Vanop die solide rots kijk ik nog even naar de wereld en beleef de dagen vanachter een onzichtbaar helder glas. Intussen rommel(de) ik in wat al geschreven is.
Een verhaal dat ik schreef voor een wedstrijd (Verhaal voor dictee 2021) dat de finale niet haalde. Dus mag ik het nu wel delen 😊. Het staat op hier.
Bedankt om te lezen en het gaat u natuurlijk allen goed in wat u doet.
Naar jaarlijkse gewoonte organiseert Melanoompunt een Bewegingsdag. De vorige keer was in 2019.
Dit jaar mochten we weer samenkomen en na de wandelzoektocht in Gent (Le*Bateau ) had ik er reuzeveel zin in om weer mee te doen aan een ontmoetingsdag in het teken van beweging! Dat is goed voor iedereen.
Deze bewegingsdag ging dit jaar door in Oud-Heverlee. Er werden verschillende trajecten uitgezet, om te wandelen (een lange en korte wandeling), te mountainbiken en te roeien (afvaart van de Dijle) met aanvullend een wandeling terug naar de ontmoetingsplaats. Deze laatste werd me gevraagd om te leiden. Vooraf ben ik zelf de route gaan wandelen die aansluitend op de afvaart van de Dijle zou komen. De afvaart zelf zou ik die dag ontdekken.
De organisatie van die hele dag vroeg enorm veel voorbereidingswerk. De activiteiten bepalen, een locatie zoeken waarbij we buiten konden zijn, catering, sponsoring, helpers ter plaatse (verwelkoming met bubbels, instructies voor de verschillende groepen…) noem maar op. We kregen ook een polo-shirt van Melanoompunt. Als ik een hoed op had die op mijn hoofd paste, nam ik hem zeker af voor zoveel inspanningen. Zeker met nog last-minute aanpassingen hier en daar.
Aangezien ik mee was met de roeiers, heb ik niet zo’n overzicht van de andere ploegen. Naar wat ik hoorde achteraf had iedereen toch een fijne dag gehad. De weergoden waren ons ook goed gezind, al zeker gedurende de activiteiten.
Zoals ik zei, ik had nog niet eerder zo’n afvaart gedaan. Het enige bootje waar ik, lang geleden, in zat, was er eentje in Griekenland bij het bezoeken van een grot. Sportief ben ik ook al niet, maar bewegen doe ik wel graag, rustig aanhoudend tempo dat een hele tijd vol te houden is, althans dat wandelen…
In de kano’s werden we verdeeld met twee, drie of vier. Het roeien ging nogal stuntelig, al deden we alle drie ons best, we waren niet op elkaar ingespeeld. Theorie (die we zeker voldoende gekregen hadden vooraf) en praktijk zijn twee heel verschillende dingen. Halverwege kieperde onze boot om en wij kieperden mee. Dat was koud!
Gelukkig hadden de deelnemers van de andere kano’s meer ervaring en werden we snel geholpen. Zo goed en nog beter als kon verdeelden twee van ons zich over andere kano’s. De derde samen met iemand anders stapte terug in de onze. De afvaart verliep verder rustiger. Ik mocht passagier zijn en kreeg een vest om de luchtstroom van die natte kleren weg te houden. Het werd zo nog een aangenaam vervolg. Iedereen is heelhuids aangekomen en de meesten hebben er ook van genoten. De wandeling achteraf hebben we niet meer gedaan wegens tijdsgebrek. Iedereen had ook reservekledij bij (in een auto die tot aan de aankomstplaats reed) zodat de nat geworden deelnemers (er zijn nog twee deelnemers in het water gezakt om ons te helpen) zich konden omkleden en meerijden tot aan de school waar we startten. Daar stonden voor iedereen de welverdiende versnaperingen klaar. Taart en warme tas koffie deden deugd. Er werd veel (bij)gepraat.
Alle activiteiten hebben hun charmes. Iedereen heeft vooraf doorgegeven waaraan hij/zij wil deelnemen, tot ter plaatse blijven en fijn praten met elkaar of een keer de benen strekken.
Steeds weer is een gevoel van verbinding. De gedachte dat we zonder onze ziekte elkaar niet zouden kennen, is ooit al eens gevallen. Toch is het leven niet zo. We hebben het nu eenmaal op en onder ons vel en de gedachte dat we daarin toch positieve verbinding vinden, dát doet deugd. Daar kunnen we alleen maar dankbaar om zijn.
