Le Bateau en het Middeleeuws (*) Stenen Manhattan van Gent

Le Bateau is een plaats in Gent. Het ligt op de Schelde (echt waar) aan het Zuid.  

Daar was de start voor een ontmoetingsdag na zoveel maanden onthouding van fysieke babbels en bubbels. Een ontmoetingsdag in stijl én met een mengeling van beweging en cultuur. Met grote dank aan de organisatoren van dit mooie evenement. Deze dag kwam tot stand door de patiëntenvereniging Melanoompunt.

Voor mij begon het al heel tof, aan het station van Berchem. Ik mocht meerijden met andere bewoners van Antwerpen die ook naar Gent gingen, alsook een vierde passagier. Aangezien we in hetzelfde schuitje zitten, kwam het gesprek snel op gang.

Aan de boot ‘Le Bateau’ was het heel gezellig. Ook al waren we iets te vroeg, we waren niet de eerste gasten. Het ontvangstcomité stond al te stralen om ons te ontvangen en een boekje te geven over de aankomende wandelzoektocht.

Gelukkig scheen de zon niet (te straf). Voor melanoompatiënten is het echt nog wat meer opletten. Het regende ook niet, het was niet te koud. Hoe ideaal kan het leven zijn op een dag in juni om deze tocht te ondernemen? Desalniettemin stonden er tubes en flesjes zonnebrandlotion klaar, factor 50+ vanzelfsprekend. Van dorst zouden we onderweg niet afhaken, dankzij de voorziene flesjes water. Er lagen ook mondmaskers van Stichting tegen Kanker. Gelukkig herkenden we elkaar nog allemaal ondanks de mondmaskers. Zo niet? Even afzetten en je gezicht laten zien. Het was tenslotte toch al een jaar of wat geleden dat we elkaar nog echt zagen.

Het was een hartelijk weerzien met zoveel mensen. Overdonderend bijna. Ik zat erbij, keek ernaar en genoot ervan bij een tasje koffie.

Dan de zoektocht. We stonden ervoor en gingen erdoor. Het was een fijne uitdaging. ‘Mijn’ oude studentenstad, bijna onherkenbaar geworden, al was dat misschien omdat de zoektocht veel concentratie vroeg én het al enkele tientallen jaren geleden is dat ik er studeerde. De Korenmarkt herkende ik nog goed.

Ik hoefde niet te winnen, maar twee mensen hebben die hele tocht in elkaar gezet, vanalles uitgezocht en dan opgesteld, nagekeken of alles klopt. Dan doe ik graag de moeite om er uit te halen wat ik kan. Zo ook met andere deelnemers. Iedereen deed wat hij/zij in zijn/haar mars had. De samenwerking was fenomenaal. Maar goed want sommige verborgen antwoorden deden denken aan een soort kruiswoordraadsel, al dan niet licht van gewicht (*)

Het boekje zelf mag vanzelfsprekend niet aan derden worden verdeeld, maar ik kan u wel vertellen dat Gent zeer de moeite is om te bezoeken, om erin onder te duiken, om rustige plekjes te vinden – zelfs in het midden van de stad – alsook fijne drukkere plaatsen zoals de Graslei bijvoorbeeld. We werden ook langs onbekende plekken geloodst, langs kleurrijke plekken en ogenschijnlijk verborgen plekken.

In het Novotel, waar er al eerder andere bijeenkomsten van Melanoompunt georganiseerd werden, konden we even uitblazen en iets consumeren. Ik genoot van een verfrissende verse muntthee.

De eindmeet met schiftingsvraag was welkom. Weer aan boord van Le Bateau konden we allemaal genieten van een heerlijk stuk taart, of twee of zelfs drie. Er was variatie genoeg. En dan kwam de ontknoping. De correcte antwoorden werden gelezen, gevolgd door een mooie attentie voor de vier eersten. Maak het mee, ik was de vierde. Ik heb een fijn pakje gekregen met douchegel en huisspray.

Daarna vertrok iedereen stilaan weer, ook de delegatie van Antwerpen. We wonen daar maar in feite zijn we Limburgers en West-Vlaming. Ook op de terugrit was er veel te vertellen, niet enkel meer over dat ene. Ook over andere dingen in ons leven. Al zal het onderhuids toch vaak meetrillen.

