Zo dus – winters zijn

Vanmorgen op de kalender las ik deze wijsheid (zie foto hierboven). Het inspireerde me tot schrijven met als woord ‘Zoals’. Wie ben ik deze winter? Word ik telkens weer opnieuw mezelf, van seizoen naar seizoen? Omdat er zoveel over donker en licht, over regen en zon, over alles wat ons beïnvloedt en waar we toch niets aan kunnen doen (toch niet instant), waarom zou ik er dan triest van worden? Dit is een retorische vraag. 🙂

Zoals die kale tak enkele maanden niets draagt,

Ze heeft de hele zomer al gedragen, gevoed en hitte gefilterd.

Zoals het vele donker van vroege avond tot late ochtend,

Alles blijft rustig en stil.

Zo dus. Rusten.

Zoals de kat die buiten woont,

Ze nestelt zich, al dan niet uitgenodigd.

Zoals de winterzon die toch lonkt,

Ze lokt ons naar buiten.

Zoals de vogel die zingt.

Zo dus. Zuurstof, beweging en stralen.

Zoals het kind dat geboren wordt,

Het ademt, slaapt, eet op zijn ritme.

Zoals de mens die nog lacht, de hand uitsteekt,

Opmerkzaam.

Zoals ons winters ritme ons vertelt,

Ademen, bewegen, rusten, eten, drinken.

Zo dus. Ons hele eigen trage winterse zijn.

Anemos

Iemand anders – deel 1

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de eerste. Met dank voor de toezegging van het delen.

Deze dame vond ik toen ik voor de eerste keer zocht naar duurzaam materiaal, zero afval leven, enz. Zo was ik bijvoorbeeld op zoek naar goede tandenborstels, duurzaam keukenmateriaal en plasticvrije zeep, shampoo, …

Haar blog is heel veelzijdig. Ik zou het zeker aanraden om een kijkje te nemen, zeker als u een tikje of meer het natuurlijke leven in wil, zonder contact met het hedendaagse leven te verliezen. Ook met een kind, vooral met een kind (jonge ouders, misschien ook iets voor u?)

Ik koos ditbericht over afvalvrij winkelen in de Carrefour, omdat dit het eerste was dat me naar een ‘groener’ leven voerde. Ik, die midden in ’t stad woon… Ook al ga ik zo lokaal mogelijk winkelen, soms wil ik toch in één keer meerdere boodschappen doen. In de Carrefour kijkt niemand nog raar op als je je eigen verpakking meeneemt. Ik gebruik de zakjes ook voor broodjes, koffiekoeken (die ik eigenlijk al lang niet meer eet 😉).

Geniet…

Een klein deel van mijn verzameling.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Chaos

De eerste week is al drie dagen voorbij. En dat worden er nog meer.

In het laatste bericht van vorig jaar vertelde ik dat ik nog plannen heb met deze blog. Het lastige hieraan is dat ik te veel plannen in mijn hoofd steek. Of anders uitgedrukt, ze komen uit mijn hoofd maar ik prop ze er weer in, alsof er onder mijn grijzende krullenkop een opslagplaats is.

Er is echter wel één plan dat ik heel graag zou uitdiepen. Daar wordt aan gewerkt…

Een ander plan zou kunnen zijn, wat ik al bijna dagelijks doe, een woord laten opborrelen en daarover schrijven. Het zou iets persoonlijks kunnen zijn, het kan iets controversieels zijn, een mijmering, een echte mening…  Gewoon omdat het zomaar in mij opborrelt. Het lijkt op orde scheppen. Of uit een woordenboek oppikken, een woord dat me op dat moment raakt en daarrond schrijven.

Zoals ‘Chaos’. Het komt uit het Oudgrieks. De betekenis is verrassend. Dat vond ik toch, toen ik het jaren geleden opzocht. Het betekent ‘leegte, het grote Niets’. Nu wordt er een andere betekenis aan gegeven. Volgens Van Dale: ‘Verwarring, wanorde’.

