“De ondergang van m’n paraplu” (zomer 1981)

Op het moment van de foto had ik hem duidelijk nog … maar op een stormachtige dag was zelfs deze paraplu niet bestand tegen mijn eigen naam*, al wist ik dat toen nog niet. Vandaag was ik even buiten en voelde ik me mijn naam helemaal waardig 😉

Mijn paraplu,

tja, waar is hij nu?

Beland in de vuilbak,

want hij ging kapot met één krak.

Dat kwam door de wind,

die was die dag niet goed gezind.

Ik dacht nog : “Anne-Mie, houd die paraplu recht.”

Maar ja, dat had ik beter hárdop gezegd

want er kwam niets meer van terecht.

En maar waaien dat windje

mijn plu kreeg een extra hintje

Opeens, één, twee, drie, hop,

het stof vloog helemaal over m’n plu’s kop.

Alles aan m’n plu-tje hing los,

het werd éne grote klos

Tja, m’n plu is er nu niet meer,

en dat doet m’n hart zo’n zeer.

Maar ja, misschien met wat geld, geluk en wat regen,

kom ik er gauw een nieuwe tegen.

AMK

* als je mijn naam met het accent op de Á uitspreekt, klinkt het als ‘de winden’ in het Grieks (Ánemos = de wind, Ánemie = de winden); een trucje dat ik soms gebruikte wanneer ik mijn naam al te veel moest herhalen bij een hotelboeking of wat anders.

Weetjes van de week (in vertraging)

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Beetje later deze week.

Ondanks de nogal veel aflatende energie verliep de week toch prettig, als een gelukjesweek, kleine fijne verrassingen en – kan ik zonder? – hier en daar strubbelingen met mezelf.

Opruimen

Het was een week van weggeven. Opgeruimde spullen moeten ergens heen. Op de Op de Hoplr  website bood ik het een en ander aan. Het ging snel. De startkabels en het stuurslot, alsook de klaptafel (die ik hier niet kan monteren wegens te dunne muren, tenminste daar waar ik het wilde hebben) waren binnen de vijf minuten gereserveerd. Gelukkig werden ze ook afgehaald.

Iemand gaf me in ruil een fles rode wijn.

Alleen de inzetstukken voor de Kallax kasten (Ikea) zijn er nog. Iemand? (wel zelf afhalen)

Ook probeerde ik toch iets tweedehands te verkopen. Wat een gedoe. Voor een paar stevige wandelschoenen, voor 10,- € aangeboden, een halve avond vragen beantwoorden werd me te veel. Ze krijgen een andere bestemming. Voilà!

Vrijwilliger

Ooit was ik vrijwilliger bij de Boekenkaravaan. Ik las voor in een kinderdagverblijf aan taalarme kinderen, meestal anderstalig van huis uit. In die tijd kocht ik enkele boekjes. Dat werden er enkele meer aangezien ik ze ook wel eens gebruikte in de praktijk waar ik toen werkte.

Wat ermee gedaan? Enkele boekjes heb ik aan familie en vrienden gegeven, voor de kinderen die ik door u-weet-wel-welk-C-drama nog nooit ontmoet heb. Voor de overige boekjes contacteerde ik de*Boekenkaravaan die het graag hadden.

Fijn zo’n bedankkaartje.

Vorige dinsdag (2 maart) raakte ik eindelijk nog eens bij Fedasil. Er is een nieuwe coördinator die zich ook met de leiding van de vrijwilligers bezig houdt en er zijn enkele nieuwe vrijwilligers. Dat is wel fijn omdat de kinderen dan beter verdeeld worden en het minder druk is in mijn groepje. Weer thuis vond ik een mooie bedankmail voor de week van de vrijwilliger.

Schrijven

Donderdagavond deed ik mee aan een eenmalige workshop ‘Dialogen schrijven’. Heel fijn, met veel tips, een vlotte vogelvlucht en enkele oefeningen die we mochten voorlezen. Ook heel fijn was dat ik iemand terug zag van een cursus die ik vorig jaar deed. Nog een beetje en ik krijg het ‘ons-kent-ons’ gevoel. Best prettig.

De workshop was aangeboden door Creatief Schrijven in het kader van een komende wedstrijd. Ik ben er volop mee bezig 😊.