Het is onze realiteit en die realiteit heeft ons in contact gebracht met elkaar. Utopia is enkel een fictieve ideale wereld… (*) Elke realiteit verdient om gezien en erkend te worden. De voldane en blije gezichten zijn hier een bevestiging van.

Deze zinnen heb ik thuis geschreven, niet ver dus. (*)

Foto bovenaan van Le Bateau: Luc Chalmet.

(*)Voor wie het cryptogram in het derde boekje van Melanoompuntjes wil oplossen, hier en daar heb ik een hint gegeven in dit blogbericht 😉.

Intussen of tussenin?

Wat schrijft een mens al in komkommertijden?  

Het is nu al twee dagen geleden, Vaderdag. Ik was erbij en ik keer naar hem. Tussen tevreden en bezorgd, weigerig en gelaten, maar vooral blij die dag dat hij het fijn vond, dat glaasje en die enkele zoute snacks. Buiten de lijntjes kleuren is soms heel nabij. Dat te zien is heel verhelderend. Een mens heeft niet veel nodig om even te sprankelen.

Wat nog?

Wanneer de onrust me besluipt? Wanneer de onmogelijkheden zich zo duidelijk aandienen? Wanneer de energieloze cellen me wijs willen maken dat het tijd is om te rusten?
Ik ga in gesprek met die cellen, met die delen die van de cellen gemaakt zijn. Dan spreek ik ze toe en deel mijn gedachten, mijn bezorgdheden, mijn verlangens, mijn angsten, mijn pleziertjes, … Het zijn woorden die nú spontaan in me opkomen bij het schrijven van dit blogbericht. Hoe kom ik in contact met mijn eigen zieke cellen? Wat als…? Een kunst-&wetenschapsproject dat in aantocht is. Louter nieuwsgierigheid, zonder weerstand noch zwijmelen deed me ‘ik’ zeggen toen er gevraagd werd wie hierover iets wilde schrijven voor de derde editie van Melanoompuntjes. U weet nog wel, het tijdschrift van de patiëntenvereniging Melanoompunt. Meer weten? Lees hier  (klik op de eerste foto) op pagina 11.

Naast dit op til zijnde project kan u nog vele andere dingen lezen. Het is een extra dik nummer geworden; een mooi gesprek met de andere kant, verhalen van lotgenoten, een reis naar Australië, een boomstevige hobby, poëzie, een kinderverhaal voor grote mensen (Robin Hood heeft model gestaan), een cryptogram en nog plannen op til…

Intussen blijf ik me tegen zon en brand beschermen, factor 50, met respect voor het milieu, in het bijzonder voor de oceanen. Dit meld ik omdat het in Australië al helemaal ingeburgerd is (symbool te zien op de verpakking, zie onderaan het ‘Australisch’ verhaal). Overigens is kleding ook een goed idee. Voor mij maakt het niet zoveel meer uit of en hoe diep ik bruin word. Mijn pigment is aan het verdwijnen. Beter niet verbranden om te voorkomen.

Dát schrijf ik in komkommertijden 😉

Ik wens u een mooie zomer. Houd het veilig!

Schrijvers sterven ook

Schrijvers sterven ook,
al blijvend want toen nog schrijvend.
Ze gaan heen en wij erven.

De zoveelste aankondiging van een schrijver die gestorven is. Dat las ik in De Standaard. A.L. Snijders is overleden. De meester van het Zeer Kort Verhaal (ZKV).

Gisteren las ik dat Lucinda Riley overleden is, nog voor het journaal van 19u het meldde. Bijna anderhalve maand geleden stierf mijn favoriete Vlaamse auteur, Pieter Aspe. Ik heb bijna alles van hem gelezen. Vanaf het eerste boek trok het me aan. Het waarom wil ik zelfs niet weten. Ik volgde de aantrekkingskracht. Ik blijf met enkele mooie herinneringen, niet alleen aan de boeken zelf, ook met herinneringen aan enkele ontmoetingen.

Ik ken hen, die schrijvers en toch weer niet. Ik heb over hen gehoord, gelezen, zelfs van hun werk (al dan niet veel) gelezen, maar ik ken hen niet. Toch blíjven ze, ook na hun dood. Al lees ik minder dan ik wil, waarschijnlijk wegens trage lezer zijn en snel overprikkeld, probeer ik toch op te vangen wat me kriebelt. Het is vanzelfsprekend niet uit desinteresse.