De deelnemers van alle activiteiten, voel je uitgenodigd om jullie ervaringen te delen. Hierbij alvast foto’s. Deze blogpost kan dus nog vervolgd worden, liefst met een hele fotoreportage.
Onze bezorgdheden worden misschien niet minder maar wel veel draaglijker en weer veel meer in perspectief gekatapulteerd. Zomaar een gedachte die in me opkomt en ik wil delen.
Terug uit het kot komen, er werd zo naar uitgekeken, het verlangen groot, de mogelijkheden legio. Andere tijden zouden we misschien durven opperen dat er niet zoveel te doen is deze zomer. Het deert me niet. Wat niet kan, schud ik even uit mijn hoofd. Dat geeft plaats om te bekijken wat wel fijn zou zijn.
Bijvoorbeeld housesitting. Twee vliegen in één klap. Ik ben uit mijn kot en het huis is bewaakt. Althans voor de periode die ik ‘geclaimd’ had.
Wat een fijne week dat was, zomaar een tuin, zomaar de voeten in het gras zetten, zomaar buiten eten zonder me verplaatsen. In Hasselt geboren, weggegaan op negenjarige leeftijd om ‘op de boerenbuiten’ te gaan wonen, terug naar Hasselt, drie hoog (nooit een lift gevonden 😉) om dan naar Antwerpen te gaan (één hoog, gelukkig is er geen lift). Na een half leven zonder tuin, zijn deze dagen een ware luxe, een landing in Utopia.
Aarden in Wondelgem
Ook al is dit een flink bewoonde wijk, er is zeker nog genoeg groen om echte zuurstof in te ademen. Genoeg ruimte om zonder de buren te storen buiten te bewegen. Genoeg veiligheid om zonder hoofdpijn van het oppassen voor racers, over de straat te lopen. Als ik ooit… maar ooit is er niet. Er is NU.
Gent is hier niet ver weg. Twintig minuutjes met de tram en ik zat in het centrum. Lanterfanten is een werkwoord. Al lanterfantend kwam ik op inspiratie om dingen te gaan doen of te bezien. Zo zijn er nog plannen (wanneer later weer NU wordt). Ik ging naar de tentoonstelling van Frida Kahlo. Foto’s nemen van de foto’s die werden tentoongesteld was verboden. Dat doe ik sowieso niet. Dat biedt ruimte en tijd om te bekijken en op te nemen wat me aansprak.
Mijn zicht in mijn studententijd
Er was maar één donkere wolk
Graventijd
Veggie op de Korenmarkt
Ik heb in Wondelgem ook mijn nieuwe nichtje ontmoet. Ze is inmiddels al bijna 8 maanden, maar wat een vrolijk meisje. Alsof we elkaar al van bij haar geboorte elke dag zien, zo vertrouwd voelde het. Zoveel vertrouwen had ze zelf want ze bleef zonder problemen een dagje bij mij. Alsof ze het aanvoelde dat ik naar buiten moest, stuurde ze ons wandelen en daar viel ze dan toch in slaap. Alsof dat haar de rust gaf die ze nodig had om prikkels los te laten en te slapen.
Kijk! Dat zijn wij…
Kijk! Ik kruip… bijna.
Middagdutje
Rondom waar ik logeerde was er ook genoeg wandelplezier mogelijk. Daar heb ik dan ook gebruik van gemaakt.
Heerlijke wind
Ik waaide even mee
Een klein stationnetje
Met fit-o-meter voor een hond (die al verder was)
Met het vastomlijnde idee dat ik hier zeker terugkom, dagreis of nog een korte house sitting vertrok ik weer. De Lijn deed het goed, de spoorwegen ook, zelfs mijn benen en schouderspieren (er zat iets meer gewicht in mijn rugzakje bij het naar huis gaan) deden mee.
In de stad, meer landelijk, … het heeft beiden zijn charmes, ik heb niet eens een voorkeur. Ik had en zal nog hebben, de luxe om eens af te wisselen.
Twee dagen later was de Bewegingsdag van Melanoompunt. Toch weer iets om naar uit te kijken. En van die dag mag u binnen heel kort mee genieten.
Of hoe onderhuidse spanningen even ‘onschuldig’ kunnen geventileerd worden. Ik doe het bijna automatisch, in stilte natuurlijk. Het verdwijnt ook even automatisch. Ziehier de column voor de wedstrijd die ik niet won 🙂 :
Ik grommel graag. Van ergernis naar ergernis begeef ik me door het wonderlijke doch kleinmenselijke aardse bestaan. Ik deed het als kind en zette het later dapper verder. Zou het ooit stoppen? dacht ik wel eens. Maar ik doe het nog steeds. Ik wijt het aan de omstandigheden die bondig om reactie vragen waarna mijn humeur even snel weer opheldert.