Vader

Zoals elke woensdag, als er geen lockdown is tenminste, bezoek ik mijn vader. Hij had goede zin. Hij stelde zelfs voor om de volgende keer te gaan wandelen. Ik ga ook op zondag en dat hebben we dan gedaan. Hij zat al helemaal klaar toen ik binnenkwam. Dat is fijn om te zien.

Daarna ben ik met een flinke omweg naar huis gefietst.

Eten

Ik doe het graag. Ik doe het elke dag. Soms is het iets dat ik afhaal, soms kook ik zelf. Zolang ik eet wat ik graag eet, bén ik 😉.

In Leesland tussendoor

Het aanbod is écht te groot. Soms ben ik met drie boeken bezig, gelukkig niet tegelijkertijd. Zo vind ik het prettig om een luisterboek te lezen wanneer ik iets bezig ben zoals de strijk. Momenteel is dat het originele (in het Engels) tweede boek van de serie Hichhiker’s guide to the Galaxy, van Douglas Adams. Een tip van mijn Schotse pennenvriend.

Ik blijf Griekenland hondstrouw, maar ik raak geprikkeld door Schotland. Nu ben ik in een echt papieren boek aan het lezen, ‘De reiziger’ van Diana Gabaldon, uit de bibliotheek.

Op mijn e-lezer heb ik even rust genomen, na het derde boek van ‘Mijn geniale vriendin’. Van Italië naar Schotland…

De overspoeling van leesverrassingen was echter het hoogtepunt. Dat kwam door drie lange mails van drie verschillende mensen waardoor ik helemaal blij werd, verrast opkeek en weer wat leerde zowel van de andere als over mezelf. Soms is alleen zijn verruimend.

En nog vele andere dingen die me hoogtes en laagtes lieten zien. Zoals de weetjes van deze blog de volgende zullen overlappen. Denk ik…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

Iemand anders’ woord. Achtste woord.

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de achtste. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: JoeyBrown.be

Deze dame leerde ik kennen via haar boek, ‘Schrijven naar Bewustzijn’. Dat was in augustus 2019. Ik schreef er HIER al over. Haar website met blog is heel uitgebreid, heel toegankelijk om te lezen. Geen dure woorden. Dat bevalt me wel.

Haar boek heb ik inmiddels bijna uit. Ik worstel er niet mee, ik laat het moment, om aan het laatste deel te beginnen, zich aandienen. Momenteel voel ik me comfortabel in mijn bubbelig bestaan, waarin ik vooral innerlijke rust wil.

Voor velen is haar methode een mijlpaal geweest in zelfontdekking en ook voor dié persoon te gaan. De methode lijkt eenvoudig. Wat bij mij aanvankelijk een ‘redmiddel’ leek, bleek een pad te worden. Ik was dus blij met enkele online schrijfdagen. U heeft in elk geval niet veel nodig, een pen en een schrijfboekje, schriftje, iets van papier.

Intussen doe ik het bijna dagelijks, zoals mijn eerste tas koffie drinken. Het is een moment écht bij mezelf zijn. De koffie is lekker, mijn boterham smaakt (in tegenstelling tot wat moet ik allemaal doen vandaag?). Ook al lijkt het dat ik ‘zoveel tijd heb’, ik weet dat het niet zo is. Dat was een ontdekking. Die vierentwintig uren per dag heeft iedereen. Wat ik ermee doe, kies ik. Persoonlijk gaat het over grenzen en eigen keuzes (laten) respecteren. M.a.w. ik kan niet bepalen wat anderen van mij vinden, enkel kiezen wat ik ermee doe.

Het blogbericht dat ik uitkoos gaat over het*innerlijke*kind.

Ik vind het zelf heel fijn om nog eens te kijken naar dat kind dat ik was, mijn reacties van toen en nu, wat ik intussen losgelaten heb en wat ik graag nog meeneem. De eerste keer vond ik het raar, voelde ik me geforceerd en afstandelijk, maar enkele foto’s van mezelf hielpen en het lukte om contact te maken met mijn innerlijk kind. Er kwamen enkele verhalen naar boven borrelen die ik in een fictief verhaal stak. Wie weet ooit voor publicatie.

Voor mij is schrijfmeditatie echt mijn dagelijkse vitamine, een manier om de wereld buiten mijn bubbel houden, ook op mindere dagen.