Al is het maar een woord, een zin, een gedicht, een heel verhaal, al is het maar één maal: een schrijfsel de wereld insturen. Dat is blijven, dat is vertellen wat je vertellen wil. Dat is een wereld aanzetten tot stilstaan, die enkelen of velen die een nieuwe weg in het brein vinden door dat wat geschreven werd.

Toevallig (of niet) startte ik mijn schrijfmeditatie* deze ochtend met het woord ‘schrijven’. Wat schrijven doet, wat schrijven teweeg brengt, waartoe schrijven voor mij dient, hoe ik het aanvoel.

Dit is wat ik schreef:

Schrijven, pen, papier, scherm, klavier. Het is even in een verhaal kruipen dat niet van mij is en er toch altijd gezeten heeft. zomaar in mij. het is de weerstand doorbreken van wat het verhaal moet of net niet mag zijn. Het is alles overboord gooien wat me tegenhoudt in dat ene verhaal te reizen. Het ís reizen. Het is vertellen van wat niet is, van wat wél is. Wat spannend is. Het is lachen. Het zijn tranen en eenzaamheid. Het is verbinden met iemand, met niemand. De mensen in het verhaal en de mensen die het lezen, met elkaar en daardoor met mij.

Wij, u, jullie, ik, zij en hij die elkaar nooit tegenkwamen of zullen tegenkomen, of misschien juist wel. Het is door alle verlangen naar wat toch niet is, heen ploeteren en achterlaten; afkeer overboord gooien.

Tenslotte wordt het verhaal los gelaten, vrij, en mede de belasting die zwaar weegt en dan is de weg (weer) vrij. Woord na woord, verhaal na verhaal, verbinding na verbinding, reis na reis, verplichting na verplichting.

Schrijven is ultieme vrijheid en misschien is zelfs dat op een keer weg en biedt het leegte, enkel een erfenis nalatend.

Schrijvers sterven. Schrijvers blijven.

 *ik heb het al enkele keren over #schrijfmeditatie gehad. Voor de geïnteresseerden, volg de hashtag onderaan dit bericht.

ps. in het laatste blog bericht van Christine*Van*den*Hove staat een mooie in memoriam, geschreven voor A.L. Snijders.

Bedankt om me weer te lezen 🙂

Het pingpong gevoel

Wat doe je als je een verdict krijgt en een eerste reactie is een betuttelende? Je weet dat het uit bezorgdheid is, dus je zegt maar niets. Of  je wordt genegeerd , alsof je niets gezegd hebt.

Wat doe je als je verhalen over je heen krijgt terwijl je zelf nog aan het zoeken en vooral aan het verwerken bent? Als jou verteld wordt dat je maar moet aanvaarden want er zit niets anders op.

Er zijn legio voorbeelden.

Het heeft mij meermaals een pingponggevoel gegeven. Laten gebeuren of aangeven? Boos blijven is in elk geval nefast.

Iedereen bedoelt het goed en daarnaar kijken bespaart me veel negatieve energie. Daarom wil ik volgende delen met u.

In een artikel Wat*u*beter*vermijdt op de website van ‘Kom op tegen kanker’, vond ik dingen die ik zelf al lang aanvoel maar nooit op zó een manier verwoord kreeg, dat ik niet vijandig overkom of aanhoudend boos. Tenslotte is een goede communicatie toch belangrijk om te durven praten. Ik apprecieer vooral alle goede bedoelingen, maar soms is een beetje sturen nodig… ook mezelf (bij)sturen.

Overigens staan er nog links naar andere tips bij. Zie bij ‘Lees ook’. Ikzelf heb er ook veel aan. Ik durf vlugger aangeven wat ik niet tof vind en als bezoeker (bij zieken, rouwenden of andere kwetsbaren) stel ik me makkelijker buiten mijn eigen kader. Het werkt overigens in het algemeen verlichtend in de omgang met de medemens.

Hierbij enkele ervaringen die ik wil delen. Ze maken me – in de twee richtingen –alerter in hoeverre ik anderen toelaat en hoever ik zelf ga in gesprek met een kwetsbare. Het vermijdt in elk geval heel wat boosheid.

Er werd me verteld hoe erg het was en dat ik niet meer moet bezig zijn met anderen hun verhaal. Ik had al zoveel te verwerken.

Zeggen dat ik er goed uitzie. Ik heb nog nooit zoveel complimenten gekregen over hoe ik eruit zie. Ook omgekeerd. Voorheen werd me nooit verteld dat ik me nu wel heel slecht moet voelen, want hoe zie ik er toch uit!

