conflict.

De nieuwe wereldleider keek de trillende, in zweet badende, man naast zich neerbuigend aan. Had ik nu al maar absolute macht. Stiegs idee had nog één aanpassing nodig. Daarna werd hijzelf overtollig.

Dan kon de formule gebruikt worden naar zijn grote ambitie. Natuurlijke selectie van deze eeuw! Veel efficiënter dan de Dettol van Trump. 

‘Er is nu geen weg terug! Denk aan de toekomst, aan je kinderen!’

‘Ja!’ zijn stem nu geforceerd onder controle, onder dit dreigement. ‘Ja, natuurlijk. U heeft volkomen gelijk.’ Ik ben een verdomde lafaard! Had ik die 6G maar nooit uitgevonden.

De bezigheden die me bezig houden.

Omdat alles over De Bitch al gezegd is, omdat alle drukte eromheen, van commentaren op beslissingen, tot in opstand komen, tot de goede sociale daden, tot uitdagingen op allerlei sociale media, van wat afstand is van wie wel en van wie niet, omdat … voorál omdat ik er afstand van wil nemen, doe ik in-mijn-kot dingen. Zoveel mogelijk toch. De opruim, koken, afwassen, de was, de strijk, alle saaie dingen waarbij je (Griekse) muziek kan draaien en luidkeels er je buren mee kan ergeren (maar ze mogen écht melden wanneer het te luid is of te lang duurt). En af en toe ga ik wandelen en fietsen.

Af en toe probeer ik te tekenen. Doorheen de opdrachten van het creatief dagboek ontdekte dat ik het best wel fijn vind om iets meer te proberen tekenen dan bijvoorbeeld een stokmannetje. Ineens maar een portret of zo.

Ik heb voor het gemak een ultrakorte lesbundel van internet geplukt en ben losse aangezichtsdelen beginnen oefenen. Niemand hoeft het al te zien.

Oefenen maar tot ik de onderdelen in een gezicht zette. Zo kwam ik aan enkele portretten van mensen die ik totaal niet ken. Zou ik heel voorzichtig toch maar een portret proberen van iemand die ik wel ken? Laat ik met mezelf beginnen. Oeps, dat ben ik niet. Nog eens proberen. Wie is dat? Niet één trekje van mij. Nog een keer dan maar? Maar allez, ik zie er niet uit. Dat ben ik niet. Niets klopt en dat wat klopt past niet in het geheel. Tot ik op het idee kwam van te foetelen*. Elk leerproces is een zoektocht..

Voor de contouren van het hoofd en de plaats van de ogen, mond en neus heb ik een foto zwart/wit uitgeprint, die tegen het licht van de lamp gehouden en op het blad dat ik daarvoor hield met een potlood lichtjes nagetrokken. De rest is veel gommen geweest, een streepje hier, een veegje daar.

En zo kwam ik aan dit portret.

Dit dromerige kind heb ik vroeger gekend.

Ik probeerde het nog met andere foto’s van andere mensen. Nog niet voor publicatie.

Een vorige keer vertelde ik dat de schrijfcursus verlengd werd met drie lessen. De tijd blijft even snel voorbij gaan. Gisteren was de voorlaatste les. De lessen online zijn met meer als die op locatie. Op zich is deze cursus wel geschikt om online te doen. We zitten enkele keren afgesloten omdat we aan een oefening werken en zetten dan even de camera en het geluid af. Dat is best rustig. De creaties van de medecursisten horen vind ik altijd fijn. Zoveel mensen, zoveel verhalen. Ook de reacties op mijn verhalen vind ik boeiend. Vooral deze terwijl ik nog lees. Dat zijn de puurste. Daar haal ik veel uit.

Zal ik u nog eens op een verhaal trakteren? Het is een verhaal uit de vijfde les, waar we een dystopisch verhaal als opdracht kregen. Mijn onderwerp kwam toevallig voorbij op Facebook in een liedje. Dat vond ik wel frappant. Ik zet het in een volgend bericht.

*is foetelen geen woord meer? Ik ben met dat woord opgegroeid. In een groot gezin bij gezinsspelletjes wordt er toch al eens gefoeteld? Niet dan? Het is een Limburgisme, een Limburgse uitdrukking die (volgens Neerlandistiek zonder blikken of blozen) wordt vertaald naar het Nederlands. Voor mij was het dus lang een echt Nederlands woord.

Welk woord zou u wel eens willen terugzien of horen?