Nog iemand die het hierdoor voelt kriebelen? Houdt u zich niet in. Er is een groot aanbod.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Weetjes van de week

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het langzaamaan-langer-licht-dagen die me kietelen.

De week vliegt. De week kruipt. Een (on)bewogen week…

Een energiek begin:

De leraar Grieks, bij wie ik les volgde toen ik nog in Hasselt woonde, laat weten dat hij interesse heeft in enkele boeken die ik niet meer gebruik, voornamelijk over uitspraak van het Nederlands bij anderstaligen. Naast Grieks in het PCVO Moderne Talen, onderwijst hij ook Maatschappelijke oriëntering bij het Agentschap Integratie en Inburgering. Daarnaast heef hij een grote interesse in talen, ook de uitspraak.

Ik ben toch bezig met weggeven dus fiets ik naar de Kringloopwinkel. Dat pakketje allerlei staat hier al wéken klaar om af te geven; alsof het bij mijn interieur ging horen.

Vorig jaar werd er op de pilaar die de wandel- en fietsbrug mee ondersteunt, dit mooie gedicht in vele kleuren geschreven. Ik stopte hier even om een foto te maken.




van Lies Van Gasse, voor geïnteresseerden: klik*hier

Niezerige dinsdag:

De bijwerkingen spelen weer op. Het kriebelt, het jeukt, het wil eruit. Ik nies, ik hoest, ik proest. Uit veiligheid bel ik mijn vrijwilligerswerk af. Stilaan vraag ik me af of ik niet iets anders kan doen tot ik gevaccineerd ben. Het is tweerichtingsverkeer, dat oppassen voor de bitch.

De spieren vragen om actie, de gewrichten schreeuwen om smering in beweging. Ik ga even fietsen. Daar heb ik in één trek nog twee kinderboeken gedropt in het Leeuwerikpark, nabij het Middelheim.

Ze staan op de FB pagina van De Boekenjagers. Ik ben benieuwd wat er nu komt.

Lamme woensdag:

Ik heb met mijn vader gebeld. ’s Avonds kreeg ik bericht van mijn zus dat de mensen van het woonzorgcentrum weer bezoek mogen ontvangen op de kamer. Twee vaste personen die vrij binnen mogen, wel op verschillende momenten. Ik ben blij. Tot zover deze lezing op woensdag.

Gelukjesdonderdag :

Mijn boeken zijn aangekomen bij Dimitris en hij heeft als dank een bedrag overgeschreven voor Melanoompunt VZW. Ik was al blij en word nog blijer.

Bij de Noterij mag ik een extra zakje kiezen bij mijn aankopen (gemengde rozijntjes en een notenmengeling). Ik kies als extra’s bananenchips.

Als je niets verwacht, ben je blij met weinig. 

Herinneringenvrijdag, 26 februari:

Vijftien jaar geleden. Ze hield van de muziek die mijn woonst vulde, wanneer ze er binnenkwam. Griekse muziek dus. Woorden te veel, woorden te weinig, ik spiegel ze in een lied:

Η*μάνα*η*δική*μου (Moeder, de mijne)

Wegens nogal ontstoken ogen ga ik naar de huisdokter. Het is weer eens wat anders. Een cortisone zalfje moet het verhelpen. Gelukkig niet in te nemen, enkel te smeren.

Nu ik toch bij de dokter zit, vraag ik haar of het nog kan om bij kinderen vrijwilligerswerk te blijven doen. Ze raadt het af, zonder echt te verbieden. Ik laat het bezinken. Het is geen dag om veel na te denken. Gewoon voorbij laten glijden.

Rommelig hoofd zaterdag:

Wegens te vroeg wakker worden met migraine die in de loop van de dag, dankzij enkele druppels Bella Donna wel weer afzakte, voel ik rommel in mijn hoofd. Dit wordt een Remdag.

Toch ga ik even naar buiten voor de weekendkrant, omdat ik houd van de bijlagen, met bijhorende kruiswoordraadsels, cryptogrammen enzovoort. Ik wil een elektrische fiets winnen, alleen is er deze week een i-phone te winnen.