Hetzelfde vragenlijstje afgaan bij een bezoek. Waar ik al drie jaar niet meer over praat, is voorbij! Mag ik niet vertellen over wat ik nu doe?

Ik zou kunnen doorgaan, maar de meeste dingen zijn nu niet meer zo acuut voor mij. Wat ik wel geleerd heb, is dat ik niet meer inga op ‘neusgepeuter’, ‘kadering waar ik niet wil zitten’ en verhalen beamen/ontkennen die in iemand anders’ hoofd zitten.

Al bij al kan ik wel zeggen dat ik assertiever ben en veel makkelijker loslaat wat me al te veel neer houdt.

Het verhaal van overdrijven klopt helemaal. Cadeaus en constante aandacht werken vermoeiend en remmend in de omgang.  Het voelt als een verwachting waaraan ik toch niet kan voldoen. Sinds de bitch, staat dit item overigens op een laag pitje 🙂

Misschien een persoonlijke tip, geef me geen ruikers snijbloemen meer, noch te veel snoep of plastic verpakking (😉 ik kon het niet laten)

Daarnaast bleef/blijft er ook een zee van goede reacties bestaan, zoals praktische hulp, afleiding, bezoek ontvangen en krijgen, zonder meer, de mogelijkheid om aan te geven waar mijn grens ligt en nog veel meer. Gelukkig maar. Gelukkig maar dat ik dat ook kan zien. Dat heeft nog altijd de overhand.

Tenslotte, ik ben zelf ook schuldig (geweest) aan zulke dingen, soms nu nog. Het blijft zoeken en vinden. Blijf eerlijk en laat uw gast ook eerlijk zijn/haar verhaal doen. Verhalen zijn tenslotte originele belevenissen van mensen.

Bedankt om me weer te lezen. Het gaat u allen goed! 😊

Mama

Ik weet nog hoe het was

hoe we ‘stiekem’ onze cadeautjes verstopten

tot die grote dag je verraste

Dachten we toen nog ook al wist je beter

Dat we giechelden om ons geheimpje

Zelf voor ontbijt zorgden

Hoe we buiten zaten met onze gedichtjes

wriemelend voorlezend

Hoe we straalden om jouw blij zijn

Hoe je toen vertelde

‘ik wist wel dat je dat zou geven’

Hoe we vooraf onszelf verraadden

nog zo heerlijk onwetend

Hoe blij verrast je lach ons charmeerde

Hoe dankbaarheid aanvoelde

Wat onvoorwaardelijk was

De dingen die we niet vergeten

die we in onszelf weer zien

en ons goed doen voelen

Dát!

Ik weet nog hoe het was

Toen je onze mama was

Ik weet nog

Jij bent nog!

Blanke Westerling, waar ben je bang voor?

Als huiswerk voor de schrijfcursus ‘Column schrijven’, schreef ik er eentje over de bange Westerling. De titel heb ik veranderd in wat het nu is. De prent hieronder haalde ik uit de Facebookpagina*van*de*Volkskrant. Hij is van Peter Van Straaten. Als de tekst niet duidelijk is, er staat: ‘Ik ben geen vluchteling, ik woon al twintig jaar naast u.”

Mijn column zette ik op Azertyfactor. Klikken op deze link brengt u naar de column.

Ik schreef nog wat meer de afgelopen – hier afwezige – weken. Daarvan vindt u ook nog wel wat op mijn profiel bij Azertyfactor. Bijvoorbeeld, Het Bankje, die dialoog waarover ik het een tijd geleden had, die diende voor de gelijknamige wedstrijd. Ik was niet bij de winnaars, maar wel iemand die samen met mij de cursus ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’ volgt. Haar verhaal wordt uitgevoerd in een podcast. Een andere cursist haar verhaal staat in een Sprookjesboek, ook via een wedstrijd verkregen. Schrijven, inkt, zweet en soms tranen (ook van het lachen), het loont. Zelfs een fijne positieve feedback of eentje vol goede tips; het motiveert allemaal.

Verder kan ik u meedelen dat ik trotse medewerkster van de redactie van Melanoompuntjes. In juni verschijnt de volgende editie. Ik houd u op de hoogte.

Een groot lichtpunt na een jaar van wel zeer beperkte mogelijkheden tot fysieke ontmoetingen, was een gast op bezoek en niet zomaar iemand, een heuse M! (herinner u het verhaal over De Vijf M’s).