’t Is wat het is

Hoe vaak heb ik het zelf gezegd, wanneer ik wat wilde zeggen en niets vond.

Neen, dan de uiting van de frustratie. De tranen, de vloeken, teveel en te hard lachen, het lawaai, scheef zingen (echt, ik geloofde het eerst ook niet!), wandelen tot mijn gewrichten smeken om te stoppen, fietsen en onderweg platte band krijgen, de hele weg terug, te voet met fiets aan de hand naar huis. Dat zal me leren sè. Me zomaar laten gaan. Waarom? Om dat lawaai elke avond opnieuw? Om het opgeklopte gevoel dat ik bij al die social media berichten krijg? Over al die tips tegen verveling in uw kot? De vinger zal ik er wel niet op gelegd krijgen.

Soms heb ik enorme bewondering voor de serene wijze waarop mensen niet posten op allerhande social media hoe goed ze zijn. Enkele initiatieven daar gelaten natuurlijk. Het is uiteindelijk wat het is.

Al bij al, kritiek is vlug gespuid, ik doe er bij deze ook aan mee. Bij nader beschouwing vermoed ik dat het om de óverdaad gaat van wild enthousiasme, al dat begrip, lief en nog liever, of de overdaad aan ergernissen, daarbij ook aan onbegrip. Ik merk het aan mezelf. De ene kant van mij wil ‘er zijn voor u en u’, de andere kant van mij schreeuwt ‘laat me met rust!’ Is er dan niemand die het begrijpen wil? Begrijp ik mezelf nog wel? Herkent u dat gevoel? Dan weet u vast wel dat u me nù geen wijze raad geeft. Tot zover de actualiteit.

Tijdens de welke er toch nog het een en ander gebeurt.

Soms doe ik dingen die ik in dat vorige leven niet zou doen of zeker op de lange baan  zou schuiven. Bijna alle meubels hebben hier een andere plaats gekregen of krijgen dat nog. Bewegen in je kot. Toch actueel. Gehoorzaam van mij.

Dansen in de regen. Nog zo iets. Dat heb ik net niet gedaan, wel voelde ik me heerlijk verfrist na mijn (bijna) dagelijkse wandeling. Een boodschap hier, iets posten daar, van de ene naar de andere kant van  Oud-Berchem te voet en via een omweg doorheen straatjes weer naar huis. Dat deed deugd. Loat Mie moar lope langs de straote …. Zonder dat lief da’k zo gère zien.

Intussen groeien er verhalen in mijn hoofd. Ik schrijf ze in luchtballonnetjes die dan vaart zetten naar de luchtkastelen. Ik, arme drommel, bezwaarlijk meervoudig vastgoedeigenaar. Als mijn verhalen maar ergens terecht kunnen zolang er nog geen inkt vloeit.

Van sommige dingen die ik eerst deed, heb ik wat gas terug genomen. Het allereerste opgejaagde gevoel en de onwennigheid van de situatie staan nu niet meer zo op de voorgrond. Zoals van alles en nog wat een foto maken, van alles en nog wat uitproberen in de keuken. Het Griekse Paasbrood was het laatste. Het zag er niet uit maar het smaakte wel zo, tot het rode hard gekookte ei toe.

Mijn keukenactiviteiten beperken zich tot de dagelijkse beslommeringen waarin chocolade momenteel een belangrijke plaats heeft.

Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans doe ik nog op momenten dat ik een aanloop nodig heb naar schrijven in kleur. Ik schreef er hier al over (zie net voor de foto). Het is een fijn houvast en intussen heb ik de penselen al meermaals werk bezorgd. Ik heb er zelfs een halve slaapkamer voor ingericht, mijn ‘atelier voor woord en kleur’ (of zoiets, het is nog niet gedoopt).

de spiegel is wel blijven hangen

Ik begeef me traag en bibberachtig op teken- en schilderterrein en dat is wel licht. Het maakt plaats in mijn hoofd. Ook al doe ik het niet elke dag.

Schrijfmeditatie, volgens Joey Brown doet het ook nog steeds bij mij. Hier schreef ik ook al enkele keren, bijvoorbeeld hier.

Morgen heb ik de laatste les in schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Dat waren er één fysiek aanwezig in lang vervlogen tijden en vier online. Vorige week was hilarisch. Het ging over humor ten tijde van corona. Ik ben eens flink van leer gegaan. Iedereen had er blijkbaar behoefte aan om onbeschaamd zijn of haar gal te spuwen. Onze docente kon er ook mee lachen. Gelukkig maar want dat was de bedoeling.

