Het was op een mooie zomerdag in Maastricht. Ik herinner me niet eens meer welk jaar. Ik herinner me zelfs niet meer of het na een vakantie in Kreta was of na een concert van … hém. Wat ik wel nog weet, is dat onze gedachten er vol van zaten. We liepen ervan over, we ademden het!
De naweeën van een ontmoeting met Michalis Tzouganakis.
Daar op die mooie zomerdag in Maastricht zaten we, de M en ik. We wisten ongeveer wat we wilden bestellen. Al wachtend op de ober die dat zou noteren, praatten we over de dingen die we meegemaakt hadden.
Nu ik erover schrijf, zou het kunnen, dat het nog op til was en we dus nogal halsreikend uitkeken naar het te gebeuren?
Helemaal verwikkeld in ons gesprek, in onze al dan nog niet beleefde avonturen, op plaatsen die helemaal niet op Maastricht leken – al vind ik het een heel fijne aangename stad – keek ik een beetje dwaas op, toen de ober toch onze bestelling kwam opnemen.
We bestelden – het was op een terras van een Griekse taverne – we somden op, van alles een portie, die we dan later delen zouden. Geen Griek die daarvan opkijkt. Omdat ik het zo lekker vond (nog steeds) en omdat het op de kaart stond, bestelde ik een ‘Feta Tzouganaki’. Die jongeman schreef dat gewoon op. Terwijl we wachtten op het eten, moesten we er om lachen. Hij keek niet eens op, die ober. Zou hij dat vaker horen, gerechten die niet op de kaart staan? Er stond natuurlijk niet Tzouganaki, maar saganaki. Het leek me een heel smakelijke lapsus. Al heb ik in die eerste nooit mijn tanden gezet. 😉
ontbijt misschien 😉 (na het concert)zou het een mantinade worden?
Ik heb er niet zoveel mee, de veertiende februari, al zal ik het vieren van de liefde wel aanmoedigen op eender welke dag, eender welke liefde. Liefde voor het leven en verbinding voelen, daar gaat het uiteindelijk om.
Hoe het ook zij, ooit schreef ik wel een kaartje als onbekende aanbidster. Niet dat ik zo hard aan het aanbidden was maar ik vond het wel spannend.
Ik was niet direct een romantische ziel, eerder naïef en een dromer, ook onbekend met de “regels” van de kennismaking. Onder dat voorzichtige van mij, schuilde een beetje avontuur. Als ik veilig en op afstand kon bekijken, liep ik zeker geen blauwtje. Dat was die keer dat ik een Valentijnkaart onder de ruitenwisser van een auto stak. Ik kende die auto, vanbuiten, niet vanbinnen. Het was de auto van een jonge gast die als kinesist werkte in het fitnesscentrum waar ik toen ging. Hij was een van de begeleiders. Smelten deed ik niet direct maar hij trok wel de aandacht. Hij was knap, vriendelijk, gemoedelijk, had een mooie lach en was spontaan en vlot in de omgang. Het ontbrak hem volledig aan machogedrag. Dat zal me aangetrokken hebben. Hij zou weten dat ik hem sympathiek vond. Alleen, ik durfde het niet rechtstreeks in zijn gezicht zeggen. Ik zag mijn kans schoon bij Valentijn, door het op die kaart te schrijven en die dan onder de ruitenwisser te steken. Gelukkig was het net gestopt met sneeuwen. Hij heeft nooit geweten van wie die kaart kwam. Wel hoorde ik van een vriendin die daar toen was, dat hij erover verteld had en zich afvroeg van wie hij die kaart kreeg. Erg vond ik het niet. Maar ik had dan ook nog geen spierkramp gehad en me laten masseren. Wie weet hoe ik er dan over dacht?