Afstand iets dichterbij gehaald

Schrijven wordt vervolgd…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

Pasen

Pasen, voor iedereen wat anders, voor velen hetzelfde.

Op het kalenderblaadje lees ik iets over een heidens gebruik, waarbij versierde eieren geschonken worden, om het nieuwe leven te vieren. Pas later werd dat heidens gebruik gekerstend, zoals vele gebruiken. Tot op heden begrijp ik nog niet hoe het ene met het andere te maken heeft. Als kind al. Nu ik erop terugblik, de tijd dat ik ontdekte dat Sinterklaas en de Paasklokken kinderbedrog waren en ik mijn eerste grote teleurstelling in het leven meemaakte, herinner ik me dat ik echt dat verband zocht; dat verband tussen de verrijzenis en de Paasklokken die van Rome kwamen. Wat ik niet begrijp, kan ik dat geloven?

Wat ík niet geloof, kan ik wel respecteren bij anderen. Ik kan ernaar kijken en denken hoe fijn moet het zijn om zoveel vertrouwen te hebben, zelfs in je donkerste dagen. Ik moet niet alles begrijpen om het te respecteren. Waarom zou ik niet respecteren? Om die enkelen die van hun geloof misbruik maken? Om die enkelen die van iemand anders’ geloof misbruik maken?

Ik geloof in energieën van onze Aarde, in een universum, in kracht, in aanvaarding (al is dat vaak lastig), in respect, in weer opstaan en terug vínden.

Tenslotte geloof ik heel erg hard in…. chocolade! 😉

De Paashaas hoort het niet meer…

Smakelijk, vrolijk, ingetogen, rustig, uitbundig, muzikaal, kleurrijk, gemoedelijk, kies maar uit, voel maar aan… Pasen gewenst!

Weetjes van de week.

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het nog steeds de lichtere dagen die me kietelen.

Omdat de weken nogal hard op elkaar beginnen lijken, laat ik even het dagboekgehalte varen en zet enkele indrukken neer van de afgelopen week.

Onevenwichtig

Nog steeds wat meer na die laatste immuuntherapie annex vaccinatie. De uitdaging is er rust in vinden en op de juiste tijdstippen energie loslaten op activiteiten. Het betert naarmate de week vordert.

Alleen die benen weer in evenwicht brengen…

Wie is Laurel en wie Hardy? 😉

Groot, klein verdriet en andere opstandjes in mijn ziel

Net op donderdag, zo’n dag dat donderen ook in mijn hoofd gebeurt, lees ik opnieuw een droevig bericht van een lotgenoot. Iemand die ik ook kende. Al zegt het hoofd dat het duidelijk was dat het zou gebeuren, wanneer het dan echt gebeurt, is het onwezenlijk. Ik voel me machteloos en weeral geconfonteerd.

Mijn broer laat weten dat hij en zijn dochter besmet zijn. De anderen in huis zijn nog negatief. Maar ze worden ook ziek en worden opnieuw getest. Ik weet nog niets.

Lezend in de blogs van anderen, en hun nieuws op Facebook, raak ik meestal niet verder dan op ‘vind-ik-leuk’ klikken.

De overgave en overstap naar…

Het één en ander staat in de wacht. De plannen blijven rustig kabbelen tot er zich weer een ‘Aha’ aandient om te vertoeven bij die anderen van een rubriek alhier in mijn Reis-naar-Ithaka-pagina.

… vreugdes en vrolijkheden

Ik sta in de tweede editie van Melanoompuntjes, het blad van de patiëntenvereniging waarover ik al vaak sprak. U kan deze*tweede*editie helemaal lezen.

Ik word ook uitgenodigd voor de nieuwe vergadering van de redactie van Melanoompuntjes. Ik kijk ernaar uit!

Toch even glunderen met mijn bijdrage en de steunmogelijkheden laten zien (linksboven)

Het schrijven gaat verder. De woorden stromen, soms met omwegjes doorheen versperrende rotsjes in de rivier, maar water vindt altijd een weg. De lessen inspireren me. U bent vooral zeer welkom in mijn Woordenhoek op Azertyfactor, waarin ik dit*huiswerk en ook dit*andere*huiswerk gepost heb. Mijn profiel aldaar is Anemos. Soms een storm, soms een briesje.