Intussen vond ik in mijn hoofd nog een luchtballonnetje dat terug is om inkt te laten vloeien, zie hier mijn schrijfsel. Zo u wenst, neem even pauze of een drankje 😉

De vloek

Laten we het eens over vloeken hebben. U weet wel, die woorden die frustratie uitdrukken, die je liefst niet uitroept waar kinderen bij zijn en al zeker niet uit een kindermond hoort komen.

Het komt onverhoeds, het overvalt me en naar ik opmerk, iedereen. Plots is er de vloek. Het beest in ons is los. Het hekje zat al fragiel. De kooi van machteloze opsluiting, frustrerende verdicten van berichten rondom ons onze oren heenslaand.

Hoe vaak zou ik al aan dat hek hebben gerammeld? Geluidloos geschreeuwd in eenzaamheid. Niet zozeer omdat ik alleen ben, eens temeer omdat ik me alleen vóel. Niemand begrijpt me! Help!

Maar ik maak deel uit van die maatschappij waar nu eenmaal, of eerder meermaals, de normen van het goed fatsoen gelden. Het is nu eenmaal wat het is. Volhouden!

Toch, soms is de boog net iets té gespannen, ongemerkt, dat wel. Als er dan heel veel aan die kooi gerammeld wordt, het hekje bijna losgeschud, is er ei zo na niet veel meer nodig om de boog helemaal te laten knappen. Een teenstoot, een kopstoot, een spierkramp, helaas mijn schrijfspier, zelfs een berichtje dat ik net iets anders interpreteer, kan me over de schreef trekken.

Dat hek vliegt open, ik vermorzel het en laat me – voor even weliswaar – ongegeneerd gaan in een woordenstroom die zelfs de zatste smeerlap doet blozen. Ik ken zo niemand, maar dat doet niet ter zake.

Tot het moment dat ik een ‘nieuwe’ vloek vloek en van mezelf versteld sta. Ik voel de geknapte boog lossen en val neer in de zetel, krijg onbedaarlijk de slappe lach om het simpele woord dat voor mij als actuele vloek kan dienen: SSSSNOT !

Enne … zakdoek voor de mond en daarna handen wassen en tanden poetsen.

Verhalenwedstrijd

Fictie schrijven is iets dat ik nog maar pas ontdekt heb. Zoals ik min of meer in mijn blog van gisteren beloofd had, hierbij een verhaal. Ik koos er eentje dat al aan de feedback werd onderworpen.

Momenteel ben ik aan het zweten over een ander verhaal. Dat vertel ik hier nog niet. Dat verhaal moet dienen voor een wedstrijd. Die wedstrijd heeft als deadline  19 april, dit jaar. Ik geef hierbij de link. Wat laat, ik weet het. Blijkbaar voldoe ik nog steeds aan een kenmerk van een ‘heuse’ schrijver, uitstelgedrag. Stel dat u toch nog in laatste instantie een hoop inspiratie opdoet en ook uw pennenvruchten wil insturen, ziehier de link. https://entries3.wixsite.com/schrijfretraites/wedstrijd. Veel geluk!

Nu mijn andere verhaal, dat komt uit mijn eerste schrijfcursus ‘Starten met schrijven’: de opdracht was om terug te gaan naar onze kindertijd en na te denken over wat we later wilden worden en daarover dan een scène schrijven. Fictie of waarheid? 😉

Haar glimlach verbreedde toen nonkel Mon zei dat ze talent had om piano te leren spelen. Met blozende wangen van plezier, speelde Maartje het eenvoudige kinderliedje nog een keer. De omzittenden zongen mee,  ‘Broeder Jacob, broeder Jacob …’ Ze genoot zichtbaar en haar favoriete oom werd haar meest toegewijde fan. Het zingen ging nog even door, afgewisseld met mopjes vertellen en vrolijke raadseltjes oplossen. Zo in het middelpunt van de belangstelling voelde ze zich in haar nopjes. ’s Nachts droomde ze haar eigen komende succes.

De volgende dag in de klas, vertelde de juf over beroepen. Dat triggerde haar wel. Nog half dromend over de vorige avond, waarin ze zich een beroemde ster voelde met nonkel Mon als haar grootste fan, antwoordde ze enthousiast ‘pianospeler’, toen het haar beurt was om te antwoorden op de vraag wat ze later wilde worden.

De hele klas schoot in de lach en zelfs de juf moest haar best doen om zich in te houden. Ze keek een beetje beteuterd rond. Haar klasgenootjes vonden haar soms een beetje raar, maar wel altijd grappig.