Een andere keer, vele jaren later en na enkele Ithaka reizen, zat ik te wachten om in te schepen in mijn vliegtuig van Athene naar Brussel. Het was nog in de oude luchthaven. Mijn reisgenote en ik hadden Nieuwjaar gevierd en reisden begin januari terug. Zij herkende iemand die ook bij onze vlucht aan het wachten was en riep hem. Het was een Griekse man, een knappe Griekse man, een vrijgezelle knappe Griekse man! Ik volgde het gesprek en onthield zijn naam en familienaam en waar hij woonde. De reisgenote bleek meer geïnteresseerd in zijn broer, aan het gesprek te horen. Toen het bijna Valentijn was, dacht ik er weer aan. Waarom zou ik niet nog eens een kaart schrijven? Gewoon een beetje de maand pimpen, me vrolijk voelen. Kwaad kon het zeker niet. Het werd een tekst in het Grieks, waarin ik vertelde dat ik de ontmoeting met hem in de luchthaven van Athene vlak na Nieuwjaar zo fijn vond. Ook al had ik niet zoveel gezegd. Helemaal onderaan, in piepkleine cijfertjes schreef ik het nummer van mijn eerste gsm. Na enkele weken was ik het al bijna vergeten toen iemand – met een voor mij onbekend nummer – me opbelde. Dát hij me opbelde, gaf me meer een boost dan dat hij het was. Misschien dat ik daarom afsprak. We hebben elkaar een paar keer ontmoet, heel gewoon iets gaan drinken. Intussen had ik ook al over zijn reputatie gehoord; trouw zijn stond niet in zijn woordenboek, ook niet in zijn Grieks woordenboek. Hij was aangenaam gezelschap, dat wel maar toehappen deed ik niet. Daar liep het contact dan ook spaak. Een hele tijd – jaren – later kwam ik hem nog eens tegen, gewoon op een terrasje waar ik ook iets zat te drinken. Hij ging trouwen. Hij ging trouwen met een Griekse vrouw. Die vrouw had hij daar leren kennen en zij kwam naar België. Ik weet niet hoe trouw hij haar was of niet. Wat ik me wel herinner, was toen hij en zijn kameraad opstapten, hij langs mij heen liep, even zijn hand op mijn schouder legde en me ‘het allerbeste’ wenste. Toch volwassen geworden, die Griekse Don Juan?
Liefde is …
Liefde is muziekLiefde is eten delenLiefde is schrijvenLiefde is turkooisLiefde voor het verborgen woord
Liefde is … delen 😉
foto bovenaan: Liefde is blijven tot het einde van het concert.
Een gouwe ouwe heb ik opgevist. Het was vandaag een zeer boeiende studiedag van Melanoompunt. Dat was heel gevarieerd en er zal in ons boekje zeker nog iets over geschreven worden. Ik ben er (nog) stil(ler) van geworden, van zoveel inzet.
Als tegenhanger voor de leerrijke dag, zocht ik net naar plezanterietjes uit mijn jeugd, waarvan ik er graag eentje met u deel. Mijn moeder vertelde al eens graag over vroeger en hoe gezelliger de sfeer werd, hoe meer ze vertelde. Mijn vader hield van zijn wittekes (jenevertjes van het welbekende Hasselts merk).
’t Is goed in het eigen glas te kijken
’t Is goed in het eigen glas te kijken nog even voor het slapen gaan of ik van ’t randje tot de bodem geen druppeltje heb overgeslaan
’t Is goed in pa zijn glas te kijken nog even voor hij slapen gaat of z’n witteke nog wit is of inmiddels al soldaat
of we het vocht hoorden vloeien gloek gloek gloek van fles naar glas gloek gloek gloek van glas naar mond een druppeltje is zo gezond
’t Is goed in ma haar glas te kijken nog even voor zij slapen gaat van wel brouwseltje zij dronk en hoe haar dat dan staat
of haar glaasje toch gevuld blijft met witte wijn of fruitcocktail de geschiedenis rolt dan uit haar mond over vroeger weten wij nooit teveel
’t Is goed om in ons glas te kijken nog even voor wij slapen gaan of het nu wijn is, bier of water zolang dat brouwseltje maar smaakt
AMK – ergens in de jaren stillekes, volgens mij was ik nog scholier in het middelbaar of hoogstens student. Ik heb dit waarschijnlijk als ‘Kerstvrouw’ voorgedragen bij het delen van de cadeautjes.
ik kan me mijn ouders zoals op deze foto niet herinneren; toch wel fier dat dit mooie koppel van weleer mijn ouders zijn
Morgen is het gedichtendag en begint de week van de poëzie. Daarom grasduin ik tussen nu en dan in mijn schrijverijen en doe ik een poging om er enkele te delen.