Als ik mezelf chaotisch voel, is het overweldigend. Trop is teveel en daar doe ik best iets mee. Te veel rommel in mijn hoofd komt gek genoeg vaak overeen met te veel rommel in mijn woonst. Kasten die uitgeruimd worden tot ze leeg zijn. De chaos op een hoop gezet (soms gegooid) om te laten verdwijnen, via allerlei kanalen, afhankelijk van wat ik weg doe. Alleen dat ene hoekje, waar ik niet moet bestaan, is er dan nog. Als ik daar maar niet in val:

Nog maar een beetje rommel en een lege spaarpot.

De leegte is welkom, (half)lege kasten die ik weer ordelijk kan vullen. Een waaier aan mogelijkheden. Tot mijn brein weer een zijsprong maakt. Wat als ik die oude aftandse kast eerst een kleurtje geef? In geen tijd zoek ik alles wat hout kan verven bij elkaar, kom ik vanalles en nog wat tegen. Een beetje lak hier, een beetje basisverf daar, een goede borstel, een verharde borstel. De chaos is weer compleet. Ik zet van lieverlee de potten weer terug. Het is echt nog te vroeg in het jaar om te verven 😉

Wat ik wel gedaan heb: De fotoalbums van mijn moeder zaliger – voor even – bij elkaar gezet. Het zijn er heel wat. Het is onze hele familiegeschiedenis. Om die mooie albums, waarin mijn moeder zoveel tijd gestoken heeft om ze samen te stellen, niet onder het stof te laten dwarrelen, heb ik er een laken over gelegd. In een hoek van mijn slaap- annex rommel-maar-wat-aan-kamer. Engelbewaarders genoeg op deze manier. Uit enkele albums heb ik wel wat foto’s genomen. Foto’s van foto’s, niet zo duidelijk misschien, maar ik wil ze delen.

Opruimen is vanuit de ene chaos heerlijk neerdwarrelen in de volgende.

Mijn jaar in enkele woorden

Omdat ik vaak de dag begin met een woord en daarover schrijf, wat het een en ander lostrekt in mezelf, wil ik over mijn jaar in enkele woorden vertellen. Van onbeschreven naar volgekrabbeld…

Eenzaamheid: En waarom niet? Het is beangstigend, dat is waar. Toch heb ik er van geleerd. Onder dat eenzame bange laagje zit een rustige donkere plaats, waar ik vanalles tegenkom dat ik (her)ken en aanvaard, erken zo u wil. Verder hoeft het me niet te bepalen. Ik heb het gezien, dat is genoeg.

Verdriet: dat was er ook, soms om mijn vader, hem zo te zien terwijl zijn wereld elke dag wat kleiner wordt. Zonder boeken maar nog met veel kennis, zonder borreltjes maar nog met humor, zonder brievenbus, maar nog met het Belangske elke dag.

Voor de weggevallen lotgenoten. Afscheid nemen is ook erkenning van de cirkel van het leven, dat voor sommigen van ons een leven met een tijdbom is.

Voor gemiste kansen en ontmoetingen, voor opgelegde grenzen, voor energieloze dagen,…

Ontdekking

Als er iets is dat mijn jaar typeert, is ontdekking er zeker bij, zoals ‘De ontdekking van de honing.’ (Toon Tellegen).

Mijn honing dit jaar is schrijven. Dat ging van schrijfmeditaties (Joey Brown) over workshops allerlei (Wisper en Schrijven en schrappen, maar ook wedstrijden en een project ‘Acqui estoy’ tussen Nederlandstaligen en Spaanstaligen, Azertyfactor…) naar herontdekkingen van eerdere schrijfsels van mijn hand. Ik ben echt weer gaan grasduinen in wat ik in mijn leven geschreven heb en er zitten heerlijke herinneringen tussen. En natuurlijk deze blog, waar ik nog enkele plannen mee heb.

De ontdekking van luisterboeken, te danken aan twee mede-schrijfsters, de ene ontmoet in café ViaVia (toen nog geopend voor publiek), de andere online tijdens een workshop. Ze schreef hierover in haar blog. Het maakte dat ik me abonneerde op Storytel. Mijn eerste luisterboek is bijna uit. Met grote bewondering voor diegene die niet de keuze heeft om met de ogen te lezen. Wat een concentratie vraagt het.