De jogger die met zwaaiende armbewegingen langs mij heen rent en me stil doet staan, wanneer er uit de tegenovergestelde richting een jonge vrouw met haar peuter in de buggy aankomt. Mijn grom is sneller dan mijn gezond verstand. Ze zijn gelukkig wel van voorbijrazende aard, de jogger en de grom welteverstaan.
Die jonge vrouw heeft niets door. Ze is druk bezig haar smartphone te bespelen. De peuter zeurt en waagt zich aan gymnastiek vanachter die buggygordel. Nog even en het lukt hem; eruit klimmen of vallen? Wat is hier de bedoeling van? ’s Avonds de builen op z’n hoofdje tellen? Toch wandel ik, haar in stilte de les lezend, voorbij.
Op allerlei manieren wordt mijn ergernis gewekt. Het zal me maar overkomen: lezen in een artikel, dat het heeft over de mensen dat de regels aan hun laars lappen, nog wel in het zogenaamde betere dagblad. Geheid grijp ik naar mijn smartphone om de redactie eens te vertellen wat ik ervan denk, hardop beter wetend ‘hoe ben jíj door die selectieprocedure geraakt?’ Maar voor ik het verzend, is de lucht weer geklaard.
De collectieve verwendheid van het bestaan, kan me ook – spreekwoordelijk – tegen het plafond krijgen. Ik ben toch niet verplicht om regenweer slecht te vinden? Is een flinke windstoot een spelbreker in mijn plannen? Moet ik echt weer luisteren naar het geklaag van deze of andere wandelaar die de mooie natuur moet missen omwille van… natuurelementen? Ga toch wat anders doen, denk ik en nestel me in de zetel met mijn dikke Outlander, blij met de honderden nog ongelezen bladzijden.
Bij de vraag “Alles goed met jou?” verstom ik, bijna het puntje van mijn tong afbijtend om niet al te grof te worden. Toch antwoord ik zelfs dan, vind ik zelf, nog beleefd: “Niet alles, maar bij wie wel?” Me verantwoorden over mijn toestand is vermoeiender.
Ergernis, als een stouteheersbeestje dat over mijn huid loopt en kriebelt. Zijn stipjes lichten vervaarlijk op. Voor ik als een gek begin te krabben adem ik diep in en uit. Enkel wanneer de stipjes blijven oplichten, waag ik me al eens aan een duidelijke taaltuiting. Zeker als het over ‘mijn zoveel vrije tijd’ gaat. “Ruilen met mij?” heb ik al meer dan eens gevraagd. De verstomming van die andere is dan een cadeau. Doch weegt zelfs die irritatie nu lichter.
De dag zit vol potentiële ergernissen en hoe sneller ik er lucht aan geef, hoe beter ik me voel, wetende dat het enkel dat moment is. ’s Avonds leg ik me moe maar tevreden neer, me verheugend op de dag van morgen, vol mogelijkheden om mijn eigen kleinmenselijkheid te verdoezelen met grommelen over die van anderen. Mens, erger me wel. Ik houd van u.
AMK.
Wees gewaarschuwd, deze ergerlijke persoonlijkheid hééft grenzen… 😉
Le Bateau is een plaats in Gent. Het ligt op de Schelde (echt waar) aan het Zuid.
Daar was de start voor een ontmoetingsdag na zoveel maanden onthouding van fysieke babbels en bubbels. Een ontmoetingsdag in stijl én met een mengeling van beweging en cultuur. Met grote dank aan de organisatoren van dit mooie evenement. Deze dag kwam tot stand door de patiëntenvereniging Melanoompunt.
Voor mij begon het al heel tof, aan het station van Berchem. Ik mocht meerijden met andere bewoners van Antwerpen die ook naar Gent gingen, alsook een vierde passagier. Aangezien we in hetzelfde schuitje zitten, kwam het gesprek snel op gang.
Aan de boot ‘Le Bateau’ was het heel gezellig. Ook al waren we iets te vroeg, we waren niet de eerste gasten. Het ontvangstcomité stond al te stralen om ons te ontvangen en een boekje te geven over de aankomende wandelzoektocht.