Het gedicht dat ik vandaag deel, schreef ik in januari 2019, een (flauwe) poging om mantinades in het Nederlands te schrijven. Ik heb overigens wat gezocht. Volgens mij heb ik het nog nergens ‘openbaar’ gezet… 😉
Welk verhaal
Welk lied wordt nog geschreven Welke woorden zijn nog kuis Om te zingen over zwerven In het land – m’n andere thuis
Welk woord kan ik nog schrijven Zoekende naar een verhaal Dat van jou, van haar, van hem In onze bundel allemaal
Welke zwerftocht zoekt mij nog Door mezelf en door mijn ziel Dichterbij dat klein verhaal Mij verlatend toen ik viel
Welke rust zal ik nog loven Met blije ziel en slim verstand Beiden wetende zo goed Het hart tracht eeuwig naar dat land
Schrijven gaat me beter af dan praten, al zal hier of daar iemand mij eens graag horen zwijgen… Had ik u overigens al verteld dat ik niet kan tekenen, doch wel graag kribbel in krullen?
Ik kreeg een mail dat het woonzorgcentrum nog steeds gesloten blijft voor bezoek. Er zijn te veel besmettingen en het breidt zich snel uit. Ik heb mijn vader nu al twee weken niet meer gezien. Gelukkig wel gehoord. En wanneer ik bel, klinkt hij toch nog (genoeg) opgewekt. Wel jammer dat we het cryptogram niet meer samen kunnen invullen. De besmettingen razen overal rond, zo hoorde ik van een M. Zij en haar gezin zijn er ook aan voor de moeite. Gelukkig alleen “maar’ verkoudheidssymptomen, voor zover ik hoorde. Een nichtje van mij en haar gezin mochten er ook aan geloven. Het komt wel heel dichtbij al zal ik niet panikeren zolang mijn ‘gewone’ symptomen niet veranderen.
Ik denk dat ze nu jubelt.
Vorige dinsdag startte er een project van Samana. Het is een creatief project dat valt onder de noemer (of is het teller?) Creativitijd. We zijn met vijftien mensen die meedoen aan het schrijven van blogberichten en dat over een tijdsspanne van een jaar. Aangezien de blog zelf nog in de testfase zit, kan ik nog geen link doorgeven naar de schrijfcreaties. Wel kijk ik enorm uit naar de online samenkomsten, de opdrachten, de resultaten, in deze zijweg naar Ithaka.
Afgelopen week kreeg ik een mooi pakketje van Fedasil in mijn brievenbus. Ook al ben ik een tijdje niet meer actief als vrijwilliger daar. Dat was wel een fijne verrassing! Ik hoop niet (meer) om daar nog superactief te zijn. Toch heb ik er wel nog voeling mee. Wie weet in tijden van langer licht; een ontmoeting, een taalbuddy… Hier laat ik het lijf eerst spreken.
Kalender van FedasilHerinnering van een kind in de huiswerkklas
Vrijdagochtend was er een online praatcafé van lotgenoten van Melanoompunt. We waren met vijf. Ik vond het een heel tof idee en ik hoop dat we dat vaker kunnen doen. Niet iedereen moet elke keer meedoen, als er elke keer enkelen zijn die eens willen bijpraten, zou dat heel fijn zijn. Onze moderator heeft dat prima gedaan. Een mens hoort zo al eens verhalen die hij anders niet eens zou vermoeden. En toch blijft iedereen optimistisch en positief zonder de schaduwkant te ontkennen.
Lezen wordt stilaan terug een dagelijks terugkerende activiteit en daar ben ik blij mee. Ik zeg bij elk boek dat ik start: “Er zijn nog tig wachten voor jou, maar jij mag eerst.” Leve de bibliotheek want anders zou mijn portemonnee een stille plotse dood sterven.