De verwondering van gelezen te worden en zelfs goed bevonden 😊

Het was ook de (her)ontdekking van het kleine gebaar. Een kaartje, een berichtje, een verrassing, zomaar een lach, een kinderhandzoentje tot het kleine altruïsme. Voor mij was dat naar de nieuwe Antwerpenaren, waar ik voor twee mensen zomerbuddy mocht zijn. De contacten gingen vooral via Whatsapp. Zo konden de inburgeraars toch nog de kennis van hun Nederlands blijven oefenen en verbeteren. In het najaar mijn wekelijkse ontmoeting met kinderen die verblijven in het opvangcentrum van Fedasil, eenvoudigweg begeleiden in het huiswerk. Er straalt een enorme wilskracht uit van de kinderen, de volwassen bewoners en de medewerkers. Heel mooi om in het klein te mogen meemaken. Zolang er huiswerk is…

Dankbaarheid

Voor alle verhalen waar ik mee naar mag kijken.

Voor alle verbindingen; die er al waren en bleven bestaan, op een andere manier waarin delen de vreugde verdubbelde en de ellende halveerde. De nieuwe die ontstonden ondanks de beperkingen die vanbinnen en vanbuiten opgelegd werden.

Voor alle loslaten dat soms nodig was, rondom mij en binnenin mij. Het geeft weer plaats en kracht. Ontdaan van wat niet nodig is, aanvaarding voor wat niet anders is en (zo ongeveer) tenslotte, mijn grenzen zelf respecteren. ‘Wat mot dat mot’ of het nu onstuimig is of gedoseerd.

Voor het nieuwe leven in de familie. Twee nog wel. Twee prachtige meisjes die ervoor kozen in onze familie geboren te worden.

Mijn wens voor u

Ik wens iedereen vooral veel kracht om te doen wat er te doen valt,

Om, als dat moet, in het donker te wachten tot het licht weer lokt.

Ik wens iedereen rust, stilstand om te kijken en te zien wat er echt is.

Ik wens iedereen weer een beetje zichzelf worden om dan toe te happen naar wat zich aandient.

(met een extra 😉 naar een M. Neem aub die pottenbakkers-draaischrijf weer vast).

En als vanouds, voor iedereen een hele fijne uitloop naar een gezonde en liefdevolle aanloop.

Zelfs een boodschappenlijstje begint onbeschreven…

Grenzeloos schrijven.

Als afsluiter van 2020 heb ik me gestort in een serie workshops ‘Grenzeloos schrijven. Dit is wat we delen‘, van het schrijverscollectief ‘Schrijven en schrappen.’

Ik geef u een verhaal mee dat ik tijdens één van die sessies schreef, met thema ‘We are all one’. De opdracht was ons te verplaatsen in die andere (ik als Vlaamse in een Nederlandse). Lees en relativeer 😉

Hoi Mies, hoe gaat ie?’

Je bent lekker vroeg. Kom binnen joh. Dan doen we eerst lekker een bakkie.’

Gezellig zeg.’

Romy stapt binnen bij Mies met haar zware tassen. Ze hebben wel wat te doen vandaag. Maar eerst dat bakkie.

Nou, we zitten. Hoe gaan we het doen?’ vraagt Mies.

Ik heb op de markt lekkere dingen op de kop kunnen tikken. Ik ben snel langs de kraampjes gelopen die om 13u nog open waren. Dan doen ze gewoon de helft van de prijs af. Lekker goedkoop.’

Dan zullen we meteen beginnen. Ik zal al de groenten schoonmaken en snijden. Begin jij dan aan de satés? Jij kan dat veel beter.’

Mies en Romy kletsen de middag verder terwijl ze de maaltijd bereiden voor hun gasten die hen twee per jaar bezoeken.

Het is toch altijd even wennen, hè. Onze vriendinnen. Best leuke meiden, maar zo stil.’