‘Gisteren was het juffrouw’, ‘vorige week wilde ze nog mensenhelper worden’ of ‘klerenmaakster’ … werd er zacht gefluisterd. Maartje was het wel gewoon. Ze had meestal ook genoeg aan zichzelf en haar dromen. Ze zweeg, bleef in haar eigen wereld, waar nog net genoeg plaats was om de les te volgen.

‘Misschien,’ dacht ze, ‘misschien moet ik eerst maar eens groot worden.’

ps. die foto ben ik, het doet me denken aan een regel in een Grieks lied. Wie het denkt te weten, mag me trakteren op een afhaaletentje 😉

De verderzetting van mijn gewone ongewone leven.

Iedereen – zo lijkt het toch – is bezig met zichzelf profileren. Tot mijn (niet zo grote, ik geef het toe) schaamte, overprikkelt en verlamt het mij. Ik doe niet mee aan boodschappen doen, niet mee aan mondmaskers naaien of schorten (u zou ze echt niet willen, vertrouw me graag op dat vlak). Ook niet aan al de dingen die mij zogenaamd uit de verveling moeten houden. Alstublieft zeg, ik weet nu al niet waar mijn hoofd stopt en mijn hals begint, zo vol zit dat ‘wijze’ lichaamsdeel van mij. Al heb ik wel veel respect voor diegenen die het wel doen en volhouden. Natuurlijk heb ik het niet over diegenen waarvoor geapplaudisseerd wordt.

Het zijn inderdaad geen gewone tijden, maar was het dat dan ooit? De verwarring is groot, blogs zijn al vol geschreven over de maatregelen t.o.v. de schade die ze toch ook zullen veroorzaken (of al flink bezig zijn). Velen overtuigd van hun eigen gelijk. Het maakt dat ik in mentale quarantaine ga. Mijn hoofd wil rust! Ik voel me verlamd bij opiniemakers, alsof ik me moet integraal aansluiten bij het ene of het andere.

Wat het wel met me deed, doet en zeker nog zal doen is een weg vinden in dit doolhof van gedwongen en een beetje zelfgekozen egoïsme. Daar schaam ik me niet voor. Ik doe wat ik doe, zowel voor mezelf als voor een ander. Pas als ík het nodig vind, vertel ik er over. Het brengt me in contact met interessante mensen, met interessante verhalen en nog een keer met mezelf.

Wat brachten me de laatste weken concreet bij?

Verhalen, gedichten (of dat wat erop lijkt), bewandelen van de weg naar verbinding met de natuur die ik zo hard kwijt was, dat ik zelfs niet meer voelde dat ik het miste.

Waar haal ik die verhalen? Mits heel goede begeleiding, interactieve online workshop met Anna Walschaerts van Wisper die er schrijfdocente is. Het is een ware ontdekkingstocht. Ik wist niet dat ik zoveel fictieve verhalen in me had. Wat me echt verbaast, is dat ze goed onthaald worden. Mits wat bijschaving natuurlijk. Gelukkig, vind ik zelf. Ik heb nagenoeg geen ervaring in fictie schrijven en een beetje tips en goede raad van echte kenners, zijn dan helemaal welkom. Ik zal in een aparte blog eens wat delen. Geduld a.u.b.!

Schrijven is iets dat me wel goed gaat tegenwoordig. Of het goed en leesbaar is, laat ik aan de lezer over. Voorlopig beleef ik er plezier aan. De ontwikkeling die ik voel, blijft me kriebelen om er meer mee te doen. Daarom grijp ik nu elke schrijfervaring aan. waar ik kan, volg ik workshops zodat ik van het één en ander eens flink kan proeven. Columns en blogs zitten ook nog in mijn emmertje, zo u liever wil staan ze op mijn verlanglijstje.

Het schrijven wordt ook onrechtstreeks getriggerd door de oefeningen van het Creatief Dagboek. Ik heb nl. éénendertig maal dagelijkse opdrachten en een volledige live stream workshops hiervan gevolgd. Het was een initiatief van Sarah Timmermans. Ik schreef er deze recensie bij.

D.I.Y. is hier de leuze. Afgrijselijk druk van mijn kop op papier (en lekker buiten de lijntjes)

Mijn beweging! De ene keer is het toch wel in corontaine. Ik zet een Griekse plaat op en begin erop te dansen. Het voelt veel beter aan dan intensief beginnen poetsen, of wat dacht u? Hopelijk hebben de buren er niet al teveel last van want ik heb dan ook nog de neiging om mee te zingen. Dat zingen doe ik ook wel eens tijdens het beoefenen van dat Creatieve Dagboek.