Ik heb andere buren leren kennen, zij het kortstondig. Ze organiseerden een actie voor de sponsorloop voor Kom Tegen Kanker. Omdat die niet echt kon doorgaan, maar om de deelnemende teams toch te steunen, startten enkele mensen dit initiatief, een wijnverkoop. Ik heb nog een proevertje in het vooruitzicht. Misschien bij een versoepeling, bij iemand in de tuin? Ik neem de wijn mee …

In de zoom met de broers en zussen, wordt gepraat over mijn vader. Er is een versnelling gekomen in het verhuurbaar stellen van zijn appartement in Hasselt, dankzij mijn oudste zus, haar zoon en mijn oudste broer.

Ondanks de rommelhoofdstart, toch een beetje actie gehad.

Blijere zondag:

Deze blogpost wordt veel te lang, zie ik. Zal ik dan maar schrappen? Dat zijn de bladzijden die u niét leest.

Ik heb me ingeschreven voor de 30-30 van CM, bewegen in het groen. Eraan beginnen is de uitdaging. Een andere uitdaging zit erin om elke dag erheen te gaan en echt 30 minuten te bewegen, in het groen. Ik heb me aangesloten bij een groep die ik nog niet ken. De start is op 6 maart.

Deze namiddag ben ik bij mijn vader op bezoek. Hij ziet er goed uit! Hij heeft ook goede zin. Ik volg zijn tempo, daar blijf ik blij bij. Hij wordt wat sneller moe. Het is weer wennen. We zijn beiden toch blij dat bezoek op de kamer weer kan.

Onderweg naar huis, fiets ik langs het Leeuwerikpark en merk dat de gedropte boeken verdwenen zijn. Weeral blij!

Thuis komen en een propere keuken treffen, dat vraagt om uithaaleten. Gelukkig is er Morfo, heel dichtbij en ze maakt overheerlijke veganistische moussaka… ik zal de blogpost morgen afwerken 😉

en ventileer op tijd

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed!

Iemand anders’ woord – zevende woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de zevende. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: sarahtimmermans.com

Deze dame leerde ik eerst in het echt kennen via een boeiende reeks workshops ‘Creatief dagboek. Ont-moet jezelf in woord en beeld’. Het waren vijf workshops. Afstand houden was nog niet van tel. Een beetje afstand is wel fijn om bezig te zijn. Ruimte scheppen in je hoofd vraagt vaak ook plaatselijke ruimte. Dat was gelukkig wel mogelijk.

Sarah is een rustgevende duizendpoot, creatief, vindingrijk, uitnodigend, empathisch. Zo heb ik haar toch ervaren. Ze heeft een website waarin u haar activiteiten kan vinden. Het creatief dagboek is meer dan knippen, kleuren en plakken. Ik herinner me thema’s die aangesneden werden, waarbij uitgenodigd werd (want niets moet) tot gebruik van kleuren, prenten, schrijven, in allerlei vormen en op allerlei manieren.

Dat staat hier*met*filmpje  mooi uitgelegd. Ze heeft zelf een boek in het Nederlands hierover geschreven, wat zeer slim is omdat er in dat genre weinig/niets anders Nederlandstalig te vinden is.

Niets moet, alles mag. Dat is de leuze. En dat was wel even wennen. Ik startte met een vaste bedoeling,  die al vervloog na de eerste halve dag. Dat komt wel al doende … het nog jonge vastgeroeste loslaten. Het had vooral een meditatieve uitwerking op mij.

Achteraf vormden we met zessen een fijn crea-groepje, dat ongeveer elke maand een keer samenkwam om creatief bezig te zijn.

Tot de bitch (u allen welbekend, hoop ik) ons verbood nog samen te komen. Zo af en toe zien we elkaar nog ergens in ‘the cloud’ waar ieder zijn/haar verhaal mag vertellen. Dat is een kracht van mensen die elkaar in dezelfde omstandigheden leerden kennen. Er is steeds iets dat hen zal binden, hoe lang een fysieke ontmoeting ook geleden was.

Zelfs nu, in deze verwijderd-van-elkaar-tijden, heeft Sarah nog steeds een fijn aanbod waarin zowel voor een eenmalige als een reeks workshop(s) kan ingeschreven worden. Wat ik zelf fijn vind, is het bewandelen van onbetreden paden. Niets is totaal onbekend, weinig is totaal vertrouwd. Dat geeft een opening, laat ik zeggen, in mijn kleine universum.

Ik geef u nog een interessant*verhaal mee, gewoon omdat ik zelf van verhalen houd, om te horen, te schrijven, te beleven. Nu kijk ik uit naar haar lenteprogramma.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Weetjes van de week.