Nou, dat valt wel mee hoor. Geef ze straks een ouzootje of iets sterkers en hun tongen komen los hoor.’

Het gesprek gaat verder. De tafel wordt intussen gedekt en het salontafeltje gezellig gemaakt, met de nodige koekjes. Als de Vlamingen op bezoek komen, willen ze eerst even ‘thuis’ komen, met koffie. Bij koffie horen koekjes.

Toch rare gewoonte hè, de koekjes op tafel zetten.’

Ja, vind ik ook. Als iedereen z’n koekje heeft, zet je de doos toch gewoon terug weg. Ze durven niet eens een tweede te nemen. Al die koekjes drogen uit.’

Ach, laten we het vandaag maar gewoon gezellig maken. We zijn klaar, geloof ik.

De bel gaat.

‘Oh, wat leuk! Zo opwindend, onze Vlaamse vriendinnen op bezoek!’

Mies zwaait de deur open. ‘Welkom, welkom …’ haar mond valt open. Even zwijgt ze verbaasd. Daar staan de lieve Vlaamse vriendinnen, hun gezichten bijna onzichtbaar, verstopt achter een grote mand met lekkernijen. Tja, ze komen gelukkig nooit met lege handen.

Op hun Facebookpagina vindt u meer. Hoe heerlijk overigens om in hun website te lezen dat de beginpagina ‘thuis’ is (i.p.v. u-weet-wel).

Zeker een aanrader voor schrijfliefhebbers, -aspiranten en –(semi)professionelen.

Het huis.

Zin in een spannend verhaal? Ik werd geïnspireerd door een foto en die foto inspireerde me tot het verhaal. Insteek was een vaak terugkerende droom die ik had toen ik op mezelf ging wonen. Ik droomde nogal eens dat ik en het hele gezin daar waren als vanouds, behalve dat we op tijd weer weg moesten voor de nieuwe bewoners. Die konden altijd thuiskomen….

Het verhaal is helemaal geen droom…

https://azertyfactor.be/tekst-lezen/het-huis-5

foto hierboven is van de tuin toen we er nog écht woonden 😉

De dag van gisteren.

Omdat het gewoonweg bestaat…

Het was donker

Zoals het seizoen

Donker en eenzaam

Weggefilterd in het schelle licht

Gisteren stopte mijn drievuldigheid

Gisteren werden we drieledigheid

Mie, mezelf en ik

Zonder regen om in te verdrinken

De dag was genoeg en ik stopte

In het donker mag ik ook bestaan

Het duister nestelde zich in mijn armen

En vulde mijn wezen met warmte

Het bestond, ik bestond

Gisteren al vroeg was de dag genoeg

De eerste novemberweek

Die eerste week van november is voorbij. Van verkiezingen aan de andere kant van de oceaan, van herdenking van en (nog) rouwen om diegenen die we missen, van boekenbeurs online tot andere minder spectaculaire gebeurtenissen in deze tijd van het jaar, al dan niet daarmee verbonden. Het gebeurde allemaal.

In mijn quasi isolatie lijkt het leven saai. Laat ik u dan hiermee vervelen. Het is tenslotte zondag. Net als zeven dagen geleden. Toen wilde ik, zoals ik schreef, dat ik samen, met wie dan ook , ergens anders heen. Door dat ene liedje.

Storend.

Vandaag blik ik terug tussen vorige zondag en nu. Mijn uitgegroeide frou stoorde me, uitermate zelfs. Aangezien ik nogal wat fiets, niet in figuren zoals er blijkbaar al gewandeld wordt, zijn die kriebelige haren in mijn ogen op zijn minst vervelend. Nu is het hebben van een frou, of niet, mijn eeuwige dilemma. Over de knoop doorhakken wordt daarom serieus nagedacht. Net zoals in mijn jonge jaren al eens gebeurde én in de vorige quasi isolatieperiode ontpopte ik me in een doe-het-zelver. Et voilà! Ik was toen en ik ben nu.

Schrijven.