Behalve dat dansen en af en toe poetsen, ga ik nog regelmatig wandelen. Een uurtje of soms iets langer. Fietsen doe ik ook nog, maar ik merk dat het er alleen van komt als ik echt ergens heen ‘moet’, dat verder dan wandelafstand ligt. Zo had ik woensdag een afspraak en fietste daarna nog naar nergens. Verfrissend, al zeg ik het zelf.

Vandaag kwam ik een aaneenschakeling van gedichten tegen op mijn wandeling. Heel origineel gevonden, vooral de boodschap om het verder aan te vullen. Een dichter op de fietsbrug.  Ik ga op zoek naar krijt. Zal ik in het Grieks schrijven dan?…

Ik schreef nog iets anders, iets dat me bezig hield. Deze corontaine dwingt me een beetje om het een en ander in mezelf nog eens te bekijken, zien wat het met me doet. Ik kon het niet loskoppelen van de Aarde, onze manier van leven, onze verscheidenheid, en nog meer. Ik schrijf wel ‘onze’ maar ik heb vooral binnenin mezelf gekeken. Misschien is onderkennen en zelfs koesteren van wat is en het dan een plaats geven een stapje uit de chaos van ons brein? Mij hielp het om tot mentale rust te komen. Een beetje aanschouwend kijken naar wat deze situatie met mij doet. Aanschouwen.

Tot zover deze lezing.

En zijn uw handen al gewassen vandaag? 😉

De zin van een beetje onzin

Liefste dagboek,

Vandaag werd ik wakker toen de klok van de kerktoren zeven uur sloeg. Zeven slagen en ik dacht: ‘Mijn God, wééral zeven uur. Elke dag rond deze tijd, stipt eigenlijk, is het zeven uur.’

Ik deed wat ik deed, mijn ochtendritueel, maar laat ik je daar maar niet mee vervelen. Dat heb je de laatste dagen al zo vaak moeten horen, lezen. Je zou van minder dyslectisch willen worden.

Toen ik mijn living binnenkwam, zag ik dat de kartonnen paaseitjes nog aan dat lintje hingen voor het raam. In paniek wilde ik ze er al vanaf trekken met de gedachte wanneer was dat ook alweer, Pasen? Oh ja, dat was pas gisteren. Ik heb ze dan nog maar wat laten hangen.

De volledigheid gebiedt me om je te vertellen, mijn dagboek, dat ik gisteravond nogal druk bezig was met series te bekijken. Zo heb ik “The Bridge” seizoen 4 eindelijk helemaal gezien. Dan stond er ook nog “Flikken Rotterdam” seizoen 1 in de lijst opgenomen programma’s. Helaas deden mijn ogen toch wat te pijn en heb ik het stil gezet.

Dan maar mijn pyjama alvast aangedaan, mijn tanden gepoet… ‘Wàt zeg je?’

‘Saaaaiiii!’

‘Maar toen heb ik iets anders gedaan, toen het avondritueel voorbij was, ik ben nog niet gaan slapen.’

‘Allez, vertel maar.’ Oef, als een dagboek al geen geduld meer heeft …

‘Ik heb het cryptogram van de Standaard van dit weekend HELEMAAL ingevuld!’

‘Wat!? Jíj?’

‘Euhm, JA!’ Seg hè, nu gelooft mijn eigen dagboek me niet meer.

‘Foto?’ Zie je wel?

‘’t Is nog waar ook.’ Waarom gelooft me nu nooit eens iemand? Altijd die controle, seg hè!

Ik ben ook gaan wandelen gisteren voormiddag. Ik vermoedde wel dat het later in de dag drukker ging worden en lap! Vandaag wordt er al verteld dat we te laks aan het worden zijn. Maar, liefste dagboek, 23 op 24 in mijn kot. Met intervallen van 24 op 24, is dat dan verkeerd? Toch een beetje veel blij geworden. Ik heb de boterbloem ontdekt.

‘Dagboek !’

Jaja, ik zal wel aan mijn huiswerk gaan werken. Het zit al in mijn hoofd, dat is toch al veel. De grote lijnen toch.

Tot straks dan maar … ?

….

😉 leve de onzin zo af en toe. Oh en die foto hierboven? Dat is de eerste boterbloem die ik zag!