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het lentekriebels die me kietelen.

De afgelopen week werd er mooi weer beloofd voor dit weekend en de komende week. Bij elk weerbericht kwam er een graadje bij. Ik verlangde – tegen mijn huidige principes over tijd die voorbijgaat in – naar het weekend. Nog meer graden en we bevinden ons bijna in een hittegolf.

Intussen trok ik wel die muts over mijn hoofd al wandelend of fietsend want op dat moment was het heus nog koud.

Het is overigens de eerste winter dat ik zo vaak mijn muts opzet. Ik voel me beter na een toertje buiten. Met die warme schedel (ook al heb ik best nog veel haar) geen koude hoofdpijn meer, warme oren en zelfs de overprikkeling mindert. Als die er al is want ik verkies rustige momenten om echt buiten rond (of vierkant) te toeren. Ik geniet warempel van het stilstaan bij de grote vijver, bij de vogels die allemaal in dezelfde richting op het water of op het ijs staan. Met mijn gezicht in de zon genietend, natuurlijk goed en wel ingesmeerd tegen al te felle zonnestralen en mijn ogen potdicht en mijn hoofd vol woorden onder die muts. Weer binnen, toen de muts weer af was, luchtte ik mijn hoofd door mee te doen aan een schrijfwedstrijd. Zomaar tien gedichten gevonden, in mijn hoofd en in mijn laptop. Die in mijn laptop heb ik wat herschreven. Bij tijd en wijle hoort u er nog van. Voor nu, ssst!

Woensdag was hoogdag voor mijn inmiddels uitgegroeide ragebol. Er komt een fris kleurtje op en de rageboldelen worden uit mijn haar geknipt. Ik heb weer een korter koppie en durf buiten de muts aflaten. Gelukkig maar met zoveel beloftes van lentezon. Al zal ik die toch nog meenemen als ik me op de fiets begeef. Gisteren vóelde het wel door en door lente maar ik deed ’s ochtends al een wandeling en toen was ik blij met mijn (half)dikke jas aan.

Donderdag was weer even spannend. Ik had een afspraak bij de dermatoloog. Tegenwoordig ga ik nog één keer per jaar. Tot vorig jaar was dat twee keer, althans sinds ik de diagnose melanoom kreeg. Vorig jaar had ik door omstandigheden de afspraak in juli afgezegd. Naderhand sprak ik hierover met mijn oncologe en die verzekerde me dat als ik al die tijd ‘vlekkeloos’ bleef, één keer per jaar op controle voldoende is. Ik doe overigens veel aan zelfcontrole. Al zal ik me eens een lange staande spiegel mogen aanschaffen hiervoor. De controle was overigens geslaagd. “Goed nieuws mevrouw Knaepen. Ik zie geen verdachte vlekjes.” Intussen dacht ik aan Sinterklaas ‘er zijn dit jaar geen stoute kinderen’ en antwoordde de dokter: “Dat is echt goed nieuws.” Dat zullen de kinderen graag horen… in februari. (ik weet overigens niet waar ik die onzin haal, het verschijnt gewoon als ik niets anders kan doen op het moment zelf)

Vrijdag is Buurderij-dag. Dan haal ik mijn bestelling op die ik eerder in de week plaatste. Ik vind het echt een goed systeem. Ik bestel overwegend groenten en fruit en nog brood. Maar u kan er ook vlees/vis/zuivel/… bestellen en afhalen. Ikzelf eet al een tijdje zo vlees- en visloos mogelijk, vooral rundsvlees en afgeleiden van de koe (melk, kaas, yoghurt) vermijd ik. Als ik zelf pasta kook, strooi ik er geitenkaas over. Dat bestaat, strooikaas van geitenmelk gemaakt. Het doet me ineens denken aan het feit dat ik als baby geen koemelk verdroeg en ik gevoed werd met geitenmelk die ‘de groten’ in ons gezin dan moesten gaan halen. Waarvoor mijn grote dank.