Moeten er nog shampoo en haarkleuring zijn? Tot vorige week nog wel, op de valreep vóór de verstrengingen, een ietwat zonniger kleurtje in mijn haardos losgepeuterd. De krullen maken even plaats voor een kapsel waarmee ik op Zoom kan verschijnen.

Bezoeken aan mijn vader worden weer iets waar ik meer en meer naar uitkijk. Gelukkig zijn er geen verstrengde maatregelen voor bezoekers in het woonzorgcentrum. Hij doet het nog steeds goed, met muizenstapjes zelfs steeds een beetje beter.

Ik heb tourlou gekocht bij Morfo en nog andere lekkernijen. Na wat zoekwerk vanwaar ik dat woord nu toch maar kende, kwam de verlichting. Het komt uit dat Griekse lied, ‘Laten we ergens anders heengaan’, waarover ik al eens schreef. ‘In de tourlou van deze wereld werden wij het zout.’ (vertaald uit ‘Πάμε γι’αλλού’)

Moet er over het zomeruur nog gedebatteerd worden? Hebben we nog niet genoeg kansen gehad om van deze immense pandemische crisis iets te leren, zoals een natuurlijk ritme volgen in plaats van controle in stand houden en forcerend zoiets ‘plastiek’ als verwrongen tijd op te leggen? Ik pleit alvast voor het echte zonne-uur, hoewel dat utopisch is.

Kortom, ik vind rust in de onrust, energie in de beweging en eet nog steeds gezond 🙂

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

Weetjes van de week

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het langzaamaan-langer-licht-dagen die me kietelen.

Het was een week van tegenstellingen. Niets nieuws dus.

Maandag. Ik lig nog wat in de prak, ook al ging het zondag goed. Het leven speelt zich af op de zetel met een boek waar ik nauwelijks in lees of aan tafel met een beschuit. De dag is, al vroeg, genoeg. Alle schermen en digitale bereikbaarheid zet ik af. Een neutraliteit, die aangenaam voelt, bekruipt mij; de kabbelende golven van het horizontaal bestaan. Voilà!

Dinsdag is al wat levendiger. Ik ontdek dat ik een les gemist heb van de online cursus ‘Column schrijven’. Die reeks startte maandagavond. Ik mail met mijn excuses naar de organisator. Kort daarna krijg ik een mail van de docent met de vraag of ik het huiswerk nog wil maken. Ik wil wel, maar laat het even voorbij gaan. Gisteren zit nog vers in mijn geheugen.

Namiddag volg ik een online lezing over HSP (hoogsensitieve personen). Er zit veel herkenbaars in én ik leer nieuwe dingen. Een wel heel fysiek kenmerk kán zijn: ‘geen of heel weinig koorts maken bij ziekte’. Dat vond ik zo treffend.

Wanneer ik naar buiten stap voor een schepje lucht, ontdek ik in de gang een pakje gericht aan mij. Het is een bedankje voor de boeken die ik naar mijn Griekse leraar in Hasselt stuurde.

Deze Paashaas bestaat nog.

Woensdag is de duidelijkste dag van tegenstellingen. Sereniteit en actie wisselen elkaar af.

De ochtend is volledig voor de uitvaartdienst van de bezielster achter Melanoompunt. Er is de mogelijkheid om de dienst online te volgen. Het wordt een mooie herdenking, een aandenken aan een prachtige vrouw met vele talenten en een grote goesting om het hele leven te leven. De woorden van het lied ‘Verdronken vlinder,’ van Boudewijn De Groot vergezellen me die hele dag.

Ik neem het bezoek aan mijn vader weer op. Hij belde nog om te vragen of het wel kon. Ik wil toch even naar buiten. Het is verbazend hoe mijn vader zich handhaaft in zijn wereld die zo klein geworden is. Tussen die vier muren van zijn bestaan sinds bijna anderhalf jaar, waarin veel lockdown de baas was, is hij nog heel alert.

De avond is gevuld met … een online les schrijven. Een vervolg van een reeks die ik in het voorjaar volgde ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’, ook al kan iedereen zich hiervoor inschrijven, ingrediënten zijn er nooit te veel. Er zijn veel bekende mensen uit vorige cursussen. De lat ligt hoog bij zoveel talent, vanaf de eerste les. Een uitdaging die ik als heel stimulerend ervaar. Er komt zowaar een scène uit mijn hoofd, hier te lezen.