Ik kreeg nog een gratis feedback aangeboden, via telefoon/zoom/skype, omdat ik meedeed aan een schrijfproject van Inktvis. Er was al eerder aan gesleuteld, mijn stukje pennenvrucht. Echter ik wil de feedback die aangeboden werd wel krijgen. Ik wacht op antwoord voor het tijdstip.

Gisteren kreeg ik de laatste les van de reeks ‘Starten met schrijven’, die ik voor de tweede keer deed. Het uitkijken naar de volgende reeks ‘Schrijven zonder smoesjes’ houdt me nu gaande. Het lijkt er toch heel hard op dat een beetje stress helpt om te blijven schrijven. Ik weet dat het heel kritisch wordt gelezen en dat drijft me. Daarvan leer ik ook veel. Niet in het minste hoe graag ik het doe en hoeveel vaker ik het zou willen doen. Er ligt gelukkig nog huiswerk te wachten.

Dit stond in De Standaard van dit weekend.

Bitch versus monster

Ondanks de bitch, waardoor ik latent bezorgd voorzichtig ben, is er nog het slapende monster. De bijwerkingen van de behandeling wekken jaloersheid op bij die van de bitch dus houd ik me stiller dan stil. Gelukkig is er nog steeds de lotgenotengroep Melanoompunt waarbij ik met al mijn vragen terecht kan. Die bijwerkingen komen en gaan, sommige blijven weg, andere komen terug en er dienen zich soms nieuwe aan. Dan is het heel fijn om te raad te gaan bij anderen, hoe zij dat verlichten of eventueel oplossen. Ik wil hierbij nog een warme oproep doen, voor hen die online bestellingen doen, eens te bekijken of dit via Trooper kan om dan Melanoompunt als goede doel te kiezen. U betaalt niets meer voor uw aankoop. Het aangesloten bedrijf schenkt een percentage aan het door u gekozen goede doel. Het mag Melanoompunt zijn.

Eergisteren nog, het was mijn zes-wekelijkse rondje immuuntherapie, kreeg ik de opmerking “Oei, mevrouw, u hoest. Toch geen corona zeker?” Gelukkig keek de verpleegkundige snel in mijn dossier om vast te stellen dat dit bij mij ‘normaal’ is. Rustig blijven zolang het kostbaar immuungoud in mijn aders en verder door mijn lichaam loopt, is het beste. Ik zocht afleiding in een tijdschrift. Gelukkig voor mijn fiets had ik dat dik boek niet bij.

De fiets

De therapie verliep vlot en ik was rond de middag klaar. Blij gezind stapte ik op mijn fiets, trok mijn mondmasker af waar het weer mocht en trapte. En trapte en nog een keer. Ik fiets vrij traag maar dit? Allez, zo moe of buiten adem ben ik toch nog niet. Weeral gelukkig viel tijdig die eurocent (een stuk van 5 denk ik). De achterband was plat (waarschijnlijk zou ik hier ‘lek’ als opmerking krijgen 😉).

Ik heb dan maar de weg van het ziekenhuis naar huis gewandeld met de fiets aan de hand door het Antwerpse parkenland. Gelukkig niet alle parken. Ik was … pompaf.

Die namiddag had ik de band keihard opgepompt. Inmiddels is ze weer plat. Zou mijn geluk ver genoeg reiken vandaag wanneer ik mijn vader busgewijs zal bezoeken? Fijn dat het woonzorgcentrum wel binnen wandelafstand is. Ongerust ben ik dus niet.

Het wordt wél hoog tijd voor een fiets naar mijn leeftijd. Een elektrische met harde banden.

Geniet gezond van uw zondag, maak het saai, dat scheelt een schaapje of een slaaptabletje…

Parole parole … voor wie woorden lezen wil.

Hoe ziet het leven er nog uit na zoveel maanden samenleven met de bitch?

Het is een allegaartje van onbegrip en begrip, boosheid, angst en stoer doen, van ongeloof, samenzwering en achterpoortjes, van dood en hoop, gelatenheid en weerspannigheid, van bewondering en medelijden, echt en vals nieuws, kortom van vanalles en nog wat.