Nogal uiteenlopend dus boeiend…
Schrijven is nog steeds blijven. Ook met pennenvrienden. Heel verrassend was een e-mail van een Schotse pennenvriend. Maandenlang geen antwoord krijgen, tussen ongerust zijn en de gedachte dat er geen interesse meer was. Ik ben dus heel blij met zijn brief. Verder heb ik nog twee pennenvriendinnen in Schotland en eentje in Finland. Dat is voorlopig voldoende. Ik schrijf ook nog met een medestudente van vroeger, toen we nog op kot zaten en nog enkele Dalarasfans… kribbel krabbel knuisje, klavier of pen in het vuistje 😉
Dat ik geen echte babbelaar ben, hadden anderen eens ervaren in Athene. Ik was daar voor een concert en een ontmoeting met andere fans van Georges Dalaras. Op het forum was ik nogal actief, maar eens in de groep rond de tafel was ik véél stiller. Dat vonden de anderen wel raar. Ik niet, alleen wat vervelend op dat moment. Ik had op het forum al wel geschreven dat ik een stille ben 😉.
Er is nog dat verhaal van de feta Tzouganaki…. Zal ik me daar eens over buigen voor een volgende keer?
Er is dan wel de melanoom stabiel tot nu, dat is heel gewoon verder is het wel oké dat valt dan weer mee
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Op dat akkefietje na toen, die pijn even niet meer in evenwicht zijn dat adertje in mijn kop sprong zomaar kapot
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Alleen ben ik echt al tweemaal onder ’t grote mes gegaan die kleintjes doen niet mee plaatselijk doof was het idee
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Wat met mijn hoogsensitieve kant dat is soms wel iets te plezant zo zegt mij mijn migraine wat is dat toch een chagrijn
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Als ik het zo bezie, is dat litteken op mijn knie of dat jeukje op mijn vel, waarover ik nooit vertel of de droge huid die krasjes laat en het niezen mij zelden verlaat of de kromtrekkende rug, de energie van olifant tot mug
helemaal niet zo bijzonder, al dat gedonder want …
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Het is één van de lastigste blogs van het jaar 😉 (foto boven: Ooit las ik kerstgedichtjes voor voor iedereen die naar ons kerstfeest kwam)
Wat zal ik schrijven in dit jaar met tegenstellingen? Tot ik ontdek dat het net dát is wat bestaanszichtbaarheid geeft.
Wat me nu te binnen valt, is het deelnemen aan de redactie van Melanoompunt. Daaropvolgend de ontmoetingsdagen die ook weer verhalen opleverden. Meestal fijne verhalen, vooral van verbinding. Ons lot wilden we liever niet. Toch doet net de verbinding omwille hiervan deugd. U kan overigens nog steeds de vijf nummers lezen op de website van Melanoompunt. Helaas waren er ook droevige verhalen; we hebben afscheid moeten nemen van een aantal lotgenoten. Dat blijft confronterend. Tegelijkertijd is er dankbaarheid om hen te mogen kennen, stuk voor stuk dappere, lieve, empathische mensen.
Er was de ontmoeting met mijn twee nieuwe nichtjes, geboren in 2020. Eindelijk! En nog meer familiale ontmoetingen. Wanneer vanzelfsprekendheid wegvalt, is deze moeite doen om familie-ontmoetingen te bewerkstellingen weer een fijne bezigheid.
De ontmoeting met de M’s! Zolang er goesting is in meer, blijven we proberen. Hier schreef ik erover. In 2022 – zo bid ik tot de weer- en andere goden – ontmoeten we elkaar weer. Het staat op de tickets geschreven… Graag ook ervoor en zeker erna. Deze ticketervaringen kan je alleen maar delen.
Bij het overlopen van mijn blogberichten van 2021, merkte ik dat ik meer geschreven heb dan het aanvoelt. Ook in mijn Azerty-profiel heb ik heel wat neergepend. Ik werd zelfs één keer ‘Tip van de Week’. Over wat ik allemaal nog in aanloop heb, schrijf ik nu niet. Ideeën te over, dat wel. Ik geloof in verhalen, waar ze ook ontstaan, waar ze ook verteld worden, wie ze ook schrijft, leest, hoort, voelt.