De internationale dag van de moedertaal vandaag. In mijn allereerste taalgebruik maakte ik al wel eens een foutje en dat is zo gebleven. Als u er eentje ergerlijk vindt, gaat u dan eerst een rondje ‘mens-erger-je-niet’ spelen, misschien is de ergernis daarna voorbij. Ikzelf vind mijn eigen fouten het ergerlijkst.

een fijne woordspeling

Wat doen die weerberichten bij de mensen? Natuurlijk gaan de mensen nu naar buiten. Natuurlijk nemen ze de trein naar de kust. Natuurlijk lopen parken en andere natuurgebieden vol. Het is echt natuurlijk dat mensen de zon en de warmte opzoeken. Zoals het even natuurlijk is dat er mensen zijn die mensenmassa’s vermijden. En dat zal waarschijnlijk stof voor de komende week zijn.

Ik dank u voor het lezen en het ga u allen goed!

Iemand anders’ woord – zesde woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de zesde. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: canxatard en christinevandehove.

De blog van deze dame heb ik niet gezocht, maar wel gevonden, via een andere blog en viel mij op. Het was – als ik me goed herinner – aan het begin van de eerste lockdown, vorig jaar maart. Ze woont in Frankrijk en schreef van daaruit een reeks ‘Intussen in Frankrijk’. Dat alleen al trok mijn aandacht en ik ging kijken naar ‘Over mij’. Iemand die gewoon verhuisde naar ogenschijnlijk zomaar ergens, een onooglijk dorp en een verliefdheid op een huisje. Wat heeft een mens meer nodig? Ik durf nu niet bij mezelf gaan morrelen, al is er wel die niet aflatende onderhuidse kriebel.

Zie hier één*van*de*eerste*blogs*die*ik*van*haar*las. Ik vond dat een heel inspirerend blogbericht. Vooral dan minder nodig te hebben. Het kan echt en blij blijven op de koop toe! Ik woon nu wel heel dichtbij allerlei winkels waar ik gewoon even heenloop en koop wat ik nodig heb. Nodig heb. Dát bedoel ik. Al lukt het me niet altijd om het dáár bij te laten.

Wat heb ik nog ontdekt? Ze is ook een echte auteur. Ze heeft al een boek geschreven én dat is uitgegeven. Ze schrijft ook andere genres, zoals columns, poëzie, kortverhaal… en doet nog allerlei creatieve dingen met schrijven. Ik koos dit*kort*verhaal dat verdacht veel lijkt op echt gebeurd maar die laatste zin kan vanalles betekenen. Dat weet ik uit eigen ervaring, dat opgebeld worden…

Overigens vindt u haar ook terug op Azertyfactor.be, waar ze al een keer getipt werd voor een flitsverhaal ‘Als meisjes lachen’.

Grasduint u even in beide blogs. Ik word er alvast rustig wakker van. Of is het wakker rustig?

Ik zocht niet, ik zag en toen vond ik weer wat fijns.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

De Argentijn die niet mijn Valentijn was.

Zijn naam is Luis. Ik weet niet of hij nog in België is of niet. Hij is zo een van die weinige mensen die ik slechts een korte periode in mijn leven kende maar nooit vergeet.

Ik kwam hem tegen op zo’n datingssite uit de tijd ik dat nog spannend vond (lang geleden dus). We schreven eerst veel. Ik vond hem (knetter)gek met zijn liefde voor vrijheid, avontuur en fotografie. Hij vond mij ‘a real person’ (zo heeft hij dat letterlijk geschreven).

Uit de dingen ik me nog herinner:

We hadden elkaar ontmoet! Op het nippertje, toen nog té verstrikt in mijn westerse alles-en-nog-wat-afwegende gewoonte. Ik moet nog de was doen en de strijk en morgen ga ik naar mijn ouders, dan kan ik ook al niet. En mijne belastingbrief is nog niet ingevuld…

De dag zelf, dat ik niet zou gaan, stuurde ik een berichtje dat ik toch afkwam. Hij woonde in Antwerpen, ik in Hasselt. Hij zei onmiddellijk ja. Over flexibel gesproken. Hij kwam me afhalen aan het station en we gingen eerst een koffie drinken. Het contact voelde zoals het schrijfcontact, echt en gewoon. Geen opgelaten gevoel, wat het ongewoon verrassend maakte.

We zwierven door Antwerpen, we aten frietjes bij N°1, die hij absoluut wilde betalen. Meer kon hij zich niet permitteren zei hij. Frietjes waren prima.