Intussen gaat het leven gewoon verder. Wat moet een mens anders? Het hakt er wel een beetje op in wanneer er iemand sterft die ik ken, zoals een lotgenote waarvan de levenslust en daadkracht geen einde kende. De bitch is niet de enige oorzaak van dood en verdriet. Soms is het beter om dan niets te zeggen.

ik ging de andere kant uit

Het is alleen een beetje lastiger voor de toch al niet zo gezonde medemens. Kuch, snotje, niesje waren in eerste instantie enkel vervelende bijwerkingen van de immuuntherapie. Nu is dat anders. Oei, toch niet bovenop de gewone ellende ook nog …

Mijn brein is mijn gesprekspartner geworden in deze dagen. Ik probeer het, zelfs met succes, op lichtere gedachten te brengen en me te focussen op de dingen des levens.

Voor mijn vader zorgen bijvoorbeeld. Het betekent dat ik enkele keren per week hem in het woonzorgcentrum ga bezoeken en enkele boodschappen voor hem doe. Meer kan momenteel niet, aangezien er maar één bezoeker per bewoner binnen mag, één vaste bezoeker. Mijn zus en ik verdelen de boodschappen en andere besognes toch nog zoveel mogelijk.

Zelf buiten komen. Wandelen of fietsen, al dan niet gekoppeld aan boodschappen doen. Ergens of nergens heengaan, daar slenteren waar ik normaal niet kom, gewoon in mijn eentje. Dat is best fijn. Buiten zie ik nog mensen in de verte. Tegelijkertijd verbaas ik mezelf dat ik, de enkeling in hart en nieren, me zo kan voelen.

Op wandel

Het loslaten van ‘ik ben niets aan het doen, ik zou nog dit en nog dat en nog zus en nog zo…’ is één van de te kraken noten. Maar zoals ik al aanhaalde, ik blijf in gesprek met mijn brein. Het begint vaak al bij het wakker worden:

Zo ’s morgens voor het venster, in het donker, tijdens  dag en dauw, evenwicht proberen te bewaren tijdens de wakker-worden-oefeningen voor de gewrichten, hier en daar een licht zien aanspringen bij een buur, de bewoner van zo een huis achter zijn gordijn zien bewegen. Ze zullen wel voor de spiegel staan, zich aan het klaarmaken voor de dag. De beelden komen en gaan zonder er de focus op te leggen, net zomin als op de gedachten. Met miljoenen zijn ze soms.

Ik zie vaak een wandelaar in die achtertuintjes. Soms een zwarte met witte pootjes, soms een grijze of nog een andere. Ze hebben allemaal een snorretje, de ene is van het lenige, de andere van het luie type, het snelle of het trage en vooral het laat-maar-gebeuren-dat-leven-type. Dat benijd ik wel eens. De gedachte aan mijn volgend leven komt al eens piepen. Zou ik een kat kunnen zijn in deze achtertuintjes? En wat zou er allemaal te zien zijn, wanneer ik dan over die muren balanceer, op zoek naar ontbijt? Hun schijnbare onverschilligheid, hun bijna flirten voor een streel of een warme zetel, hun arrogant weg wandelen wanneer ze de mens niet nodig hebben, dát benijd ik ook. Ik word zeker kat in een volgend leven. Maar dan in de straatjes van een pittoresk Grieks dorp op een eiland. Wees gewaarschuwd, neem me niet mee terug als adoptiekat!

In mijn vorige blogbericht schreef ik nog hoe fijn ik het vond om weer in levenden lijve, op locatie bij elkaar te zitten schrijven, met de regels in acht (of negen) te nemen en ik net die dag ziek werd. De tweede les ben ik er wél geraakt. Gelukkig maar want de derde les werd afgelast. Die gaat volgende zaterdag online door. Die ene keer in reiscafé ViaVia, hartje Antwerpen, was gezellig. Schrijven is toch ook een beetje reizen. Achteraf had ik nog een fijne babbel met twee deelnemers. Zo aan een middagkoffie met een krokske erbij worden er andere verhalen verteld en gehoord. Boeiend.