Gelukkig scheen de zon niet (te straf). Voor melanoompatiënten is het echt nog wat meer opletten. Het regende ook niet, het was niet te koud. Hoe ideaal kan het leven zijn op een dag in juni om deze tocht te ondernemen? Desalniettemin stonden er tubes en flesjes zonnebrandlotion klaar, factor 50+ vanzelfsprekend. Van dorst zouden we onderweg niet afhaken, dankzij de voorziene flesjes water. Er lagen ook mondmaskers van Stichting tegen Kanker. Gelukkig herkenden we elkaar nog allemaal ondanks de mondmaskers. Zo niet? Even afzetten en je gezicht laten zien. Het was tenslotte toch al een jaar of wat geleden dat we elkaar nog echt zagen.
Het was een hartelijk weerzien met zoveel mensen. Overdonderend bijna. Ik zat erbij, keek ernaar en genoot ervan bij een tasje koffie.
Dan de zoektocht. We stonden ervoor en gingen erdoor. Het was een fijne uitdaging. ‘Mijn’ oude studentenstad, bijna onherkenbaar geworden, al was dat misschien omdat de zoektocht veel concentratie vroeg én het al enkele tientallen jaren geleden is dat ik er studeerde. De Korenmarkt herkende ik nog goed.
Ik hoefde niet te winnen, maar twee mensen hebben die hele tocht in elkaar gezet, vanalles uitgezocht en dan opgesteld, nagekeken of alles klopt. Dan doe ik graag de moeite om er uit te halen wat ik kan. Zo ook met andere deelnemers. Iedereen deed wat hij/zij in zijn/haar mars had. De samenwerking was fenomenaal. Maar goed want sommige verborgen antwoorden deden denken aan een soort kruiswoordraadsel, al dan niet licht van gewicht (*)
Het boekje zelf mag vanzelfsprekend niet aan derden worden verdeeld, maar ik kan u wel vertellen dat Gent zeer de moeite is om te bezoeken, om erin onder te duiken, om rustige plekjes te vinden – zelfs in het midden van de stad – alsook fijne drukkere plaatsen zoals de Graslei bijvoorbeeld. We werden ook langs onbekende plekken geloodst, langs kleurrijke plekken en ogenschijnlijk verborgen plekken.
In het Novotel, waar er al eerder andere bijeenkomsten van Melanoompunt georganiseerd werden, konden we even uitblazen en iets consumeren. Ik genoot van een verfrissende verse muntthee.
De eindmeet met schiftingsvraag was welkom. Weer aan boord van Le Bateau konden we allemaal genieten van een heerlijk stuk taart, of twee of zelfs drie. Er was variatie genoeg. En dan kwam de ontknoping. De correcte antwoorden werden gelezen, gevolgd door een mooie attentie voor de vier eersten. Maak het mee, ik was de vierde. Ik heb een fijn pakje gekregen met douchegel en huisspray.
Daarna vertrok iedereen stilaan weer, ook de delegatie van Antwerpen. We wonen daar maar in feite zijn we Limburgers en West-Vlaming. Ook op de terugrit was er veel te vertellen, niet enkel meer over dat ene. Ook over andere dingen in ons leven. Al zal het onderhuids toch vaak meetrillen.
Het is onze realiteit en die realiteit heeft ons in contact gebracht met elkaar. Utopia is enkel een fictieve ideale wereld… (*) Elke realiteit verdient om gezien en erkend te worden. De voldane en blije gezichten zijn hier een bevestiging van.
Deze zinnen heb ik thuis geschreven, niet ver dus. (*)
Foto bovenaan van Le Bateau: Luc Chalmet.
(*)Voor wie het cryptogram in het derde boekje van Melanoompuntjes wil oplossen, hier en daar heb ik een hint gegeven in dit blogbericht 😉.
Bij het lezen van ChristineVandenHove haar laatste blogbericht heb ik iets bijgeleerd over voetbal. U kan namelijk een heus gedicht uit de live commentaren persen, een voetbalflarf. Zij heeft alvast een mooi voorbeeld neergezet. Ik volgde de websites die zij aangaf, leerde bij en gaf het een kans bij de wedstrijd van gisteravond.
Je kan er niet naast kijken ruzie gemaakt langs de kantlijn
vlug technisch geschoten een mooie uit het verleden
niet zo gediend van gruwelijk gescheurd alleen daarom alweer niet geweldig
Roman Holiday is voorbij Hij hééft speelgelegenheid gegeven Dat lijkt me logisch en vooral ook slim Meer was er niet aan de hand
AMK
Nu ik erover denk, is dit niet mijn eerste flarf, ik schreef in een cursus ‘Van gedachten naar gedichten’ ooit een krantenflarf. Ik kende enkel het woord flarf niet.