Hij zag er niet uit, echt niet, met die halflange haren slingerend over en weer zijn hoofd en in zijn gezicht, zijn manier van gaan, tussen snel/lenig/heupwiegend en slenterend/stilstaand, als een kind verwonderd rondkijkend, hoewel hij toen al een hele tijd in Antwerpen woonde. Ik keek ingetogen verwonderd naar hem. Hij die zonder franjes, zonder op- of omkijkend naar deze of andere die hem bekeek, door Antwerpen liep en vertelde zonder dat het één enkele minuut saai werd. Hij trok zoveel foto’s, ook van mij.

Achteraf bleven we nog even schrijven en hij stuurde de foto’s die hij die ene dag van mij gemaakt had. Zo’n korte open vriendschap, geen enkele fysieke aantrekkingskracht van beide kanten maar wel een openheid om te praten over alles en nog wat. Dat zijn zo’n dagen dat ik me voel wie ik ben.

Hij werd zelfs geïnspireerd tot een gedicht, door een foto van mij die ik hem stuurde van een reis, ergens onderweg in Kreta.

Zijn grote hobby’s waren fotografie en schrijven. Zijn grote liefde was een vrouw ergens in Vlaanderen (ik niet), die hij aanbad, een kind bij had maar niet bij kon samenwonen. Zijn afkomst was Argentijns. Zijn grote nachtmerrie was zijn job. Wat ik me ervan herinner was hij helpdeskmedewerker. Cijfers, cijfers, cijfers halen … geen vrijheid, geen eigen inbreng, verstand op nul. In een van zijn laatste berichten schreef hij dat op het matje geroepen was en op een bepaald uur bij de baas moest komen. Hij zat nog door het raam te kijken. Het was mooi weer. Hij stond op en ging naar buiten, aangetrokken door het licht. Toen hij terugkwam lag er een ontslagbrief op zijn tafel. Hij was blij. Time to move on! Hoe optimistisch kan je zijn? Ik hoop voor hem dat hij ergens in deze wereld volop aan het genieten is, met de liefde van zijn leven, in alle vrijheid.

Hem opzoeken doe ik niet. Hij is een fijne frisse herinnering, waar verwachtingen niet bestaan, alleen het NU. Die herinnering komt zo nu en dan bovendrijven.

Pesters en gepesten

Het is geweten door iedereen die (af en toe) televisie kijkt. Het wordt om de zoveel tijd gemeld op de radio en het werd zeker al aangehaald in scholen deze week, alsook tv-zenders voor kinderen. Er bestaat zelfs een uitgebreide*website over.

Ik kan niet anders dan op mijn kindertijd terugkijken. Het is niet zo dat ik constant gepest werd maar het kwam wel regelmatig voor. Wat ís pesten overigens? Is plagen pesten? Voor mij voelden sommige dingen wel aan als pesten.  ‘We lachen er toch maar mee.’ Ken je die uitdrukking? Ik geloof zelfs niet dat het als pesten bedoeld was…. als ik er nú op terugkijk.

Er gebeurden echter ook dingen die wel pestgedrag waren. In die tijd – ik ben op een respectabele leeftijd – vooral in de buurt en soms op school. Ik was sowieso nogal een dromer, een enkeling. Dat is gelukkig niet veranderd. Maar ik was ook snel overprikkeld, zoals dat nu heet ‘hoog-sensitief’. Het zijn allemaal dingen die niet gekend waren bij de meerderheid van de kinderen en volwassenen en dus als ‘moeilijk kind’ bestempeld werden. Uitverkorenen voor de pesters.

Het ergste wat ik in mijn kinderleven meemaakte was een ‘gevangenschap’. Waar ik toen woonde, was er veel plaats aan de achterkant van de rij huizen met een pad naar de tuintjes en daarachter een open plaats – het pleintje – met hier en daar garages rondom. Het was gemakkelijk voor de kinderen; ‘Kom maar weer binnen langs de achterdeur.’