Grappig was dat ik van die gemiste eerste les wel het huiswerk had gemaakt én feedback had gekregen. Blijkt dat de groep helemaal geen huiswerk moest indienen. Ik ging er gewoon van uit dat alles hetzelfde bleef zoals vorige reeks. Wat ik geschreven heb, kan u hier lezen en hier (een nieuw ‘wat wil je later worden? verhaal). Met dank aan de docente voor de feedback.

Ik houd wel van korte verhalen schrijven, ook al kriebelt het stilaan om een verhaal dieper uit te werken, te ervaren waar de reis dan heengaat. Voorlopig blijf ik bij de korte verhalen, zoals dit, een verhaal bij een foto, met als opdracht beschrijven hoe iemand eet, zich wast of slaapt.

Wat kan ik nog schrijven over schrijven? Alleen dat ik er verder mee raak door elk geschreven woord weer los te laten. Zo ook met lezen, of was dat omgekeerd?

Om te lezen wie ook weer kan loslaten.

Wat wil je later worden?

Het blijft maar duren, dat uitstellen. Hoe langer ik dat doe, hoe meer ik pieker waarover ik vertellen zal. Er is ook ‘de hele tijd’ van alles te doen, te koken, proper te houden, …

Wat is er in mijn schrijven gebeurd in die maanden?

Ik nam deel aan enkele wedstrijden waarbij ik weliswaar niets won behalve de vreugde van het schrijven én de mogelijkheid op gratis terugkoppeling. Zo schreef ik twee keer een tekst voor een project van VFG (Vereniging voor personen met een handicap). Het project heet ‘Inktvis – een zee van verhalen’ en u kan dat hier vinden. Aangezien ik het statuut heb van chronisch zieke, mag ik meedoen.

Van Barbara Van den Eynde kreeg ik al een verbetering terug. Van Peter De Voecht nog niet. Ik ben benieuwd, nieuwsgierig, leergierig. Bij de opmerkingen die ik van Barbara kreeg, zag ik pas op dat moment het ‘Ah ja!’ Iets vertellen en het dan willen uitleggen is nefast. Verder was ik heel blij met de commentaren.

Ik deed ook mee met ‘Zinsmeden’, nog tot 15 oktober. U raadt nóóit wat het thema is… Voor wie zich nog geroepen voelt, informatie en deelname zijn hier te vinden.

Een uitdaging vind ik ook nog de jaarlijkse gedichtenwedstrijd van Prijs de Poëzie. Ik deed niet elk jaar mee maar dit jaar wil ik mijn kans nog eens wagen. Er is nog tijd. Voelt u zich ook geroepen? Kijkt u dan hier.  

Tot zover de wedstrijden.

Ik heb me weer ingeschreven voor de cursus waarmee ik mijn eerste schrijflessen volgde: ‘Starten met schrijven’, toen nog helemaal in voor-coronaire tijden. Toen was een lokaal nog gezellig vol. Helaas moest ik de eerste les (gisteren) al verstek geven wegens een nogal heikel probleem, migraine! Het komt en het gaat ook weer. Kalm blijven en laten wegebben is de boodschap.  

M’n overlevingsschrijfpakket lag al klaar.

Jammer dat ik de les gemist heb – eindelijk nog eens in vlees en bloed bij elkaar zitten – maar ik heb wel de samenvatting gehad. Het zijn dezelfde opdrachten als vorige keer en dat ervaar ik als een uitdaging om hiermee toch hele andere verhalen te schrijven. Wat het dan worden zal, weet ik nu nog niet. Ik wil u wel trakteren op een pennenvrucht van die eerste les. De opdracht was om in derde persoon te schrijven en hiervoor in gedachten terug te gaan naar onze kindertijd met de vraag ‘Wat wil je later worden?’ Ik heb er toen dit over geschreven. Ik laat in het midden of het autobiografisch is of niet.

Vandaag heb ik in elk geval het poetsen uitgesteld omwille van … het schrijven.

Wat heb ik proberen te vermijden in dit blogbericht? Is het gelukt? U mag me trakteren als u het raadt 😉