Ik ben projectjes gestart, sommige doe ik verder, andere zijn voorlopig stil gevallen. Een les die ik zacht en hard (!) gevoeld heb; ik heb maar één grens, de Mijne.
Waarover kan ik nog schrijven? Verhalen, columns, cursiefjes… Noem het en ik word er horendol van. In deze luie periode overstelpt worden met woorden, ben ik vooral aan het lanterfanten. Nog een tegenstelling. Toch, naar het schijnt is dat lummelen gezond in de donkere dagen. En gezondheid, daar doen we veel voor, toch? Al doe ik nog wel dagelijks een redelijke wandeling.
Er zijn nog meer tegenstellingen. Gewoon mijn ervaringen. Ik houd bijvoorbeeld van regen én van zon. Ik vind de seizoenen allemaal tof, zeker als ze zich vertonen in de tijd van het jaar dat het zo bedoeld is. Het is tenslotte aan de mens zelf om zich aan te passen en zich naar die mooie Aarde te schikken.
Ik dank u allen, die mijn kronkels gelezen hebben, erop gereageerd hebben. Ik dank u, die zelf geblogd hebben, dat ik mocht meekijken in dat stukje van uw leven. En doe een warme doch niet dwingende oproep naar de stil geworden bloggers, ik mis jullie.
Ik wens u een fijn, vredig, vrolijk, rustig, bruisend eindejaar, op welke manier u dat ook graag (niet) viert. Dat 2022 een jaar mag worden waarin u hindernissen kan overwinnen.
Tot volgend jaar! 😘
Ik ben écht een heel serieuze…
Tegenstellingen
Omarming van schaduw geeft licht meer zin De zon en de regen kom ik beiden graag tegen Het monster en de engel, ze zijn er ook bij Ze niet ontkennen, dáár ben ik vrij
Ik zat op de bodem, vloog hoog in de lucht Het ene te donker, het andere ’n klucht Die tegengestelden, ze zijn er ook bij Daar bruist het leven, dáár ben ik vrij
Al ben ik een rare, gevaarlijk toch niet Ik hou van plagen én vreugde én verdriet Die tegengestelden, ze blijven bij mij Dat wikken en wegen, daar ben ik blij.
Ik ben niet moedig, geen held noch een straffe Toch niet zonder laf zijn, of moe of kwaad blaffen Enkel mijn zijn, met u er ook bij Dat wil ik schrijven, dáár ben ik vrij.
AMK 20211230
Wie het kleine niet eert … ik wens iedereen zijn/haar eigen WinForLife! (met dank aan mijn nichtje voor het originele kadootje)
Mijn innerlijk kind. Regelmatig ga ik in gesprek met ‘haar’. Soms neem ik er een foto bij. Soms gebeurt het zomaar. Deze foto, die ik al eerder deelde, deed me denken aan onbegrepen ogenblikken in mijn kinderleven. Ik kom nu tot dit gesprek.
De dialoog:
Kind: Zijn wij hetzelfde? Ik: Ja, een beetje wel. Kind: Maar jij gaat eerder dood toch? Ik: Ja, ik ben ook veel ouder. Kind: Ja, jij bent veel ouder, dat is zo.
Ik: Maar vandaag ga ik nog niet dood hoor. Kind: Neen. Het zou ook niet eerlijk zijn. Er zijn nog veel oudere mensen. Die zouden eerst moeten doodgaan. Ik: Ja, dat is waar. Dat is niet eerlijk. Maar toch gebeurt het.
Kind: Is dood zijn zoals slapen? Ik: Ik weet het niet, maar ik hoop het wel. Misschien worden we over duizend of nog meer jaren weer wakker als baby. Dan beginnen we weer opnieuw. Kind: Ja, de max! Maar nu nog niet hé? Ik: Neen, nu nog niet.
Kind: Nu ben ik ook al blij genoeg 😊
Heel leerzaam overigens om te ontdekken wat er in me zit. Zelfs geen oordeel. De innerlijke criticus wil mij/haar het zwijgen opleggen.