Daar speelden wij dikwijls. Meestal deed ik mee met de hoop of speelde in mijn eentje in de tuin van mijn thuis. Op een dag in de vakantie hadden we een kamp gebouwd waar we gezellig in zaten. Het was bijna middag en er werden kinderen weer binnen geroepen voor het middageten. Toen mijn naam viel, werd ik tegengehouden. Zoals vaak wanneer ik me bedreigd voelde, begon ik te roepen. Het leek of ik er urenlang vast zat, al zal het niet meer dan tien minuten geweest zijn. In de namiddag gingen mijn moeder en ‘de kleintjes’ (ik ben de vijfde van de zes) samen met de buurvrouw en haar ‘kleintjes’ naar Bokrijk. Dat ‘kleintje’ nam mijn hand vast, kneep erin en zei: “Oh, hoe fijn, de hele namiddag naar de speeltuin.” Dat kleintje dat nog geen twee uren geleden mij bijna blauwe plekken bezorgde om me vast te houden in die tent terwijl een van de ‘groteren’ de uitgang bezette. Ik was verbolgen, ik zweeg. Maar gaandeweg die namiddag loste de knoop in mijn maag zich toch weer.

Ik weet wel, nu ik erop terugkijk, dat ook naar de pester best wordt geluisterd. Waarschijnlijk zit daar ook een diepe wonde. Niet dat dat het pesten goedpraat natuurlijk. Maar het kan wel helpen om te begrijpen waarom iemand dat doet, blijkt nodig te hebben. Misschien is het een overlevingsdrang? Een generatiegewoonte? Een noodkreet zelfs!?

Eén mooie herinnering heb ik er wel aan overgehouden. Op datzelfde pleintje stond op een keer een jongen te huilen en te roepen. Hij was niet van de buurt. Blijkbaar iemand die op bezoek was bij een ander kind in de buurt, want hij riep naar die jongen en dat waren helemaal geen vriendelijke woorden. Hij zag er een lieve jongen uit, ook al was hij daar even als een wilde aan het huilen en schreeuwen. Maar hij ging niet achter zijn belager aan. Wat me bezielde weet ik niet, want ik was nogal verlegen (ook dat nog) maar ik ging gewoon bij hem staan. Hij zei iets wat ik nu denk dat ‘dat is echt niet fijn hoor!’ is, terwijl hij zijn snottebellen afveegde. Ik nam hem bij de hand en voelde me fier toen hij kalmer werd. Op die leeftijd benoemt een kind niets, het voelt alleen maar aan. Het kalmeerde me en dat sterkte me op een rare manier. Ik moest immers niet de hele tijd erbij horen en dingen doen die ik niet wilde doen. Dat zouden dan vooral wilde spelletjes zijn. Maar dat zou me hier te veel doen uitweiden.

Elk jaar bij die campagne tegen pesten komt die herinnering weer naar boven. Daar heb ik dit jaar een gedichtje over geschreven.

Conclusie: pesten moet zoveel mogelijk in de kiem gesmoord worden zodat zowel de pester als de gepeste gehoord worden. Een gedragsverandering zit soms in zo’n klein hoekje, dat je maar beter even stil bent en kijkt en luistert wat er écht gaande is, vooraleer het uit de hand loopt, tragisch uit de hand loopt.

STIP IT

Iemand anders’ woord – Vijfde woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de vijfde. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: Chantals darlingdoormat.com en tallesart.com

‘Je weet dat ik wat aanmodder op twee blogs,’ was het antwoord toen ik haar vroeg of ik een blogpost van haar mocht gebruiken in mijn blog. Vandaag vond ik het tijd om deze – naar mijn aanvoelen; ik heb haar nog nooit ontmoet – beetje gekke, beetje excentrieke, beetje eigenwijze en zeker gezellige dame voor te stellen, voor wie haar nog niet kent.

Aanmodderen vind ik zelf niet dat het is. De ene blog vertelt over haar leven in Kreta, op de andere stelt ze kunst van iedereen en van allerlei aard voor, alsook haar eigen schilderkunst. Fijne weetjes vinden daar ook een plaats.

Ik koos  dit*vervolgverhaal zo uit haar Kretenzische leven gegrepen. Let op de humoristische slag die ze aan het verhaal geeft, met een kwinkslag op de juiste plaats. Het verhaal heeft vier delen en is achter elkaar te lezen in de categorie*back-in-time en dan scrollen naar ‘Bevlogen en Vervlogen (1)’, daar net boven verder lezen tot aan ‘Bevlogen en Vervlogen (slot)’.

Uit haar andere blog koos ik ‘The*greeks*have*a*word*for*it. Zoals ik al zei, ook weetjes vinden er een plaats.

De Griekse wind zit alvast in mijn naam.

Het doet me denken aan de legendarische uitspraak van meneer Portokalos: ‘Everything comes from the Greek.’ Geniet even van dit*voorbeeld.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.