Donderdag is wederom een donderende dag. Na het afzakken van dat gehamer en schelle geluid in mijn hoofd, alsof iemand zonder talent zijn trompet wil demonsteren, neem ik de mails van vorige dag door.

Ik ben gisteren opgenomen in een andere blog, die van Satur9. Het is in de rubriek ‘vriendenboekje’. Dit is het mijne.

Ik schrijf en post zelf nog een blogbericht, over “Iemand anders’ woord”, over iets dat me jaren geleden hard raakte.

Er komt nieuws van een M (van de 5 M’s, waarover ik schreef, net voor het hele coronagebeuren vorig jaar), vanuit het ziekenhuis. Dat is schrikken, heftig schrikken. Alle M’s reageren op haar bericht. Ze zal ons op de hoogte houden. Later zal blijken dat het ‘meevalt’. Wanneer ‘trop’ te veel wordt, is de boodschap van rust nabij… Ik kreeg nog wel zo’n mooie kaart deze week.

Alsof het echt is, op vakantie zijn

Scherm- en wifivrij is mijn keuze deze avond. Mijn dikke boek vordert gestaag bij deze vroege rust in mijn kot.

Vrijdag begint mysterieus, met een Messengerbericht van de persoon uit mijn blogpost van gisteren, zo lijkt het toch. Ik doe wat ik kan op dat moment. Het blijft mysterieus en ik vraag me nu af wat ik ermee moet doen. Ik kan alleen hopen dat het bericht écht is en geen flauwe grap van iemand die mijn blogbericht las…

Mijn dagelijkse wandeling brengt me nog eens langs de bibliotheek. ‘De reiziger’ van Diana Gabaldon leest fijn maar is echt heel lijvig. Aangezien deze reeks toch verfilmd is, besluit ik de volgende boeken niet te lezen, maar de seizoenen te bekijken die ik nog niet zag, toen het uitgezonden werd. Van het laatste seizoen heb ik zelf een DVD exemplaar (op een keer pardoes gewonnen). Maar eerst dat boek en die vorige seizoenen. Aye aye*, here I go to Scotland.

Ik ga aan de schrijf en begin met een brief aan die pennenvriend in Schotland. Hij liet me in zijn vorige brief iets weten over het – nu alom bekende – lied ‘Soon may the Wellerman come.’ Het originele is veel en veel mooier. Ik zoek het op en ben het helemaal eens. Versie*van*Gordon*Bok.  Ik hoor een echte vertelling. Het doet me denken aan een ander verhaal over Sinbad, de zeeman, in het Grieks al vaak bezongen door deze en andere artiest. (geen idee waarom ik dat Schotse allemaal vertel, misschien leidt het nog ergens heen)

Zaterdag, heel vroeg al vloek ik in stilte. Die trompet is er weer en hij heeft deze keer een drummer meegebracht. Het schelle kloppende concert houdt me stil!

Een ontmoeting met enkele medecursisten van de woensdagavondles zeg ik af, hoe fijn ook, om de mensen die ik enkel online ken te ontmoeten en anderen weer te zien. ‘Onder voorbehoud’, een cliché dat me blijft vergezellen. Het klappen van de spreekwoordelijke zweep ken ik al lang. Niets nieuws onder de zon. Die schijnt anders wel flink. Later zie ik dat de ontmoeting mooi was én voor herhaling vatbaar.

Het enige fysieke dat ik nog doe, is een korte wandeling om net voor sluitingstijd nog de krant te kopen. Ik waag me aan een cryptogram uit die gekochte krant. Dat lukt nog aardig ook.

Zondag leef ik weer. Het huishouden krijgt aandacht, weliswaar zonder overrompeling, niets dat klaagt dat het niet gebeurd is 😉.

Mijn vader laat nog eens een vleugje humor op me los. ‘De wind doet morgen maar 5 km/uur. Hij is te voet!’ Zo ken ik hem! Fijn om hem zo weer te zien.

Verder dompel ik nog eens onder in het achttiende-eeuwse Highland en zijn clans en kijk ik naar ‘Beau Séjour’. Niets verklappen hé, een verzoek aan de marathonkijkers van deze serie.

Eén ding nog, die elektrische fiets van vorige week werd niet door mij gewonnen. Geen nood echter; ik zal nog veel mogen trappen om zoveel energie te hebben dat ik doortrap 😉

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

* aye aye: komt nogal eens voor in dat lijvige boek. Ik vond er niet echt een vertaling van. Het komt mij voor als ‘jazeker!’